Fotograaf volgt al 15 jaar het leven van Henny van de koekfabriek; De strijd om een paar seconden geluk

Aan de dagelijkse beslommeringen van Henny, een Brabants meisje uit een koekfabriek, zijn al vier fotoboeken gewijd. En het is de bedoeling dat er nog vele zullen volgen. De fotograaf heeft zelfs afspraken gemaakt voor het geval hij plotseling niet meer in staat zou zijn de boekenreeks voort te zetten. Twee deskundigen zullen dan een opvolger aanwijzen.

Henny is de trotse en vitale hoofdpersoon van de serie fotoboeken van fotograaf Michel Szulc-Krzyzanowski en journaliste Angeline van den Berg. Vijftien jaar geleden begonnen zij met het vastleggen van het dagelijks leven van het toen zestienjarige fabrieksmeisje. Na Neem nou Henny (1977), Henny een vrouw (1983) en Henny, 10 jaar uit haar leven (1987) verschijnt bij uitgeverij SUA deze week deel vier van het fotografische vervolgverhaal: Henny, een nieuw leven. De gelijknamige fototentoonstelling in het Amsterdams Historisch Museum zal morgen worden geopend door Hedy d'Ancona, minister van WVC.

Het eerste Henny-boek was een opdracht van de Stichting Landelijke Organisatie Vormingswerk Werkende Jongeren. Henny, zestien jaar en net van school, stond model voor al die jongeren die na het basisonderwijs gingen werken en (soms) nog een paar uur per week een vormingscentrum bezochten. Achter de lopende band van de koekfabriek droomt Henny van een baan als secretaresse, een huwelijk met Petro met wie ze al twee jaar verkering heeft, en kinderen krijgen. 's Ochtends bezorgt ze kranten en 's avonds maakt ze kantoren schoon. Haar verdiensten draagt ze thuis af. En van haar dertig gulden zakgeld per week spaarde ze een flinke uitzet bij elkaar: dertien tweepersoonslakens, dekschalen, een pedaalemmer, twee blikopeners, een fluitketel, een medicijnkastje en een vergiet.

De daaropvolgende tien jaar veranderde Henny's leven ingrijpend. Petro blijkt kort na hun huwelijk aan multiple sclerose te lijden. Zijn toestand verslechtert snel, een rolstoel en een arbeidsongeschiktheidsverzekering worden zijn deel. De oudste zoon vertoont tekenen van autisme, de jongste heeft een ernstige nierziekte en ligt een paar keer per jaar in het ziekenhuis. En altijd zijn er geldzorgen: de WAO-uitkeringen worden verlaagd, over de simpelste uitgaven moet worden gedubd. Maar hoe zorgelijk en onzeker het bestaan ook wordt, met een bewonderenswaardige fierheid gaat Henny de problemen te lijf. De neuroloog van Petro, die ongevraagd voorspelt dat hun huwelijk toch kapot zal gaan, krijgt zijn vet. Met haar wordt niet gesold.

De Henny-boeken zijn fascinerende lectuur. Koel registrerend, nimmer larmoyant, geven ze inzicht in de ontwikkeling van een karakter - een fotografische Bildungsroman. En daarnaast vormen ze een welkome aanvulling op de verslagen van de enquêtecommissie-Buurmeijer.

Zelf bezit Henny twee exemplaren van haar boeken. Eén set is verpakt in cellofaan, daar mag niemand aankomen. De andere noemt ze een soort trouwalbums, leuk om met de kinderen te bekijken. Je privéleven zo blootgeven vinden sommige familieleden nogal gewaagd. De buren daarentegen hebben geen weet van de fotoreportages: “Dat soort boeken wordt hier niet gelezen en ik loop er ook niet mee te koop.” Andere meisjes kunnen volgens Henny lering trekken uit haar geschiedenis: “Ik heb fouten gemaakt. Ik had langer naar school moeten gaan. En niet zo jong moeten trouwen. Maar van één ding heb ik absoluut geen spijt: van mijn kinderen.”

Haar huwelijk met Petro is twee jaar geleden toch gestrand. Vlak voor haar scheiding liet Henny een opstijgende vogel op haar schouderblad tatoeëren. Ze heeft het gevoel een nieuw leven te zijn begonnen. Vorig jaar is ze hertrouwd, met kabellegger Arie. Ze hebben een paar herdershonden uit het asiel gehaald en onlangs kregen ze een zoon: Daany. De kinderen uit haar eerste huwelijk wonen ook bij haar. En Petro? Met hem gaat het, volgens Henny, ook goed.

“Dat is het leven”, schrijft Henny in het voorwoord van het laatste boek, “een voortdurende strijd om je een paar seconden gelukkig te voelen. Want tegenover drie mooie momenten staan zeven lelijke. Ik ben tevreden met wat ik nu weer heb. Als ik nu naar mijn gezin kijk, vind ik dat ik in mijn handen mag klappen. Maar je bepaalt in wezen natuurlijk zelf waar de grens ligt en waarmee je gelukkig en tevreden bent.”