Niemand kwam voorgoed naar de basis Soesterberg

SOESTERBERG, 10 JUNI. Patricia Gurr zit in het zonnetje voor haar huis en leest de Stars en Stripes, de Amerikaanse legerkrant. Verhuizers zijn bezig haar spullen in te pakken. Zondag zit ze weer met haar drie kleine kinderen in Californië. Over enkele maanden volgt haar man, die net als zij op de luchtmachtbasis Soesterberg werkt.

Het einde van een vijfjarig verblijf in Nederland is in zicht en wat anders kan ze zeggen dat ze er “echt van genoten heeft”. “It was wonderfull.” Net als alle Amerikanen die dezer dagen op en rond de basis Soesterberg worden aangeklampt door Nederlanders die willen weten waarom ze weggaan en "hoe het was?', is ze een en al lof over dit land waar ze heeft leren fietsen en waar de mensen zo aardig zijn voor vreemdelingen. “God bless them.”

Officieel zijn de 1400 in Soesterberg gelegerde Amerikanen en hun ongeveer 2000 familieleden nog niet op de hoogte gebracht van het feit dat hun squadron wordt teruggetrokken. Ze hebben het van tv of van collega's. Het is jammer, is de algemeen gehoorde opmerking. Maar te zeggen dat het hen iets doet lijkt overdreven. Zij zijn immers gewend om de zoveel tijd hun spullen te pakken en verder te trekken. Niemand kwam hier voorgoed. Een verblijf in Nederland duurde voor de gemiddelde Amerikaanse militair twee tot drie jaar.

Sommigen vroegen een iets langere tijd, zoals Don. Vier jaar was hij hier. “I did it for the Heineken”, zegt hij glimlachend. Volgende maand vertrekt hij met zijn vrouw en twee kinderen naar Turkije. “Dat is weer eens iets anders.” Net als de familie Gurr heeft Don de afgelopen jaren in de wijk Apollo in Soesterberg gewoond. De inwoners van Soest noemen het de Amerikanenwijk, voor de militairen is het “on base”. Zo'n 350 woningen, waarin alleen Amerikaanse gezinnen wonen. Opzichtige Pontiacs, Mercury's en Plymouth Voyagers in de parkeerhavens, een basketbalveldje, een rood-wit-blauw-geschilderd molentje in een tuin, een huis waar kinderen op een kleurig karton in aandoenlijk Amerikaans-Nederlands hun uit de States overgekomen grootouders begroeten: “Welkom naar de Nederlands, opa en oma.”

De Amerikanen zijn sinds 1954 in Soesterberg gelegerd. In die Koude Oorlog-dagen moest hun aantal nog geheim worden gehouden, weet loco-burgemeester J. Menne van Soest. Hun aangekondigde vertrek heeft de gemeente toch nog overvallen, zegt hij. En het wordt ook betreurd. “Want de verhoudingen zijn altijd goed geweest.” De Amerikaanse militairen in Soesterberg vormden al die jaren een redelijk gesloten gemeenschap. Ze trekken vooral met elkaar op. Ze hebben hun eigen vermaakscentrum, restaurants en winkels en natuurlijk een eigen school.

Toch zal het vertrek economische gevolgen hebben voor de gemeente Soest. Jaren geleden werd al geschat dat de basis tegen de negen miljoen dollar aan voedsel, transport, onderhoud, gas, water, licht en huurpremies voor de manschappen uitgeeft. Er zijn cateringbedrijven die dagelijks aan de basis leveren. Menne: “In deze tijd is elk verlies van werkgelegenheid vervelend.”

Bijna nog meer zorgen heeft de wethouder over de afdracht van onroerend-goedbelasting. Voor de hangars waarin de F15's worden gestald ontvangt Soest jaarlijks enkele tonnen. “Dat heeft wezenlijk invloed op onze begroting.” Vooralsnog wacht het gemeentebestuur het overleg met de basis over deze zaken af. Over de woningen die leeg komen maakt men zich in Soest geen zorgen. Integendeel. “Dat is misschien nog wel het enige positieve aan hun vertrek”, zegt Menne. Er zijn lange wachtlijsten van woningzoekenden. De huizen in de ruim opgezette Apollo-wijk zullen gretig aftrek vinden.

Bij Patricia Gurr komt een blauwe Mercury voorrijden. Een vriendin, tennisleraar aan de highschool op de basis (“We do well, we have a young team”), komt afscheid nemen en uitgeleende boeken ophalen: "The black parents handbook' en "Raising black children'.

“See you in California”, zegt ze. “Yeah, maybe”, antwoordt Patricia.