Landbouwschap: uitrijnormen voor mest veel te streng

DEN HAAG, 10 JUNI. Het Landbouwschap gaat niet akkoord met de strenge eisen voor het uitrijden van mest tussen 1995 en 2000. Daarmee staat het mestakkoord dat de ministers Bukman (landbouw) en Alders (milieu) onlangs sloten met de landbouworganisaties, waaronder het Landbouwschap, op losse schroeven.

Het Landbouwschap stelt nadrukkelijk dat tijdens het overleg in de nacht van 12 op 13 mei in Den Haag geen afspraken zijn gemaakt over exacte normen voor het uitrijden van mest en de aantallen kilo's fosfaat die mogen worden uitgereden op bouw-, mas- en grasland. Minister Alders is verbaasd en constateert dat het Landbouwschap het mestakkoord naast zich neer legt. Afspraken over normen zijn wel degelijk gemaakt, aldus woordvoerders van de ministeries van Landbouw en van Milieu.

Wat de scherpere uitrijnormen voor mest betreft heeft het schap naar eigen zeggen uitsluitend ingestemd met de doelstelling in 2000 "evenwichtsbemesting' te bereiken. Dat is de situatie waarin gewassen alle mineralen kunnen opnemen. Een acceptabele verliesnorm - de hoeveelheid mineralen die niet kan worden opgenomen - is toegestaan. Op weg naar die evenwichtsbemesting zou steeds minder fosfaat mogen worden uitgereden.

Het Landbouwschap wil wachten op een onderzoek dat moet uitwijzen hoe groot het acceptabele verlies mag zijn. De norm die Alders en Bukman hanteren in de mestnotitie waarin het mestakkoord is uitgewerkt, is vijf kilo fosfaat per hectare in het jaar 2000. Het Landbouwschap gaat voorlopig uit van een veel grotere hoeveelheid uit te rijden fosfaat die niet door de gewassen kan worden verwerkt. Het Landbouwschap wil ook nauw worden betrokken bij het onafhankelijk onderzoek naar de acceptabele verliesnorm. Als de uitkomst daarvan te grote sociaal-economische gevolgen heeft voor de veehouderij, zal het Landbouwschap er niet mee akkoord gaan, zo bleek gisteren.

“De milieu-uitdaging willen we niet uit de weg gaan, maar veel effecten zijn nog niet te overzien”, aldus A. Latijnhouwers, vice-voorzitter van de katholieke boeren- en tuindersbond KNBTB, één van de drie landbouworganisaties binnen het Landbouwschap. Het milieu is belangrijk, maar de sociaal-economische positie van de sector gaat volgens hem voor. Maatregelen mogen streng zijn, maar boeren moeten er wel aan kunnen voldoen.