Niet meer natuurrampen dan vroeger

Hoewel er in 1987 maar liefst zeventien natuurrampen werden geregistreerd, is dat onvoldoende reden om te stellen dat er meer natuurrampen zijn dan in het verleden, zoals wordt gedaan in het artikel "De wereld wordt steeds vaker geteisterd door natuurrampen' (NRC Handelsblad, 29 mei). Welke rampen worden onderscheiden? Aardbevingen, stormen, overstromingen en "overige' (daar vallen dan ook vulkaanuitbarstingen onder. Waarom zijn die niet apart geteld?).

Iedere leek kan bedenken dat overstromingen veelal het gevolg zijn van stormen, soms van aardbevingen. Inderdaad is er niet één jaar waarin een overstroming is zonder dat er een storm is, terwijl dat andersom wel het geval is. Er zijn dus bijna altijd meer stormen dan overstromingen, behalve in 1987: een exceptionele situatie? Het staatje geeft geen opheldering, maar de definitie "overstroming' moet kennelijk breed genterpreteerd worden.

Wie definieert wat een ramp is? Volgens de tekst is een natuurramp een “catastrofe (. . .) met vele (. . .) doden en meer dan 100 miljoen dollar schade”. Hoeveel is veel? Meer dan de helft van de wereldbevolking woont op zeeniveau of lager, het grootste deel daarvan in de Derde wereld.

Neem bijvoorbeeld Bangladesh, een land met een explosieve bevolkingsgroei, grotendeels gevestigd op nauwelijks boven het water uitstekende eilandjes in de Ganges-delta. Als de zoveelste cycloon de kust van Bangladesh aandoet en er zijn toevallig "slechts' 200 doden, dan vinden ze dat in Bangladesh een meevaller, maar hetzelfde aantal in Nederland zou een nationale ramp zijn. Schade in geld is afhankelijk van wat voor waarde aan welke soort materieel bezit wordt toegekend, en dat laatste hangt deels af van de - in Westerse maatstaven gemeten - economische situatie van het gebied in kwestie.

Overstromingen zijn ook het gevolg van ontginning, waardoor regenval niet meer kan worden verwerkt: de overstromingen van de Ganges zijn het directe gevolg van massale, niets-ontziende houtkap op de berghellingen van de Himalaya.

De compilator van al dit schoons is “Munich Re, 's werelds grootste herverzekeraar”. Zouden ze bij die maatschappij mensen in dienst hebben die iets begrijpen van natuurrampen en van de tijdschaal die redelijkerwijs gebruikt kan worden? Klakkeloos neemt de krant het over: vóór 1980 (maar het diagram doet ons geloven dat het gaat om de periode 1970-1980) zou de wereld jaarlijks door slechts 1,1 orkaan getroffen worden, nadien ligt het gemiddelde op 2,8, meer dan het dubbele. Echter, iedere deskundige weet dat dit tijdsbestek een orde van grootte te klein is om zelfs op het laagste niveau significant te zijn. Bovendien hebben we begin jaren tachtig met het 'El Niño-effect te maken gehad, een effect dat het aantal stormen waarschijnlijk, tijdelijk, heeft doen toenemen.

De verzekeringsmaatschappijen zijn in de problemen. Maar dat dit inderdaad aan het aantal natuurrampen ligt kan ik niet concluderen aan de hand van het diagram, want het vertelt me niet in hoeverre het aantal individuen en maatschappijen dat zich tegen dit soort schade verzekert ook gestegen is in diezelfde periode. Ook is de wereldbevolking, vooral die in dichtbevolkte gebieden, sinds eind jaren zestig verdubbeld, met als gevolg exponentieel meer schade ten gevolge van een ramp in vergelijking met vóór die tijd. Denk maar aan plaatsen als Cairo, Shanghai, en - alweer - Bangladesh.

Vooral mensen uit de Westerse gendustrialiseerde wereld denken dat ze de materiële omgeving van hun leefsituatie onder controle kunnen hebben. Zie het gekrakeel na de aardbeving van Roermond, toen bleek dat dit natuurverschijnsel niet in de Nederlandse verzekeringspolissen voorkwam. Het is in Nederland, zoals in veel Westerse landen, ondenkbaar dat de natuur zich op onvoorziene wijze gedraagt: de wereld lijkt, althans in mijn fysiek-materiële omgeving, beheersbaar te zijn geworden. Niets is minder waar natuurlijk, en elke geoloog weet dat er niets onstabieler is dan de zeespiegel, het weer, of de grond onder onze voeten.

De verzekeringsmaatschappijen gaan te gronde aan hun eigen manke beleid, gevoed door een gebrek aan inzicht in natuurlijke processen. De verzekeringsmaatschappijen zijn daarmee een representatieve afspiegeling van Westers denken, maar dat heeft grote nadelen voor het merendeel van de wereldbevolking, dat alleen maar verder achterop raakt. De Verenigde Naties heeft de jaren negentig dan ook uitgeroepen tot “International decade of natural hazards”, deels om de aandacht te vestigen op de deplorabele situatie van veel Derde-wereldlanden in dit opzicht.