Kabinet aanvaardt persfusieregeling

RIJSWIJK, 10 JUNI. Het kabinet aanvaardt de door de vereniging De Nederlandse Dagbladpers (NDP) ontworpen zelfregulering bij persfusies. Dat schrijven minister d'Ancona (WVC) en staatssecretaris Van Rooy (economische zaken) aan de Tweede Kamer.

De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) wijst de regeling van de hand. De NVJ vindt dat er een wettelijke regeling moet komen in plaats van de door de uitgevers ontworpen zelfregulering.

De regeling van de NDP bevat een verbod op fusies die leiden tot een marktaandeel van één derde of meer van de totale oplage van de dagbladenmarkt in Nederland. Dat verbod kan worden opgeheven door een verklaring van geen bezwaar, die moet worden afgegeven door een onafhankelijke commissie voor dagbladconcentraties. Deze onderzoekt of de aangemelde fusie concurrentie op de Nederlandse dagbladenmarkt belemmert.

Bij de beoordeling moet de commissie met een groot aantal criteria rekening houden, onder meer de keuzemogelijkheden op korte en middellange termijn voor krantelezers.

Het kabinet nodigde de uitgevers vorig jaar uit tot zelfregulering bij persfusies. Een wettelijke regeling wees het kabinet van de hand omdat deze op gespannen voet zou staan met de vrijheid van meningsuiting. In de brief aan de Kamer noemt het kabinet de voorgestelde code acceptabel.

De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) vindt zelfregulering niet effectief. De NDP-gedragscode is volgens de NVJ niet verplichtend en gemakkelijk te wijzigen. Daarom vindt de NVJ dat er een wettelijke persfusiecontroleregeling moet komen. De overheid ontloopt volgens de NVJ haar taak een pluriforme pers te waarborgen. Dat kan niet worden overgelaten aan werkgevers die in fusieprocessen zijn verwikkeld, aldus de NVJ.

De Nederlandse dagbladenmarkt, met een totale oplage van ruim 4,6 miljoen exemplaren, wordt nu voor ruim 80 procent beheerst door vijf concerns. Holdingmij De Telegraaf heeft een marktaandeel van bijna 25 procent, gevolgd door Nederlandse Dagbladunie met 17 procent, de VNU (16 procent), Wegener (13 procent) en de Perscombinatie (12 procent).