Conflictbeheersing ligt in de uitverkoop

Conflictbeheersing, de internationale mode van gisteren, ligt in de uitverkoop. Ten tijde van de Koude Oorlog was zij voorwerp van wetenschappelijk onderzoek en intellectueel discours. Originele geesten als Robert McNamara en Herman Kahn ontwierpen het theoretische fundament van de gewapende vrede. Het "ondenkbare' werd in "war games' en "think tanks' denkbaar gemaakt, de echte oorlog werd beperkt gehouden tot de oerwouden en woestijnen van de Derde wereld. De atoomwapens zorgden ervoor dat het tussen Oost en West niet tot een directe schotenwisseling kwam.

Het einde van de Koude Oorlog maakte ook een einde aan de zekerheden van de conflictbeheersing. De kernwapens raakten op de achtergrond. Kleine potentaten op zoek naar macht, bevrijd van het dagelijkse toezicht der groten en voorzien van goedgevulde arsenalen, zagen geen beletsels om op avontuur te gaan. Even zag het ernaar uit dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in staat was de nieuwe conflicten te beheersen. Eensgezind bevrijdde twee jaar geleden een coalitie van staten onder auspiciën van de raad Koeweit van de legers van Saddam Hussein. Maar van preventieve afschrikking als gevolg van het geallieerde machtsvertoon bleek vervolgens geen sprake, zelfs niet waar het de Iraakse leider zelf betrof die onmiddellijk na zijn nederlaag een slachting vermocht aan te richten onder verschillende minderheden in eigen land.

Weliswaar kent de Veiligheidsraad een begin van consensus waar tijdens de Koude Oorlog slechts verdeeldheid bestond, maar die consensus heeft onvoldoende overtuigingskracht. Zoals de nieuwe Amerikaanse regering het formuleert, zijn nationale belangen niet in het geding. Conflictbeheersing staat of valt dus met de mate waarin de landen die ertoe doen menen dat hun belangen op het spel staan. Als zij van oordeel zijn dat de bestaande en zich aandienende conflicten hun belangen niet aantasten, zullen zij zich nauwelijks inspannen om die conflicten te beheersen of te voorkomen, hoeveel goed gekozen woorden zij er ook aan wijden.

Overigens verhult de door Washington gebruikte formule evenveel als zij onthult. Want soms zal de beheersing van een conflict juist in strijd met het nationale, of een beperkter politiek, belang worden geacht. Bijvoorbeeld de lange tijd volgehouden Russische afkeer van het Vance-Owenplan voor Bosnië was ingegeven door de onzekerheid van Jeltsin over zijn eigen toekomst. Pas na het voor hem succesvolle referendum waagde Jeltsin het de oppositie in Moskou te bruskeren en samen met Amerika de Serviërs onder druk te zetten. Nu in resolutie na resolutie daadwerkelijk optreden van de VN in Bosnië wordt aanbevolen, houden de Russen de handen toch liever vrij. Geen Russische soldaat mag tegenover het broedervolk komen te staan.

Ook de Amerikanen hadden beweegredenen om tegen het Vance-Owenplan te zijn. Veel meer dan dat het plan de Serviërs in de kaart speelt is er in Washington niet over gezegd en consequenties zijn aan die constatering ook niet verbonden, maar Clintons voorstel, overigens alweer half ingetrokken, om het VN-wapenembargo tegen Bosnië op te heffen kon, welke verdienste het ook mocht hebben, moeilijk als een bijdrage aan de beheersing van de conflicten daar worden gekenschetst. Hetzelfde geldt goed beschouwd voor het vijf-landenplan dat eind vorige week in een Veiligheidsraadsresolutie vorm heeft gekregen. Want het, eventueel met luchtsteun, verdedigen van enclaves van vluchtelingen kan de conflicten evengoed verlengen als bekorten.

Maar zelfs conflicten die zichtbaar de belangen van derden raken, worden als etterende wonden aan zichzelf overgelaten. De vele bloedige schermutselingen in de randgebieden van de voormalige Sovjet-Unie raken rechtstreeks de Russische Federatie, al was het maar omdat er Russische troepen bij zijn betrokken. En dat geldt eens temeer voor de gewapende conflicten in de randgebieden van de Russische Federatie zelf. Als Moskou in die gebieden al pogingen doet om de conflicten te beheersen, mogen die weinig succesvol worden genoemd. Aangevoerd wordt wel dat de Russen in voorkomende gevallen teveel partij zijn om met enige geloofwaardigheid conflictbeheersing te praktizeren. Maar dan komt er een einde aan de theorie: want het conflict wordt dan genegeerd ofwel omdat er geen belang van derden mee gemoeid is of juist omdat dat belang sterk aanwezig is.

Er zijn nog andere redenen te bedenken waarom de conflictbeheersing in een zo ellendige staat verkeert. President Bush verbond aan zijn tegeninvasie in Koeweit en Irak de belofte van een "nieuwe wereldorde' en wekte daarmee de indruk dat het Amerikaanse belang opnieuw de hele wereld zou gaan omvatten, zoals dat gedurende de Koude Oorlog het geval was geweest, sterker, dat de belangen van de gehele wereld in die nieuwe orde zouden samenvallen. De Amerikaanse bemoeienis met de historisch belaste verhouding tussen Israel en de Arabieren kreeg van Bush na afloop van de Koeweit-episode dan ook een nieuwe impuls. Maar het slepende overleg dat erop volgde, doet eerder denken aan de overbekende en bewust volgehouden impasse dan aan een nieuw elan dat nodig zou zijn om een doorbraak te bevorderen en dit fundamentele conflict in het Midden-Oosten werkelijk onder controle te brengen.

"Het nationale belang' blijkt een even rekbaar en opportunistisch begrip als het zo dikwijls aangeroepen algemeen belang. Voor iedere besturende generatie hebben die begrippen een andere en veranderlijke betekenis. Het Clinton-team trad aan met de boodschap dat de rechten van de mens na twaalf jaar Republikeinse verwaarlozing weer in het middelpunt van de aandacht zouden worden geplaatst. En het klonk alsof hier een historisch Amerikaans belang een nieuwe inhoud werd gegeven. Inmiddels doet de regering het voorzichtig aan met de homofielen in de strijdkrachten, is een omstreden voorvechtster van minderheidsrechten op het laatste moment een plaats in het federale bestuur onthouden, zijn de vluchtelingen uit Hati teruggestuurd, worden de Bosniërs aan hun lot overgelaten en behoudt China zijn voorkeursbehandeling op de Amerikaanse markt. Het Amerikaanse belang is "pluralistischer' gebleken dan Clinton zijn kiezers vorig jaar heeft voorgehouden. Conflictbeheersing heeft de tijd niet mee.

    • J.H. Sampiemon