Mogelijk verkoop van theaterkaarten in "winkels' postkantoren

AMSTERDAM, 10 JUNI. PTT Post en de Postbank overwegen in 250 postkantoren te beginnen met de verkoop van plaatskaarten voor popconcerten en theatervoorstellingen. Het plan past in het streven om van de postkantoren “winkels” te maken waar veel meer te koop zal zijn dan alleen postale diensten. Postkantoren bv, het samenwerkingsverband van PTT Post en de Postbank, hoopt vóór het eind van deze maand een knoop door te hakken.

De Vereniging van Schouwburg- en Concertdirecties (VSCD) is over dit voornemen nog niet benaderd. “Terwijl wij uiteindelijk degenen zijn die die kaartjes beschikbaar zullen moeten stellen,” zegt directeur Jan Knopper, die dan ook “verbaasd” reageert op het bericht. “Mijn eerste reactie is dat de schouwburgen niet erg veel behoefte zullen hebben aan extra verkooppunten voor het gelikte produkt. En we staan ook niet te springen om ingewikkelde onderhandelingen over het contingent kaarten per voorstelling dat dan voor de postkantoren zou moeten worden gereserveerd. Het enige voordeel zou misschien zijn dat er dan verkoopadressen komen die op andere momenten geopend zijn dan de theaterkassa's.”

Postkantoren bv heeft wel gesprekken gevoerd met de Uitbureaus van de drie grote steden. “Ik sta altijd positief tegenover verbetering van de distributie van plaatskaarten,” zegt directeur Arthur van Schendel van het Amsterdams Uitburo. “Maar dan zal op de postkantoren ook het héle assortiment van voorstellingen moeten worden aangeboden. Er mag geen tweedeling ontstaan, waarbij alleen de voorstellingen worden verkocht die inhoudelijk makkelijk toegankelijk zijn, en de rest als te ingewikkeld wordt afgeschreven.”

Ook directeur Henze Pegman van de Uitpost in Den Haag reageert gereserveerd. “Enerzijds komt uit elk publieksonderzoek tevoorschijn dat men wel vaker naar het theater zou willen gaan als het maar niet zo moeilijk was om kaartjes te krijgen. Alles wat dat makkelijker maakt, is meegenomen. Maar de gevolgen in de markt kunnen heel groot zijn. Er kan een machtspositie ontstaan, waardoor straks de postkantoren de prijzen gaan vaststellen. En bovendien is het niet onrealistisch om ervan uit te gaan dat ze hoofdzakelijk genteresseerd zijn in de krenten uit de pap. Alles wat kleinschaliger is, bestaat dan in de ogen van het grote publiek niet meer.” Hij betwijfelt voorts of de postkantoren ook zullen investeren in informatie over al die voorstellingen. “Het verkopen van kaartjes is voor ons pas de allerlaatste fase,” beaamt Van Schendel. “Eérst komen het informeren en het enthousiasmeren.”

Het plan is genspireerd door voorbeelden in Noorwegen, Zweden en Duitsland. Pegman wijst er echter op dat de situatie in Nederland daarmee niet te vergelijken is: “Hier heb je veel meer abonnementssystemen, waardoor de toppers vaak al in de abonnementenfase uitverkocht raken. Moet je dan van die publiekstrekkers óók nog een contingent kaarten voor de postkantoren reserveren? Ik kan me niet voorstellen dat de theaters daar veel trek in zullen hebben.” Hij ziet meer heil in een intentieverklaring die de drie Uitbureaus (AUB, Uitpost en Rotterdamse Kunststichting) hebben ondertekend voor het verkopen van elkaars toegangskaarten, zodra er één computersysteem is genstalleerd waardoor men on line gebruik kan maken van elkaars ticket-bestanden.

Postbanken bv wil, zo lang de zaak nog “in studie” is, niet reageren op deze opmerkingen.