Kameel ook immunologisch een buitenbeentje

De kameel stond bij kenners altijd al bekend als een buitenbeentje. Dit is namelijk het enige zoogdier, waarbij de rode bloedlichaampjes een eigen celkern bezitten. Onderzoekers, verbonden aan de Vrije Universiteit in Brussel, hebben nu ontdekt dat de kameel nog veel opmerkelijker eigenschappen bezit en wel in het immunologische vlak.

In het kamelebloed blijken de immunoglobines functionale zware ketens te bezitten, die het complete repertoire aan antilichamen opwekken, zelfs zonder de bijbehorende lichte ketens. Tot nog toe meenden deskundigen te weten dat voor een volledige immunologische respons zowel de lichte als de zware ketens van het immunoglobuline nodig zijn, ook al zouden gesoleerde zware ketens theoretisch in staat moeten zijn om een immuunreactie op te wekken.

Uit een vergelijkende studie van de kameelachtigen in de wereld - de kameel en de dromedaris uit de Oude Wereld en de lama's uit de Nieuwe Wereld - blijkt dat bij al deze diersoorten zware-keten-immunoglobuline in overvloed aanwezig is in het serum. Ze beschikken over uitgebreide mogelijkheden om antigenen te binden, ook zonder bijbehorende lichte ketens.

Het nieuwe onderzoeksresultaat is niet louter curieus. Het opent perspectieven om antilichamen voor therapeutische doeleinden te ontwikkelen die minder gecomliceerd hoeven te zijn dan de antilichaampjes van mens of muis en toch functioneel zouden kunnen zijn. Kamelen staan tenslotte ook bekend om hun buitengewone taaiheid.

De antilichamen van de kameel zijn door de eeuwen heen in een normale immunologische omgeving door natuurlijke selectie verfijnd en gespecialiseerd. Ze kunnen in het laboratorium model staan bij het "ontwerpen' van nieuwe immunologische moleculen voor diagnostische, therapeutische en biochemische doeleinden. (Nature, 3 juni 1993)