Latijns Amerika stelt soevereiniteit boven controle mensenrechten

Mexico, zo klagen mensen- rechtengroeperingen, is een gesloten gebied waar men de vuile was niet graag aan de buren toont, vooral niet aan de Amerikaanse buren. De staat van de mensenrechten in Latijns Amerika is ondanks het doorbreken van de democratie niet verbeterd.

MEXICO-STAD, JUNI. Te oordelen naar de verzending van drukwerk is de Nationale Commissie voor de Mensenrechten in Mexico een bijzonder actieve groepering. Met enige regelmaat ontvangen onder anderen buitenlandse correspondenten in Mexico lijvige volumes met de stand van zaken op het gebied van de mensenrechten. Jammer dat ook de ijverige staatscommissie niet veel lijkt te kunnen veranderen aan de deplorabele situatie van de mensenrechten in Mexico. Onkunde, onwil, onmacht of alle drie?

De Nationale Commissie is vooral bedoeld om de werkelijke situatie te verhullen, menen critici. Intussen worden de rechten van de inheemse bevolking, van boeren, van politieke opposanten, van journalisten, eigenlijk van alle tegenstanders van "het systeem', met voeten getreden. De complexe verhoudingen tussen de narcotica-misdaad en de overheid maakt de schaal waarop mensenrechten in Mexico worden geschonden nog onoverzichtelijker.

Op de komende wereldconferentie over de mensenrechten in Wenen zal Mexico, zoals het dat in alle internationale fora doet, geen kritiek dulden op de gang van zaken in eigen huis. De verzamelde werken van de Nationale Commissie daarentegen zullen voor elke liefhebber verkrijgbaar zijn. De Mexicaanse houding - soevereiniteit boven pottekijkerij - wordt gedeeld door een groot aantal andere landen in Latijns Amerika. Cuba is daar een ander goed voorbeeld van. Het regime van Fidel Castro wijst elke opmerking over de mensenrechten in Cuba van de hand als propaganda van de aartsvijand Verenigde Staten.

Weliswaar lijken de tijden voorbij te zijn van autonoom of onder militair gezag opererende doodseskaders (El Salvador), van concentratiekampen en martelcentra (Paraguay) en opgezwollen lijken in een rivier (Chili), de staat van de mensenrechten in Latijns Amerika is kwantitatief noch kwalitatief verbeterd. Naarmate de definitie van mensenrechten bovendien wordt aangescherpt, dalen de Latijns-Amerikaanse landen in de rangorde van naties die het Handvest voor de Rechten van de Mens hebben ondertekend èn naleven. En toch is vrijwel het hele continent nominaal democratisch. Couppogingen zoals onlangs in Guatemala lijkt tegenwoordig onder nationale en internationale druk een kort leven beschoren.

“Democratie en mensenrechten hoeven niet noodzakelijkerwijs hand in hand te gaan. Vaak is democratie zelfs een vermomming voor een staat waarin de mensenrechten worden geschonden”, zei Roger Clark, secretaris-generaal van Amnesty International (AI) in Canada, tijdens een recent bezoek aan Guatemala. Clark wees daarbij op het voorbeeld van de VS, de kampioen van de democratie, waar niettemin de doodstraf nog regelmatig wordt voltrokken. In de ogen van AI is de doodstraf een schending van de mensenrechten, maar daar wordt dus niet eensgezind over gedacht. Tracy Ulltveit-Moe, onderzoekster Latijns Amerika van het internationale secretariaat van AI in Londen, erkent het verschil in opvatting. “Hier in Latijns Amerika wordt het onderwerp mensenrechten vaak gezien als een poging van het noorden om zich met de interne aangelegenheden van landen in het zuiden te bemoeien. Het zuiden heeft veelal meer interesse in sociaal-economische onderwerpen.” Een "hiërarchie' van rechten, zoals Clark het noemt, is echter iets wat de mensenrechtenorganisaties als fundamenteel onjuist proberen te bestrijden.

De aanwezigheid van een vierkoppige Amnesty-delegatie in Guatemala ten tijde van de afgelopen politiek-constitutionele crisis, volgend op de autogolpe ("zelfcoup') van ex-president Jorge Serrano, is niet toevallig. Ook andere groeperingen zijn naar het land gekomen om de situatie ter plekke waar te nemen en solidariteit te betuigen met activisten in Guatemala zelf. “We werden tijdens de eerste dagen van de coup overspoeld met faxen van Guatemalteekse parlementariërs die ons smeekten om zelf te komen kijken”, zegt Paul Meek, directeur interparlementaire betrekkingen van de particuliere, in Washington gevestigde Congressional Human Rights Foundation.

Mensenrechtenwerkers noemen als verbeteringen in de situatie van Latijns Amerika het feit dat mensenrechten naar boven zijn opgeschoven op de politieke agenda en dat ook pers en publiek er meer aandacht aan besteden, mede dankzij beter onderwijs op dit gebied. Bovendien zijn er nu betere technologische hulpmiddelen beschikbaar waarmee alerter kan worden gereageerd. “Toen de broer van (de indiaanse activiste en Nobelprijswinnares) Rigoberta Menchú werd vermoord, duurde het weken voordat wij dat hoorden. De dorpelingen moesten naar de hoofdstad lopen om daar hun verhaal te houden”, zegt Tracy Ulltveit-Moe. “Nu staat daar een fax en horen wij ervan in London vrijwel op het moment dat er iets gebeurt”.

Duidelijk is dat regeringen in de afgelopen jaren gevoeliger zijn geworden voor beschuldigingen op het gebied van mensenrechten. Het argument dat organisaties als Amnesty "dekmantels' zijn voor de KGB wordt niet al te vaak meer gehoord. Toch gebruiken autoritaire presidenten als Alberto Fujimori van Peru en (de inmiddels gevluchte) Jorge Serrano van Guatemala dit soort argumenten als zij zelf in het nauw zijn gedreven. Fujimori verweet vorig jaar AI en het Westen in het algemeen alleen maar te hameren op vergrijpen door het Peruaanse leger, maar geen aandacht te hebben voor de wandaden die worden begaan door de terreurbeweging Sendero Luminoso ("Lichtend Pad').

Ook nu de zichtbare schendingen van de mensenrechten eerder uitzondering dan regel zijn geworden in Latijns Amerika, is het aantal misstanden nog een lange litanie. Daarbij springt vooral in het oog het lot van de straatkinderen van Latijns Amerika. Moorden op straatkinderen in onder andere Brazilië, Colombia en Guatemala zijn nog steeds aan de orde van de dag. De internationale gemeenschap, inclusief de betrokken Latijns-Amerikaanse landen, zal weinig moeite hebben dit soort schendingen van de mensenrechten krachtig te veroordelen.

Minder makkelijk zal het gaan met de eisen van een al 500 jaar onderdrukte minderheid op het continent: de indianen. Het herstel van hun geschonden rechten gaat gepaard met territorium-eisen die de meeste staten direct zullen afwijzen, ook in dit VN-jaar van de Indiaanse volken.

Denkbaar is, dat sommige landen in Wenen zullen proberen de bal terug te spelen naar het Westen of het Noorden. Het argument daarbij is, dat van volledig nageleefde mensenrechten geen sprake kan zijn zolang het ene deel van de wereld het andere economisch uitbuit. Dat argument is sinds de ecologische wereldconferentie vorig jaar in Rio de Janeiro niet nieuw meer, maar nog zeer populair als defensiemechanisme.