Bezoek

De heer M uit 's-G is op bezoek. De heer M heeft het niet makkelijk. Hij kan niet praten, verstaat je niet, kan zich slechts met de grootste moeite op handen en voeten verplaatsen, is niet in staat zich zelf te voeden en gebruikt zijn handen op gebrekkige wijze. Maar dat mag hem de pet niet drukken. De heer M is 8 maanden.

De heer M heeft er best zin in, ook al breekt regelmatig de pleuris uit. Dan stikt hij zowat in zijn gejammer. Wat wil je? Al dat getob met je lijf.

Bij het onderwijzen probeert de onderwijzer te bewerkstelligen dat de leerling kennis wordt bijgebracht. Mijn leerlingen barsten al van de kennis. Het lijkt soms of er niks meer bij kan. Onderwijzers onder elkaar praten daar wel eens over en vragen zich af, hoe dat komt. Lui? Moe? Dom? Geen zin?

Deze problemen liggen bij de heer M heel anders. Dat maakt ondanks de moeizame communicatie de omgang met de heer M zoveel aangenamer. Lui? Nee, zeker niet. De heer M gaat door tot hij er schreiend bij neervalt. Moe? Regelmatig, maar dan wordt de heer M doorgeschoven naar zijn moeder. Die is altijd in de buurt. Zou dat op school ook niet kunnen. In het schoolreglement: “Alleen die leerlingen worden tot de lessen toegelaten, welke zonder voorbehoud ten allen tijde door hun moeder en/of zijn/haar plaatsvervanger/ster worden begeleid.” De moeders zitten stil achter in het lokaal. Kwekt een kind, dan zeg ik: “Mevrouw Grootgrutter, neemt u hem even mee naar de gang?”

Dom, is de heer M dom? Geen idee. Ik denk het niet, want hij is familie. Hij wordt gemonitored door het Rode Baby Kruis of de Acute Zuigelingen Zorg of zoiets, en die zeggen dat alles goed is. Nou ja, dat kan ik ook wel zien. Zin? Meestal heeft de heer M zin. Geen zin, dan is moeder weer onder handbereik. Niets belet dus voorspoedig onderwijs.

De heer M weet nog haast niets. Zodra je hem met de juiste intonatie iets uitlegt, iets vertelt, lijken zijn ogen wel zuignappen die de kennis eruit en (bij hem) er weer in trekken. Daarbij laat hij de mond nog wel eens wat open hangen, zodat enige droedel naar beneden droedelt.

Een korte samenvatting van de cursus. Het uitstallen van fel gekleurde voorwerpen en deze benoemen: "Eén, twee, drie, vier' leidt tot gegraai. Het tellen gaat hem ver, ver boven de pet. In de handen klappen wekt zijn aandacht. Als hij zich concentreert, klapt hij ook. Vindt dit kunstje vervolgens zo weinig interessant, dat hij over gaat tot andere bezigheden. Aardig dat iemand met zulke beperkte fysieke mogelijkheden zo druk kan zijn.

Enige tijd ben ik bezig geweest voorwerpen op te laten stijgen en vervolgens onder oorverdovend geraas op zijn hoofd te laten landen. Hij was gefascineerd. Zo zelfs, dat hij volledig voorbij ging aan de sensatie van het plastic speeltje op zijn bijna kale schedel - niet kalend, maar beharend. Hij blijkt absoluut niet in de gaten te hebben, dat deze oude Spitfiregejank-producerende persoon vóór hem iets te maken heeft met dat zijdelings naderende voorwerp waar hij af en toe een blik op werpt. De herrie is veel interessanter.

Leerlingen die weinig weten zijn mij het liefst. Die kan ik nog wat leren. Dat geldt zeker voor de heer M. Hij is mij zeer lief.