Clinton trekt plan terug voor energieheffing

ROTTERDAM, 10 JUNI. President Clinton heeft onder druk van de Amerikaanse oliemaatschappijen en invloedrijke senatoren van de Democratische partij besloten zijn omstreden plan voor een energiebelasting drastisch aan te passen.

Het oorspronkelijke voorstel voor een extra belasting op brandstoffen op basis van de energiewaarde (warmteproduktie) dat de Amerikaanse schatkist over vijf jaar 72 miljard dollar had moeten opleveren, is door het Witte Huis ingetrokken. Clinton heeft nu zijn medewerkers gevraagd een nieuw plan uit te werken. Gisteren deed hij ook een beroep op deskundige senatoren van zijn eigen partij om suggesties voor een compromisvoorstel. Verwacht wordt dat de opbrengst daarvan aanmerkelijk lager zal zijn, omdat Clinton gedwongen is belangrijke industrieën een vrijstelling te geven, anders kan hij niet op voldoende politieke steun rekenen.

Ook binnen de Europese Gemeenschap wordt moeizaam gewerkt aan een energiebelasting, maar de ontwikkeling in de Verenigde Staten zal de tegenstanders in de kaart spelen. Het Verenigd Koninkrijk en Portugal moeten niets van de nieuwe belasting hebben en liggen dwars binnen de Raad van ministers. Clintons oorspronkelijke voorstellen zouden de prijs voor benzine en huisbrandolie licht verhogen, maar de Europese plannen zou de de prijs van ruwe olie inclusief alle heffingen tegen de eeuwwisseling meer dan verdubbelen, waardoor de brandstoffen veel duurder worden.

De energiebelasting was de laatste weken een van de redenen voor de snel tanende populariteit van president Clinton. Zelfs een geringe verhoging van de benzineprijs ligt in de Verenigde Staten politiek zeer gevoelig, omdat de Amerikanen zich sterk afhankelijk voelen van de particuliere auto. Maar ook de industrie oefende sterke druk uit op de president, omdat die geen verhoging van de produktiekosten kan gebruiken, net nu men uit de reccessie tracht te komen.

Minister van financiën Lloyd Bentsen zei gisteren in een boos commentaar in Washington echter dat Clinton werd gedwongen zijn plan in te trekken omdat "the Big Oil' (de machtige, grote oliemaatschappijen) misleidende informatie had verspreid die het voor veel congresleden onmogelijk maakte om de president te steunen. Die lobby heeft volgens Bentsen een sterke invloed gehad. “De grote oliemaatschappijen concentreerden zich op de oliestaten en de vertegenwoordigers en senatoren van die staten”, aldus Bentsen.