Branche laakt oneigenlijke concurrentie door detachering; Uitzendkrachten minder ingezet

BADHOEVEDORP, 11 JUNI. De omzet van de Nederlandse uitzendbureaus is vorig jaar met 1,9 procent gedaald tot 5,32 miljard gulden. Het aantal "uitzenduren' nam af met 7,7 procent tot 183,4 miljoen.

Dit blijkt uit het jaarverslag van de Algemene Bond van Uitzendondernemingen (ABU), dat morgen verschijnt. Het overgrote deel van de uitzendbureaus is verenigd binnen de ABU. Voorzitter W. Ruggenberg schrijft de daling van de vraag naar uitzendkrachten toe aan de slechte conjunctuur. De cijfers over 1992 zijn een voortzetting van de negatieve trend die zich al in 1991 aftekende. De vraag naar uitzendkrachten voor technische beroepen daalde met 12 pct. Opmerkelijk is dat de sterkste afname zichtbaar was in de toch weinig conjunctuurgevoelige gezondheidszorg (19,8 pct minder uren).

Behalve aan de verslechterde economische situatie in Nederland wijt de ABU de teruggang in uitzendwerk aan oneigenlijke concurrentie van “andere flexibele arbeidsvormen, bij voorbeeld detachering”. De ABU laakt in dat verband de hinder die uitzendondernemingen ondervinden van “beperkende regelgeving, bij voorbeeld op het gebied van de maximale uitzendtermijn”.

Detachering is het uitlenen van personeel op basis van een tijdelijke of vaste arbeidsovereenkomst. De laatste jaren, zo stellen de gezamenlijke uitzendbureaus, wordt onder de noemer detachering steeds vaker personeel uitgezonden. In feite valt deze "onzuivere' vorm van detachering onder de wettelijke regels voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (uitzenden). Voor opdrachtgevers zijn die regels - met name de maximale uitzendtermijn van zes maanden - een belangrijke reden om detacheringsbureaus in te schakelen, zegt de ABU.

Inmiddels heeft de organisatie het Centraal Bestuur van de Arbeidsvoorziening (CBA) gevraagd een einde te maken aan die situatie, omdat de uitzendbureaus vrezen voor “ontwrichting” van de uitzendmarkt. Zij menen dat verlenging van de maximale uitzendduur tot twaalf maanden op korte termijn een groot deel van het probleem kan oplossen. Indien op termijn een CAO voor langdurige uitzendkrachten tot stand komt, wordt een maximale termijn overbodig, aldus de ABU.

De bond streeft er daarnaast naar een entree te verwerven in branches waartoe uitzendkrachten traditioneel geen toegang krijgen: de bouw, de grafische sektor en het beroepsgoederenvervoer. Dagelijks werken in Nederland gemiddeld 121.000 uitzendkrachten. Dat komt overeen met 2,1 procent van het aantal mensen in loondienst, wat naar internationale normen veel is.