Euthanasie bij groot deel van terminale aidspatiënten

BERLIJN, 10 JUNI. Driekwart van alle aidspatiënten in Nederland overlijdt door passieve of actieve euthanasie of sucide met hulp van een arts. In de meeste gevallen gebeurt dat bij de patiënt thuis.

Dit blijkt uit cijfers die de Amsterdamse huisarts H.M. Laane gisteren presenteerde op de negende internationale conferentie over aids, die deze week in Berlijn wordt gehouden. Hij baseert de percentages op de overlijdensverklaringen die in de afgelopen jaren in Amsterdam zijn afgegeven.

Laane maakt een onderscheid tussen het staken van mogelijk levensverlengend medisch handelen, toediening van pijnstillende opiaten in doses die tot de dood leiden, het toedienen van een dodelijke combinatie van geneesmiddelen (euthanatica) en het verstrekken daarvan, zodat de patiënt zelf zijn leven kan beëindigen.

Van alle overlijdensgevallen in Nederland is in 2,9 procent sprake van euthanasie of hulp bij zelfdoding. Voor aidspatiënten ligt dat percentage op 35. Levensverkorting door toediening van oplopende hoeveelheden opiaten gebeurt in 17,5 procent van alle overlijdensgevallen, voor aidspatiënten ligt dat percentage op twintig. Diezelfde percentages gelden voor het staken van mogelijk levensverlengend medisch handelen. Euthanasie bij aidspatiënten wordt in 65 procent van de gevallen door de huisarts gedaan, voor het resterende deel door de specialist in het ziekenhuis.

In Nederland hebben zich sinds het begin van de epidemie in 1981 2.575 gevallen van aids voorgedaan. De helft van het aantal patiënten is overleden. Voor het grootste deel bestaat de groep uit homo- of biseksuele mannen, namelijk 2.003. Daarnaast bestaat de groep mensen met aids uit 224 spuitende druggebruikers, 43 hemofiliepatiënten, 35 mensen die besmet bloed hebben gekregen, 192 patiënten die het aidsvirus door heteroseksueel contact hebben opgelopen, elf kinderen die door de moeder zijn genfecteerd en een aantal bij wie de wijze van besmetting niet is te achterhalen.

Binnen Europa telt Frankrijk tot dusver het grootste aantal gevallen met 22.939; dat komt neer op 403,1 per miljoen inwoners. Spanje is relatief het zwaarst getroffen met 441,2 per miljoen inwoners. Nederland heeft 163 gevallen op elk miljoen inwoners. Geschat wordt dat nog eens 10.000 mensen seropositief zijn, maar nog geen ziekteverschijnselen vertonen.