Naaldbomen

In het artikel "Drentse A leeggezogen' (W&O 27 mei) noemt Marion de Boo als oorzaken van de verdroging in het stroomdalgebied van de Drentse A behalve waterwinning en afvoer ten behoeve van de landbouw ook de aanplant van ""uitgestrekte, waterslurpende naaldbossen'' op voormalige heidevelden.

Volgens de auteur verbruikt een naaldboom meer water dan een loofboom. Omvorming van naaldbos in loofbos zou volgens haar de verdroging tegengaan.

Deze uitspraak behoeft enige nuancering. Het waterverbruik verschilt sterk per boomsoort. Lichtere naaldhoutsoorten zoals de grove den, met bijna 40% de belangrijkste naaldboomsoort van het Nederlandse bos, verbruikt minder water dan bijvoorbeeld de eik. Donkere naaldboomsoorten, zoals fijnspar en douglas, daarentegen gebruiken meer water. Deze laatste soorten hebben een groter bladoppervlak, worden daarom ook "donker' genoemd, waardoor meer regenwater aan de naalden blijft hangen en weer verdampt dan bij andere boomsoorten. Dit water wordt dus niet uit de bodem gehaald!

Overigens zorgt dit relatief grote bladoppervlak er ook voor dat deze bomen snel groeien en daarbij veel CO vastleggen. Deze bomen dragen dan ook meer bij aan het beperken van het broeikasteffect dan andere boomsoorten. Van het totale Drentse bos tenslotte bestaat slechts 20% uit deze donkere naaldboomsoorten.