Onvruchtbaar sperma in verband gebracht met oestrogenen

De vruchtbaarheid van de man is de afgelopen vijftig jaar duidelijk afgenomen.

Zo bevatte "normaal' sperma in 1940 minstens zestig miljoen zaadcellen maar tegenwoordig vindt men twintig miljoen al gewoon. Ook afwijkingen aan de mannelijke geslachtsorganen, zoals testiskanker, niet ingedaalde testikels of een afwijkende uitmonding van de urineleider (hypospadie), komen tegenwoordig vaker voor. De Deense kinderarts prof. dr Niels Skakkebaek en de Schotse voortplantingsfysioloog dr Richard Sharpe opperen in The Lancet van 29 mei dat dit alles komt doordat nog ongeboren jongetjes blootgesteld worden aan te grote hoeveelheden van het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen.

Hoe gevaarlijk te veel oestrogenen zijn hebben miljoenen zwangere vrouwen tussen 1945 en 1971 ondervonden. In die jaren werd het synthetische oestrogeen hormoon diëthylstilbestrol (DES) gebruikt om een dreigende miskraam tegen te gaan. Pas in 1971 werd ontdekt dat dit middel bij de dochters van deze vrouwen leidt tot een duidelijk verhoogde kans op vaginale kanker. Veel minder bekend is dat ook de DES-zonen afwijkingen vertonen. Een overmaat aan oestrogeen hormoon tijdens de ontwikkeling in de baarmoeder heeft ook op een jongetje effect: het remt de vermenigvuldiging van de zaadproducerende Sertoli-cellen. Het gevolg is dat er later veel minder zaad geproduceerd wordt. Verder maakt DES ook dat de embryologische ontwikkeling gestoord raakt en daardoor ontstaan er anatomische afwijkingen aan de geslachtsorganen.

Nu wordt DES niet meer gebruikt maar de twee onderzoekers stellen dat we tegenwoordig vanzelf al heel wat oestrogenen binnenkrijgen. Als belangrijkste oorzaak noemen ze het tegenwoordige dieet. Dat is meestal laag aan vezels en rijk aan vet. Dat maakt dat een betrekkelijk groot deel van de oestrogenen die de vrouw via de lever naar de darm uitscheidt direct weer in het lichaam wordt opgenomen. Ook onze omgeving is verontreinigd met oestrogenen. Zo zitten de synthetische oestrogenen uit de anticonceptiepil al in meetbare concentraties in het grondwater. Dat laat de dierenwereld al niet meer onberoerd; het heeft een aantoonbaar feminiserend effect op mannelijke forellen. Verder is na de oorlog de melkconsumptie scherp toegenomen. Veel van die melk is afkomstig van drachtige koeien en bevat dus flinke hoeveelheden oestrogeen. Een andere bron vormen de hormoonpreparaten waarvan de veehouderij gebruik maakt om de groei van de dieren te stimuleren. Ook bepaalde chemicaliën, zoals PCB's en dioxinen, hebben een oestrogeen effect. Volgens de onderzoekers hebben al deze oestrogenen samen een subtiel feminiserend effect op het ongeboren mannelijke kind.

Er zijn overigens ook mensen die nogal wat twijfels hebben over deze hypothese. Tijdens de zwangerschap vormt een vrouw zelf grote hoeveelheden oestrogeen en het is daarom de vraag of de dosis die van buitenaf komt groot genoeg is om enig effect te hebben.