ONRENDABELE LIJN

In NRC Handelsblad van 26 mei schrijft redacteur Yaël Vinckx over onrendabele lijnen van de Nederlandse Spoorwegen.

De commissie Wijffels c.s. komt in haar rapport over de verzelfstandiging van de NS uit een randstadgerichte visie tot de aanbeveling om 13 spoorlijnen in de periferie van Nederland, waaronder alle zes noordelijke nevenlijnen maar te gaan "verbussen'. In navolging hiervan nam Vinckx de lijn Leeuwarden-Stavoren op de korrel. Wie deze lijn, waarvan het gebruik een groot toeristisch genoegen is, kent, weet dat de werkelijke situatie wel wat anders is. Vinckx noemt meer "potentiële onrendabele lijnen' en wel als eerste de lijn Groningen-Roodeschool.

Op 23 maart, een doorsnee werkdag, zijn in het kader van bestudering van deze lijn en de lijn Groningen-Delfzijl op alle stations de in- en uitstappende reizigers geteld en werden de reizigers, voor zover mogelijk, geënquêteerd over hun reismotieven. Groningen-Roodeschool v.v. telde totaal 12.112 in- en uitstappers, wat betekent dat 6.056 reizigers daar op die dag van de trein gebruik maakten. De 44 treinen van de dienstregeling hadden een gemiddelde bezetting van 138 reizigers. Op de lijn naar Delfzijl lag het vervoer iets lager: 5.739 reizigers; de 63 treinen van de dienstregeling hadden over het gehele etmaal genomen een gemiddelde bezetting van 92 reizigers. Daarentegen was de verdeling over de dag hier beter en legden de reizigers gemiddeld een grotere afstand af: meer eindpuntenvervoer. Ter vergelijking: in 1992 telde de gemiddelde Nederlandse trein 145 reizigers. Uiteraard komt op deze lijnen geen transitoverkeer voor; het gaat hier om lokaal verkeer en om een verdere functie als "aanvoerlijnen' ter versterking van de overige lijnen van het NS-net. Als men daarnaast in ogenschouw neemt het minimum aan infrastructuur op deze geheel geautomatiseerde, uit Groningen bediende lijnen met alleen stationsbezetting in Delfzijl en Groningen-Noord (Groningen-Sauwerd is het drukst bereden enkelsporig traject van Nederland), en weet dat de Wadlopers lichte, energiezuinige en weinig onderhoudsbehoeftige treinen zijn, dan kan de intelligente lezer zijn conclusies over het relatieve rendement van deze lijnen wel trekken.