Mid-Atlantische Rug bezaaid met kleine vulkaantjes

Onderzoekers van de universiteit van Leeds (GB) en van het Woods Hole Oceanographic Institution (VS) hebben de tot nu toe meest gedetailleerde opnamen gemaakt van vulkanen op de zeebodem. De opnamen werden gemaakt tijdens de verkenning van een gebied op ongeveer 1600 km ten zuidwesten van de Azoren door het Britse onderzoekschip Charles Darwin. De vulkanen liggen op de Mid-Atlantische Rug, een stelsel bergketens door het midden van de Atlantische Oceaan. Hier komt vloeibaar materiaal uit de aarde aan het oppervlak, waardoor nieuwe oceaanbodem wordt gevormd.

De opnamen werden gemaakt met een speciaal sonarinstrument, TOBI geheten, dat op een diepte van ruim 3 km onder het zeeoppervlak en ruim 2 km achter het schip werd voorgesleept.

Het instrument bevond zich 400 tot 600 meter boven de zeebodem en zond een waaier van geluidsgolven schuin naar beneden. De echo's tot op 3 km afstand werden opgevangen en naderhand verwerkt tot beelden. Het resultaat is het soort beeld dat men ziet als men 's nachts in het donker loopt en met een zaklamp heen en weer zwaait.

Met behulp van TOBI werd in de loop van 14 dagen een gebied van bijna 4200 vierkante kilometer in kaart gebracht. In dit gebied werden enkele honderden kleine vulkanen van zeer uiteenlopende vorm gevonden. Hun diameter bedraagt 1 tot 2 km en hun hoogte zo'n 200 meter. Deze ontdekking is vooral zo intrigerend omdat niet alle korst van oceaanbodems door zulke vulkaankratertjes wordt gecreëerd. Het proces lijkt af te hangen van het tempo van bodemvorming.

De bodem van de Atlantische Oceaan ontstaat in het tempo van 3 cm per jaar. In de Stille Oceaan, bij de Oostpacifische Drempel, wordt oceaanbodem gevormd met een snelheid van minstens 10 cm per jaar. Daar komt de lava die tot korst stolt echter gewoon uit spleten uit de bodem. Voor zover de Britse onderzoekers nu kunnen nagaan, komt het magma alleen via kraters naar buiten wanneer de oceaanbodem zich vormt met een snelheid kleiner dan ongeveer 6 cm per jaar.

De onderzoekers hebben echter nog geen idee van de oorzaak van die verandering van oceaanbodemvulkanisme. De volgende taak is daarom een beter inzicht te krijgen in de manier waarop de vulkanen werken. Tijdens de tocht van de Charles Darwin heeft men lavagesteenten van 25 vulkanen opgebaggerd. Deze zullen nu chemisch worden bestudeerd. Ook zijn er plannen om met een bemand Amerikaans diepzeevoertuig de betreffende vulkanen nader te gaan bestuderen.

    • George Beekman