Boterham met tevredenheid

Jarenlang hebben wij de wereld lastiggevallen met onze kaas. Frau Antjes in Volendammer pakjes trokken in groten getale onze oostgrens over en veroverden met hun blokjes kaas en hun prikkertjes eerst Duitsland en later die ganze Welt.

President Mitterrand stuurde zijn ambassadeur Kemoularia naar Nederland met de opdracht ons kaasoffensief een halt toe te roepen en in ruil daarvoor aan te bieden de Rijn wat minder te vervuilen. Ieder volk of ras dat melkprodukten kan digereren kreeg zonder pardon onze Goudse en Edammer door de strot geduwd. En nu komt premier Lubbers opeens verklaren dat wij niet langer mogen zeuren om een extra-plak kaas op het brood, maar genoegen moeten nemen met een boterham met tevredenheid. Het is op zijn minst verrassend dat de zuivelcoöperaties, de Bond van Kaashandelaren en het Centraal Bureau voor de Kaas - ik neem tenminste aan dat al die organisaties bestaan - nog niet hebben geprotesteerd. Een teken van de lauwheid der tijden? Een paar jaar geleden hadden wij zeker kunnen rekenen op ludieke acties van als Kaaskoppen of Kaas- en Broodvolk verklede boeren en kaaskopers op het Binnenhof. Maar nu gebeurt er niets op het zuivelfront. Misschien komt het omdat op een boterham met tevredenheid toch altijd nog boter zit.

Het was slechts een van de vele vreemde uitspraken die onze premier de laatste maanden deed. Hij sprak ook over jongeren in kampementen en verklaarde dat hij zelf eigenlijk het liefst wil rusten, lezen en bidden. Vermoeidheid? Slechte adviseurs? Een zonnesteek? Wij weten het niet, maar als een van de bekwaamste politici die wij ooit hadden in enkele weken tijd zoveel vreemds zegt, vraag je je wel af wat er aan de hand is. Dat uitgerekend Lubbers ons broodjes zonder kaas voorschrijft, is trouwens wel zeer verrassend. Ik bedoel niet omdat hij premier en miljonair is en dus so wie so genoeg reden tot tevredenheid heeft. Integendeel, ik bedoel juist dat zijn spreekwoordelijke soberheid bij uitstek door het broodje kaas gesymboliseerd wordt. Het enige dat wij van zijn eetgewoonten weten - afgezien van de consumptie van bami in Bergschenhoek - is immers dat in het Catshuis en het Torentje niets anders geserveerd wordt dan broodjes kaas en glazen melk. Het verhaal gaat zelfs dat hij ook Mitterrand deze lunch wilde voorzetten. Maar om voortaan broodjes zónder kaas aan te bieden, dat gaat toch wel erg ver. Het doet enigszins denken aan de vermaarde bestelling uit Suske en Wiske: twee broodjes zonder kaas en twee broodjes zonder ham, waarop de ober na raadpleging van de keuken antwoordde: die broodjes zonder ham is geen probleem, maar de broodjes zonder kaas zijn op.

Het opvallendste is echter dat deze woorden zo snel zoveel effect hebben gehad, want een paar weken later al konden we lezen dat de binnenlandse consumptie gedaald is en ons land op een recessie afstevent. Maar dat was toch juist de bedoeling! Een stapje terug, allemaal op de nullijn, een boterham minder, de broekriem aangehaald, de zwakken ontzien, de zwaarste lasten op de sterkste schouders, bejaarden en buren vrijwillig en gratis geholpen, soberheid, zuinigheid, solidariteit, zo moest het gaan en zo gaat het nu. Maar dan luistert het Nederlandse volk eindelijk naar zijn leiders en is het weer niet goed en zien de mensen van Financiën en van de Nederlandsche Bank handenwringend onze welvaart in elkaar storten. Kortom, het is niet goed of het deugt niet. Maar zo gaat het, naar mijn indruk, altijd in de economie.

Ik heb de laatste jaren de economische pagina's en supplementen met zorg en aandacht gelezen en er het volgende uit geleerd. Als de dollar omhoog gaat, is dat een ramp voor onze economie. Wij zijn namelijk sterk afhankelijk van de import. Door de hoge dollar stijgen de prijzen. Het leven wordt dus duurder en dat leidt tot de roep om loonsverhoging. Daarmee komen wij in een gevaarlijke loon-prijs-inflatiespiraal terecht. Een stijgende dollar is dus slecht. Als de dollar daalt, is dat echter ook een ramp voor onze economie. Onze export wordt dan relatief duurder en aangezien wij sterk afhankelijk zijn van de export leidt dat tot stagnatie, recessie, werkloosheid etc. De dollar mag dus niet stijgen, maar ook niet dalen.

Dan is er de olieprijs. Als deze stijgt, is dat slecht voor onze economie. Wij zijn namelijk sterk energiegevoelig en als de energieprijs omhoog gaat, wordt alles duurder. Zo steekt het spook van inflatie, prijsstijgingen etc. de kop weer op. Dat is dus een groot gevaar. Als de olie daarentegen goedkoper wordt, is dat ook een ramp voor onze economie. Wij zijn immers sterk afhankelijk van het aardgas en daarvan is de prijs gekoppeld aan de olie. Als de gasprijs daalt, worden wij dus collectief armer. Bovendien ontstaat een begrotingstekort. Er moet dan meer worden geleend met als gevolg inflatie, loonsverhogingen etc. De olieprijs mag dus niet omhoog, maar ook niet omlaag.

Komen we nu bij de rente. Als de rente omhoog gaat, is dat een ramp voor de economie. De hypotheken worden onbetaalbaar, de consumptie daalt, de staatsschuld stijgt, de investeringen nemen af, de bedrijvigheid stort in. Het is kortom armoe troef. Als de rente daarentegen daalt, gebeurt er ook iets akeligs, maar ik ben vergeten wat. Het doet er ook niet toe. De boodschap is immers duidelijk. Of het nu gaat om de olie, de dollar, de rente, de overheidsuitgaven, de consumptie, het begrotingstekort of de landbouwprijzen, wat er ook gebeurt, het is een ramp voor onze economie. Onze enige hoop is derhalve dat er helemaal niets gebeurt, maar daar kunnen wij als klein land toch niets aan doen. Wij kunnen dus maar beter rustig afwachten.

Daarom zie ik ook het nut niet van een Centraal Planbureau als dat toch steeds zijn voorspellingen moet bijstellen. Wat heb je dan aan voorspellingen? Waarom zeggen we niet gewoon ieder jaar dat de economische groei één procent zal bedragen. Heel erg kan het dan niet tegenvallen en wordt het toch twee of drie procent, dan kan er op het Catshuis een extra-fles melk worden opengetrokken. Het Centraal Bureau voor de Statistiek kan dat na afloop heel precies uitrekenen. En wat een tijd en geld en gedoe zouden wij daarmee besparen. Waarom zouden wij het niet eens een paar jaar zonder Planbureau proberen? Wij hebben het ten slotte eeuwenlang zonder gedaan.

    • J.L. Wesseling