GESCHIEDENIS

De afgelopen weken is op de opiniepagina onderstreept dat geschiedenis grotere aandacht verdient in het Nederlandse onderwijs. Maar het is ook zinvol te vragen waarom de belangstelling voor dit vak is verbleekt, in Nederland, ook elders; zelfs in het vanouds roemlustige Frankrijk.

Gewoonlijk wijst men bij de beantwoording van deze vraag op factoren als mondialisering en vrees voor accentuering van het nationale na de nachtmerrie van het nationaal-socialisme. Ik meen dat bovendien het "seculariseringsproces' een rol heeft gespeeld. De verticale dimensie wordt niet meer van belang gevonden. Godsdienst is verticaal; aandacht voor en kennis van de geschiedenis is dat eveneens.

In Nederland lijkt de afwijzende neiging sterker dan elders. Komt dit doordat wij van 1840 tot 1940 geheel afzijdig en als het ware buiten de Europese geschiedenis hebben gestaan? Natuurlijk doen wij "braaf' mee aan internationale organisaties. Maar verder prefereren wij de rol van de vermanende toeschouwer. Wellicht hebben wij dat gemeen met Zwitserland. Onze "kleinheid' geldt dan als excuus. Een speciale opdracht voor ons als land zien wij als te hoog gegrepen en dat noemen wij dan "flauwekul', een onvertaalbaar, maar veel gebruikt Nederlands woord.

Geschiedenis onderwijzen is meer dan informatie verschaffen. Er moet liefde voor het verleden worden gewekt. De zin ervan moet opnieuw duidelijk worden. Het moet opnieuw doordringen dat er een hiërarchie van waarden bestaat; dat anorganische en organische stoffen niet van dezelfde orde zijn. Dat de omstandigheid dat elk mens een schakel is in de keten der generaties niet alleen een feit, maar ook een opdracht is. En dat ons land - zo "klein' als het is - niet buiten de geschiedenis staat.

    • Peter Hintzen