Het Surinaamse onderwijs is een ""verticaal, ...

Het Surinaamse onderwijs is een ""verticaal, hiërarchisch onderwijssysteem'', stellen de Groningse studenten onderwijskunde Nico van Loo en Gerkina Doze in hun doctoraalscriptie Drop-outs in het voortgezet onderwijs in Suriname (1992).

Voor het voortgezet onderwijs gelden officiële toelatingseisen. Het onderwijs is inhoudelijk sterk gericht op ""cognitieve leerinhouden''.

De twee signaleren in hun onderzoek een soortgelijke problematiek als in het Nederlandse onderwijs: de nadruk ligt in Suriname vooral op het algemeen vormend onderwijs, het beroepsonderwijs is onvoldoende ontwikkeld en heeft een gering aanzien. Terwijl zulk onderwijs juist voor economische ontwikkeling cruciaal is, ontbreken bijvoorbeeld afdoende opleidingsmogelijkheden op agrarisch gebied. Onduidelijk is bovendien hoeveel geld wordt besteedt aan ontwikkeling en innovatie. Het leeuwedeel van de forse onderwijsbegroting (300 miljoen gulden, 22 procent van de totale begroting) gaat op aan salarissen (49 procent) en subsidies (33 procent), in de meeste gevallen gratificaties, bonussen en premies. Van alle Surinaamse ambtenaren werkt 29 procent (11.000 man) bij Onderwijs en Volksontwikkeling.

Het onderwijs is sterk centralistisch geregeld. Vrijwel alles wat op school gebeurt, van het aanstellen van leraren tot klein onderhoud, moet worden goedgekeurd door het ministerie, dat ook alle kosten betaalt. Alle onderwijs, van kleuterschool tot universiteit, is gratis, behoudens een gering bedrag aan inschrijfgeld en boekenhuur. Ook het vervoer van leerlingen met schoolbussen wordt door de overheid gesubsidieerd.

Na het voorschools onderwijs (crèches, peuterscholen) van vier tot zes jaar gaan Surinaamse leerlingen tot hun twaalfde naar het Gewoon Lager Onderwijs, afgesloten met een General Achievement Test. Daarna volgt voortgezet onderwijs, op twee leeftijdniveaus: junioren (VOJ) en senioren (VOS). Het VOJ omvat speciaal onderwijs, lager beroepsonderwijs en algemeen vormend onderwijs. Middelbaar beroepsonderwijs, HAVO en lyceum zijn gerangschikt onder het VOS. Het hoger onderwijs omvat de Anton de Kom-universiteit en de Academie voor Hogere Kunst en Cultuur Onderwijs, beide in Paramaribo.

Volgens cijfers uit 1988 is 53 procent van de Surinaamse bevolking (404.962) jonger dan 20 jaar. De hoofdstad Paramaribo telt 216 scholen, met 67.056 leerlingen. In het hele land staan 453 scholen en zijn er 111.281 leerlingen.