Fietsen door Lego-land

Insight Guides: Denmark. APA Publications, 1991. 342 blz. ƒ 45,- ANWB Reisgids: Denemarken, door Hans Hogendoorn. ANWB, 1993. ISBN 90-18-00224-0. 480 blz. ƒ 33,50 Kosmos Reisgids: Denemarken, door Ton Vingerhoets. Kosmos, 1993. ISBN 90-215-1986-0. 240 blz. ƒ 32,90

Gottmer Compacte Reisgidsen: Denemarken, door Judith Samson (vertaald uit het Engels). J.H. Gottmer, 1993. ISBN 90-257-2498-1. 128 blz. ƒ 16,90

Denemarken is lief. Ik zou geen ander land kunnen noemen waarop dit adjectief van toepassing is. De mensen zijn open en hebben een aangenaam gevoel voor zelfspot, waarin ze zich sterk van hun buren de Duitsers en de Zweden onderscheiden. Het landschap is idyllisch ruraal, op het kneuterige af, en wordt vrijwel nergens ontsierd door grote schoorstenen. Industrie van betekenis heeft het land niet. En Kopenhagen is een van de weinige metropolen die wat vriendelijkheid betreft kan wedijveren met Amsterdam, al is deze laatste stad ontegenzeglijk mooier en kosmopolitischer.

Kortom, niets is spectaculair aan Denemarken. Voor de paar Nederlanders die met vakantie naar het Noorden gaan, is het dan ook meer een land waar je doorheen moet om in Noorwegen of Zweden te komen, dan een zelfstandige vakantiebestemming. Waarmee pogen reisgidsen ons dan toch naar het land van Lego en Carlsberg te lokken? Drie van de vier hier besproken gidsen doen dat met een wit kerkje op het omslag. Zo blijft het natuurlijk lekker rustig daar. Overigens hééft Denemarken erg veel witte kerkjes. Alleen de op een internationaal publiek gerichte Insight Guide werpt een schattig blond meisje met appelwangen in de strijd. Ik geef me onmiddellijk gewonnen.

Wie zich wil voorbereiden op een vakantie in Denemarken is met de Insight Guide het best af, en dat komt niet door de appelwangen. Het boek is zeer fraai en kleurrijk gellustreerd, en verhaalt uitgebreid over geschiedenis, cultuur, en Cultuur. Na een kleine honderdveertig bladzijden leesverhaal wordt het land regio-gewijs behandeld. De laatste vijftig bladzijden zijn gevuld met weetjes en praktische tips. Daarmee zijn drie van de vier traditionele reisgids-ingrediënten vertegenwoordigd; alleen een overzicht van accomodaties ontbreekt. Opmerkelijk is dat de auteurs de lezer regelmatig adviseren op de fiets te stappen. Dat lees je niet veel in buitenlandse gidsen. Maar ze hebben gelijk: Denemarken is bij uitstek een fietsland. De afstanden zijn klein, de wegen goed en rustig, het landschap vlak tot glooiend maar nergens steil. Daarbij komt dat ieder ander vervoermiddel aanzienlijke nadelen heeft: met de auto ben je er veel te snel doorheen, met de trein mis je te veel en voor meerdaagse voettochten is het landschap toch wat saai.

Voor een fietsland mag je wel iets verwachten van een gids die wordt uitgegeven door een wielrijdersbond. “In deze gids vindt u dan ook meer informatie over fietsen dan gewoonlijk”, stelt de ANWB-gids. Om te vervolgen met: “Wel gebiedt de eerlijkheid ons te zeggen dat we zelf maar weinig ervaring hebben opgedaan met fietsen in Denemarken.” Het is duidelijk: een ANWB-lid verplaatst zich op vier wielen. Dat doet niets af aan de kwaliteiten van de ANWB-gids. Hij munt vooral uit in een overvloed aan details. Wie zich afvraagt wanneer het klooster in Saeby of de oude apotheek in Nakskov zijn gebouwd, vindt hier het antwoord. Nagenoeg ieder dorp wordt behandeld in het bijna vijfhonderd bladzijden tellende boek, dat door het smalle formaat en dunne papier toch gemakkelijk een plekje vindt in de bagage. Daar hoort het ook, want terwijl de Insight Guide echt een boek is om thuis te lezen en om plannen mee te maken, is de ANWB-gids een boek om onderweg van alles in op te zoeken, en na te gaan of er in het dorp waar je toevallig koffie bent gaan drinken nog iets bijzonders te zien is.

De ANWB-gids bevat weinig illustraties, alleen tekeningen en kaartjes. Maar daarin is de gids dan ook weer zeer compleet: van het onwaarschijnlijkste gat is een plattegrond opgenomen. Daarbij hebben de ANWB-auteurs wel een typische smaak, die de lezer vooral langs kerken, kloosters en andere oude gebouwen stuurt. Zo komen we van Skagen in Noord-Jutland achtereenvolgens te weten wanneer het stadsrechten kreeg (1413), dat de bevolking van de visvangst leefde, dat de oudste van de vier vuurtorens van 1747 dateert en dat de Laurentiuskerk in 1810 grotendeels werd afgebroken omdat hij door opdringend stuifzand ontoegankelijk was geworden.

De Insight Guide begint met de schoonheid van het licht en de aantrekkingskracht die Skagen vanaf de negentiende eeuw op kunstenaars heeft gehad. Dan worden enkele plaatsen genoemd waar schilderijen van Skagense schilders te zien zijn, dan komt de visserij, en dan pas de oude gebouwen.

De Kosmosgids is door zijn systematiek - bij iedere plaats worden telkens geschiedenis, bezienswaardigheden, accomodatie, eetgelegenheden en omgeving behandeld - eveneens een typische meeneemgids. Hij moet het in gedetailleerdheid afleggen tegen de ANWB-gids, maar hij bevat wel enkele (saaie) kleurenfoto's en adressen van campings, jeugdherbergen, hotels en restaurants. Ook de Kosmosgids heeft een preoccupatie met oude gebouwen. De gids is vaker dan de andere expliciet waarderend. Alle plaatsen worden met een, twee of drie ballen gewaardeerd naar mate van bezienswaardigheid. Over de ondergestoven Laurentiuskerk bij Skagen meldt de auteur openhartig dat er niet veel bijzonders aan te zien is (wat waar is). De enorme stuifduinen op het schiereiland waarop Skagen ligt, zijn echter wel uitermate fascinerend. In alle hier besproken gidsen komt de natuur er overigens wat karig vanaf.

De Gottmergids is verreweg het dunst, het kleinst en het beknopst. Er staan wel flink wat (kleine) kleurenfoto's in. De achtergrondinformatie in het begin stelt niets voor, de behandeling van dorpen en steden is wel bruikbaar. De gids bevat accomodatie-adressen, maar alleen van hotels, geen campings of jeugdherbergen. Hij is dan ook meer geschikt voor de wat gefortuneerdere vakantieganger die slechts een paar dagen in Denemarken blijft.

    • Dick van Eijk