Groen in zaken

"Woedende indianen eisen opheffen van houtkapverbod'; "Derde-wereldlanden raken steeds meer in trek bij eco-toeristen'; "Nationale bomenmars levert ruim 3,7 miljoen gulden op'; "Sportsponsoring is uit, bedrijfsleven kiest meer voor de natuur'.

Al zijn we nog steeds bezig het tropisch regenwoud in een hoog tempo te vernielen, er lijkt toch iets te veranderen. Hier en daar breekt het inzicht door dat we onszelf de das om doen als we "de longen van de wereld' kapot maken. Het blijkt dat "duurzame exploitatie' van tropisch regenwoud een hersenschim is: eenmaal beschadigd, wordt het nooit meer wat het was. Niet-kappen is het beste. Maar tegelijkertijd is er het dilemma dat je de lokale bevolking niet kunt voorschrijven hoe zij met hun bos moeten omgaan opdat wij kunnen blijven ademhalen. Terecht wordt ons in dat geval voorgehouden dat we de betreffende gebieden en landen dan maar moeten betalen voor hun "longen-van-de-wereld-functie'.

Zorg voor de leefbaarheid is er natuurlijk al lang. Onze Koningin sprak haar zorg al uit toen het volgens premier Lubbers met het milieu nog allemaal prima ging. Het zilveren huwelijk van Beatrix en Claus had een groen randje. We kennen in ons land Natuurmonumenten en op internationale schaal het World Nature Fund. In de Alpen is er Alp Action en in het Amazonegebied Amazonas forever green. Zo zijn er nog meer instellingen zonder winstoogmerk die zich inzetten voor behoud van de natuur.

De laatste jaren zien we ook steeds meer belangstelling van commerciële zijde. Bedrijven worden geprikkeld door milieuminister Alders en door de publieke opinie. Sommigen bekeren zich uit innerlijke overtuiging tot het natuurbehoud. Anderen spelen zuiver commercieel in op het groeiend groenbewustzijn van de consument. Daarbij zie je dat de een zich letterlijk groen presenteert en gewoon bruin doorgaat, terwijl het bij de ander niet alleen bij de presentatie blijft. Ondernemingen worden zich duidelijker bewust van hun positieve en negatieve invloed op de omgeving: ze zijn steeds meer aan het vermaatschappelijken. Marketing is tegenwoordig societal marketing. Ondernemers waren gewoon zich te verantwoorden tegenover hun vermogenverschaffers (het financieel jaarverslag). Inmiddels doen ze dit ook tegenover hun werknemers (het sociaal jaarverslag). Een enkeling publiceert al een verantwoording tegenover de produktiefactor natuur (het groene jaarverslag of ecoverslag).

En tegelijkertijd is het milieu, de natuur, het groen, een aspect van de manier waarop bedrijven hun klanten tegemoet treden. Dat kan door stille sponsoring van genoemde instellingen. De ene keer wordt de sponsoring heel beschaafd vermeld, soms wat luidruchtiger gecommuniceerd. Maar steeds meer leggen bedrijven een koppeling tussen de verkoop van hun produkten en het milieu. Ook dat gebeurt weer op verschillende manieren. Het produkt wordt milieuvriendelijker geproduceerd: minder fosfaat in wasmiddelen, afbreekbaar verpakkingsmateriaal. Daar zit dan vaak een afspraak - convenant - met minister Alders achter.

Soms compenseren ondernemingen (een deel van) de schade die ze aan het milieu toebrengen, door nieuwe bossen aan te planten. In weer andere gevallen kan de klant met zijn aankoop een groene goede daad doen. Een deel van wat hij betaalt, gaat naar een groen doel. Er bestaan zelfs fondsen waar de klant in natuurbehoud kan beleggen.

Een fraai voorbeeld van zo'n koppeling tussen de commerciële daad en het natuurbehoud levert het World Tree Fund (WTF), dat deze dagen voor het eerst naar buiten treedt. WTF, een Nederlandse stichting, kan beschikken over 72.000 hectare ongerept regenwoud op een zeer groot eiland (Marajó) in de monding van de Amazone. Dat is de helft van de provincie Utrecht. Het doel is dit regenwoud - en later ook andere wouden - ongerept te laten. Dat kan vanzelfsprekend alleen maar door de oorspronkelijke eigenaren zoveel te betalen dat het alternatief (houtkap) niet meer interessant voor ze is. De stichting brengt het geld daarvoor bij elkaar door de bomen te verkopen voor 25 gulden per stuk. In feite ontvang je een certificaat waarop een unieke code staat waarmee de plaats en de boomsoort wordt aangegeven. Het certificaat vermeldt uitdrukkelijk dat de boom niet gekapt mag worden. De certificaten kunnen als cadeau worden gebruikt, als relatiegeschenk of je krijgt als klant bij de aankoop van produkt X een boom cadeau. Ondernemingen die met zegeltjes werken kunnen de boom in hun assortiment opnemen. Wie een certificaat ontvangt, kan zich als eigenaar laten registreren en kan met die registratiekaart weer nieuwe bomen bestellen. Zo ontstaat een soort sneeuwbaleffect. De stichting koopt met de toestromende middelen opnieuw bossen die ongerept moeten blijven.

Met de plaatselijke bevolking heeft WTF duidelijke afspraken gemaakt. In dit geval gaat het om een relatief kleine gemeenschap die medezeggenschap krijgt over het gebied. Alles mag, behalve kappen. De mensen worden ingezet bij het beheer en de bewaking. Hun gezondheidssituatie en opleiding worden verbeterd. Een regenwoud levert meer dan hout: allerlei geneeskrachtige kruiden, zaden, rubber, plantaardige olie, palmharten, genetisch materiaal. Produkten die kunnen worden gewonnen zonder het woud aan te tasten. Er is een gebied met Açai-palmen dat als een plantage duurzaam kan worden geëxploiteerd.

WTF heeft een formule gevonden om de eigen ideële doelen te verenigen met die van de commercie. Met als resultaat dat de bomen overeind blijven en de lokale bevolking een beter bestaan kan opbouwen.

    • Rolf Schöndorff