Zakenlui op bres voor Guatemala

MEXICO-STAD, 9 JUNI. Lang hoefden ze er niet over na te denken, de invloedrijke zakenmensen in Guatemala. De poging van president Jorge Serrano Elás op 25 mei om alle macht in het land naar zich toe te trekken, zou desastreuze gevolgen hebben voor de toch al zwakke Guatemalteekse economie. De dagen volgend op 25 mei gaven de zakenlieden gelijk. De Verenigde Staten, een aantal Europese landen en Japan bevroren de ontwikkelingshulp, het woord "staatsgreep' was genoeg om de toeristen weg te jagen en de cruciale export kwam onder druk te staan.

Mogelijk waren de zakenmensen gedreven door patriottistische gevoelens in hun uiteindelijk succesvolle verzet tegen inmiddels ex-president Serrano en diens vice-president Gustavo Espina. Maar boven alles was de dreigende catastrofe voor de Guatemalteekse economie reden voor de machtige confederatie van handels- en industriële kamers (CACIF) om te trachten een negatieve trend te keren. De directeur van het Onderzoekscentrum voor de Nationale Economie (CIEN), Pablo Schneider, zei in het weekblad Crónica dat “het verlies van vertrouwen” als gevolg van de autogolpe ("zelf-staatsgreep') het belangrijkste element was bij de angst voor een verdere economische achteruitgang.

CACIF speelde, naast het leger, een sleutelrol in de gebeurtenissen van de afgelopen twee weken in Guatemala. En hoewel de intussen tot president gekozen jurist en oud-ombudsman voor de mensenrechten Ramiro de León Carpio niet hun keuze was, zijn de omstandigheden naar het oordeel van de zakenmensen weer gunstig genoeg om aan het herstel van de economie te werken.

President De León staat ook wat dat betreft voor een zware taak. In de afgelopen twee jaar onder president Serrano ging het geleidelijk economisch bergafwaarts met Guatemala. Weliswaar groeide de economie met ruim 4 procent - het hoogste groeicijfer in zeven jaar tijd - maar dit succes dreigt te worden weggevreten door de inflatie, die vorig jaar bijna 12 procent bedroeg en nog steeds niet tot staan is gebracht. Het inflatiecijfer over 1992 was overigens een aanzienlijke verbetering ten opzichte van voorgaande jaren, met als dieptepunt 60 procent in 1990.

Als alle grondstof-exporterende landen leed ook Guatemala onder de blijvend lage prijzen voor onder meer koffie en katoen. De koers van de nationale munt, de quetzal, eens in een vaste koersverhouding van 1:1 ten opzichte van de Amerikaanse dollar, daalt nog steeds en bedroeg begin deze week Q 5,8 voor een dollar.

Opmerkelijk genoeg heeft de instabiele politieke situatie van de afgelopen twee weken niet geleid tot een run op de dollar of andere verstorende effecten, zoals die werden gevreesd door CACIF. Het wegvallen van toerisme werd in elk geval ten dele goedgemaakt door de massaal toegestroomde internationale pers. Inmiddels heeft Washington de hulp aan Guatemala, na de installatie van president De León, weer ontdooid. Eind vorige week beschikte het land over netto reserves van een half miljard dollar. De León zal ook op korte termijn een nieuw economisch team moeten benoemen, nadat de minister van economische zaken na de val van Serrano zijn ontslag indiende.

Onder president Serrano was begonnen met een plan van economische stabilisering, waarbij bestrijding van de inflatie en verkleining van het overheidstekort centraal stonden. Onderdeel van dit plan was de privatisering van staatsbedrijven, waarvan Guatemala er overigens niet veel heeft. Belangrijk zwaktepunt zijn bedrijven als het staatsenergiebedrijf. In Guatemala wordt de energie nog steeds gerantsoeneerd en zijn black-outs aan de orde van de dag.

De liberalisering van de handel en het verlagen van invoertarieven leidden vorig jaar tot een stijging met 44 procent van de import. Als gevolg van een aantal loonrondes steeg ook het reëel beschikbare inkomen van de Guatemalteken. Desondanks is de ontwikkeling van de lonen ver achtergebleven bij die van de prijzen en beschikt met name de plattelandsbevolking doorgaans inkomens die ontoereikend zijn.

President De León heeft de sociaal-economische situatie in het land, waar tweederde van de bevolking onder de absolute armoedegrens leeft, tot zijn hoogste prioriteit verklaard na de stabilisering van de democratie. Onduidelijk is nog of hij evenals zijn voorganger zal aansturen op een verdere integratie in de Middenamerikaanse gemeenschap van landen en het afsluiten van vrijhandelsakkoorden met landen als Mexico, Colombia en Venezuela. Algemeen geldt in Guatemala, evenals in de meeste andere landen in Midden-Amerika, de gedachte dat verdere liberalisering van de handel niet alleen winstgevend kan zijn, maar ook een absolute noodzaak is voor de ontwikkeling van deze achtergestelde regio.