De meeste kinderen van Zenica kan het niets schelen als ze dood gaan

De strijd tussen moslims en Kroaten in en rond Travnik escaleerde na een gezamenlijk feestje - een welbekend scenario in de oorlog in ex-Joegoslavië. Maar achter dat scenario gaat een ander schuil: dat van de opdeling van Bosnië in een helft die zich bij Groot-Kroatië en een andere die zich bij Groot-Servië aansluit.

ZENICA, 10 JUNI. De sirenes in Zenica loeien: het is tijd voor de dagelijkse artilleriebeschieting door de Servische troepen in de heuvels. Regelmatig raken inwoners van de stad zwaar gewond door rondvliegende granaatsplinters, soms vallen er doden. De 12-jarige Srdjan Segvic heeft dekking gezocht in een openbare schuilkelder. Hij is een van de weinigen. Terwijl de granaten door de stad suizen, spelen kinderen op straat en staan mannen in de Bosna te vissen. “De kinderen hier zijn niet meer bang”, zegt Srdjan. “We zijn aan het geweld gewend geraakt. Bovendien, de meesten kan het niets schelen als ze dood gaan. Mijn moeder is nu op de markt.”

Zenica raakt afgesloten van de buitenwereld. Doorgaande wegen zijn geblokkeerd en bruggen opgeblazen. Het verkeer bestaat vrijwel uitsluitend nog uit VN-voertuigen en ambulances, zelfs de meeste Bosnische soldaten verplaatsen zich te voet. Buiten Zenica zijn de autoloze wegen vol voetgangers. Sommigen zeulen met een zak meel, anderen lopen met kruiwagens. Boeren, het geweer aan de schouder, laten hun vee niet in de steek, al hebben ze maar één koe.

Zenica - 150.000 inwoners en 40.000 vluchtelingen - vormt het geografische hart van Bosnië en is stevig in handen van het door moslims gedomineerde leger van Bosnië-Herzegovina. Servische beschietingen vormen al lang niet meer de grootste bedreiging voor Centraal-Bosnië. Het scenario is duidelijk: de Serviërs houden hun al maanden geleden veroverde posities vast, terwijl het Kroatische leger (HVO) probeert op te rukken naar het noorden. Het lijkt erop dat de definitieve val van de staat Bosnië-Herzegovina is ingezet en dat het alleen nog maar een kwestie van tijd is - en van duizenden vluchtelingen, doden en gewonden - totdat de totstandkoming van Groot-Servië en van Groot-Kroatië een feit is.

Noord- en Oost-Bosnië zijn in handen van de Serviërs, de enige toegang tot Centraal-Bosnië loopt via het zuiden. De weg over Mostar is echter afgesloten, sommige delen door Serviërs, andere door het HVO. De tweede weg is een door VN-troepen verbreed geitepad langs Prozor en Gornji Vakuf. Via deze weg bevooraden UNHCR-konvooien de moslim-enclaves in Noord- en Oost-Bosnië en gebieden in Centraal-Bosnië. VN-voedselhulp is uitsluitend bestemd voor vluchtelingen en niet voor de plaatselijke bevolking. Die wordt voornamelijk van voedsel voorzien door particuliere konvooien.

Sinds vier dagen staat een in tweeën gesplitste stoet van ruim driehonderd Bosnische trucks vast bij een HVO-blokkade vlak voor Tomislavgrad. Vertegenwoordigers van UNPROFOR en EG-waarnemers proberen wanhopig toestemming te krijgen om het voedselkonvooi te laten passeren, maar het Kroatische HVO weigert, op grond van steeds nieuwe argumenten. Gisteren stalen Kroaten een tankwagen, vijf ambulances en een aantal andere voertuigen uit het konvooi. Even tevoren wisten chauffeurs van het Internationale Rode Kruis en Médecins du Monde maar ternauwernood te ontsnappen toen zij in HVO-gebied nabij Kakanje onder vuur werden genomen.

Buitenlandse hulpverleners en waarnemers zijn het er over eens dat dergelijke acties passen in het Kroatische scenario het moslim-verzet te breken door uithongering van de bevolking. Dat er ook nog 400.000 Kroaten in de te bevoorraden gebieden wonen neemt het HVO kennelijk voor lief.

Midden-Bosnië is nog altijd een gemengd gebied, het ene dorp is Kroatisch, het andere moslim, het derde gemengd. Bijna iedere gemeente vormt een afgesloten eilandje, waarvan de grenzen zijn aangegeven met controleposten. Het onderlinge wantrouwen is groot, maar er zijn ook gemengde dorpen en steden waar de bevolking probeert ten koste van alles bij elkaar te blijven.

Zo'n stad was Travnik. Onder bemiddeling van de Nederlandse EG-waarnemer H. Morsink was na lange onderhandelingen overeengekomen om een gemeenschappelijk bestuur te vormen, als eerste stap ter implementering van het Vance-Owen plan. Maar het liep anders. Na een feestelijke bijeenkomst ter gelegenheid van het islamitische offerfeest, bijgewoond door moslims én Kroaten, besloten de moslims het feest elders voort te zetten. Onderweg werd het gezelschap, onder wie de hoogste imam, een aantal moslim-commandanten en een muziekgroepje, overvallen door een commando onder leiding van een kaalgeschoren Kroaat, die zich bedient van de naam Tuka.

Later die avond namen moslims wraak door een aantal Kroaten te mishandelen en uit hun huis te zetten. Kroaten sloegen op hun beurt een moslim-politieman in elkaar, waarna moslim-soldaten het enige HVO-gebouw in Travnik aanvielen en daar vernielingen aanrichtten. In korte tijd escaleerde het conflict. Morsink beschrijft de situatie als “een full-scale oorlog, waarbij de raketten, granaten, mortieren en kogels door de straten vlogen”. Woedende inwoners van Travnik zouden een sluipschutter hebben gelyncht die een spelend kind in de rug had geschoten.

Het ziekenhuis van Travnik kon de toestroom van gewonden niet meer aan, waarop Morsink dertien zwaargewonden, vooral vrouwen en kinderen, naar Zenica wilde overbrengen. Hij slaagde erin Travnik te verlaten, maar bij het eerste HVO-controlepost weigerden soldaten hem door te laten, “omdat zich onder de gewonden slechts één Kroaat zou bevinden”. Onverrichterzake keerde Morsink terug.

Het moslim-leger won de strijd in Travnik. Honderd verslagen Kroatische soldaten besloten zich aan te sluiten bij de overwinnaars, de rest droeg 1500 geweren, 60 mortieren, twee vrachtwagens met munitie en vijf houwitzers over aan de Serviërs. Morsink zegt “sterke aanwijzingen” te hebben dat Serviërs en het HVO afspraken hebben gemaakt om de moslims gezamenlijk te bestrijden.

In een land waarin alle verbindingen zijn verbroken en de bevolking in de greep van de angst leeft, is niets makkelijker dan het verspreiden van geruchten. De diverse strijdende partijen maken daar gebruik van. De strijd in het tot dan toe vreedzame Travnik heeft ongetwijfeld gevolgen voor de verhoudingen in de omliggende dorpen. Maar dat er de afgelopen dagen een massale slachtpartij onder de Kroaten in de regio-Travnik heeft plaatsgevonden lijkt onjuist. Morsink en andere EG-waarnemers bezochten driekwart van de bewuste dorpen en ze troffen geen sporen van etnische zuivering, moordpartijen of afgebrande huizen aan. “Ik zag maar één brandend dorp en dat was een moslim-dorp”, zegt Morsink. “Er is ongetwijfeld geplunderd en er zijn zeker Kroaten uit hun huis gezet. Maar berichten over grootschalige wreedheden lijken mij Kroatische propaganda.”

De meeste Kroaten zijn inmiddels uit Travnik vertrokken. Een deel van hen is naar Busovaca gegaan en slaapt daar in de open lucht. Drieduizend Kroaten zouden naar dat gebied zijn getrokken, dat in handen is van Serviërs. Morsink meent aanwijzingen te hebben dat niet alleen de moslims maar ook het HVO-leger Kroaten gedwongen heeft Travnik te verlaten. Hij sprak een man die gezien had hoe twee Kroaten door het HVO werden doodgeschoten toen ze weigerden uit Travnik te vertrekken.

De situatie in Zenica en andere steden in de regio verslechtert met de dag. Er is nog maar zelden drinkwater en slechts twee uur per dag elektriciteit. De telefoonverbindingen zijn verbroken, het vuil hoopt zich op in de straten. Voedsel is schaars, eenzijdig of onbetaalbaar. Voor de enkele bakkerijen die nog functioneren staan lange rijen mensen, overal lopen vrouwen en kinderen met jerrycans, op zoek naar drinkwater. Velen zijn vermagerd en zien er slecht uit. Ze zijn getraumatiseerd, gespannen en uitgeput. Kinderen bedelen om snoep of sigaretten. Bijna alle mannen, of ze nu 16 zijn of 55, lopen in camouflage-uniformen en dragen een geweer. Moslims en Kroaten zien hun voedselvoorraden slinken. Iedere dag doen nieuwe geruchten de ronde over slachtpartijen en beschietingen. Moslims en Kroaten plus de duizenden Bosniërs van gemengde afkomst voelen zich verlaten door de wereld en elkaar. Een moslim die zich tijdens een nieuwe granaatbeschieting in de bar van hotel International in Zenica bevindt, kijkt lusteloos toe hoe EG-waarnemers in witte granaatwerende vesten in looppas naar de schuilkelder snellen. “Ik begrijp die mensen niet”, zegt hij. “Ze denken dat dit iets voorstelt, maar de echte oorlog moet nog beginnen.”