Alijev lijkt op weg terug naar de macht in Baku

MOSKOU, 10 JUNI. De Azerbajdzjaanse president Abulfaz Elçibey, in het nauw gedreven door muitende soldaten die nu al bijna een week enkele steden controleren en tientallen regeringsfunctionarissen in gijzeling houden, heeft een beroep gedaan op zijn grootste en gevaarlijkste tegenstander, de voormalige communistische partijchef Geidar Alijev. Elçibey heeft Alijev vannacht gevraagd premier te worden.

Alijev, nu "president' van de enclave Nachitsjevan die zich de facto van Azerbajdzjan heeft afgescheiden, sprak gisteravond in Baku met Elçibey en spreekt vandaag de mejlis toe, het parlement dat in spoedzitting bijeen is gekomen.

Met zijn knieval hoopt Elçibey zijn positie als president te redden door de rebellen te kunnen verzoenen en de nationale consensus te herstellen. De opstandige militairen, die vorige week de stad Gandja hebben veroverd, eisen namelijk zijn aftreden. Volgens hen is de regering verantwoordelijk voor het bloedbad dat vrijdag in Gandja is aangericht, toen zeventig mensen omkwamen bij gevechten tussen muiters en regeringsgezinde eenheden. Hun leider, kolonel Suret Huseinov, die eerder wegens de militaire nederlagen tegen Armenië werd ontslagen als commandant van Nagorny Karabach, heeft gisteren laten doorschemeren dat hij een terugkeer van Alijev zou toejuichen.

Met de concessies aan Alijev heeft Elçibey zijn positie in eigen kring tegelijkertijd ernstig verzwakt. Rond het parlement hebben zich aanhangers van het Volksfront verzameld om te protesteren tegen de eventuele terugkeer van de ex-communist.

Alijev was als partijleider onder Brezjnev jarenlang het enige niet-slavische lid van het Sovjet-politburo. Hij heeft in de jaren zeventig en tachtig korte metten gemaakt met de oppositie én de mafia. Elçibey was een van zijn slachtoffers. Op last van Alijev werd hij twee jaar gevangen gezet wegens “anti-Sovjet activiteiten”.