Ulhôa maakt zijn dans ondergeschikt aan een pakkend toneelbeeld

Voorstelling: Questions sur la folie. Choreografie en toneelbeeld: Sergio Ulhôa; dansers: Claudia Trajano, Linhares Junior, Froilan Medina; decor: Eric van der Palen; licht: Kiki Heslenfeld; kostuums: Flavio Pons; geluidsband: Jaap Lintyer. Gezien: 5/6 Den Haag Korzo. Verder: 10 t/m 12/6 Amsterdam.

De Braziliaanse danser/choreograaf Sergio Ulhôa (1961) realiseerde in juni 1992 zijn eerste Nederlandse produktie in Studio Danslab, Amsterdam. Van Khazar is mij slechts bijgebleven dat het een statische voorstelling was waarin een meterslange lap werd uitgespreid die bezaaid was met sleutels. In Questions sur la folie, gemaakt bij het Haagse Korzo theater, komt ook zo'n doek voor, nu echter bedekt met glasscherven. Ulhôa vindt pakkende beelden belangrijker dan inventieve dans.

Het jarenlange wachten van Penelope op de thuiskomst van Odysseus, vormt de inspiratiebron voor Questions sur la folie. De choreograaf ziet het wachten als een tijdspanne die opwekt tot bespiegeling. Een periode waarin een keuze kan rijpen tot de katharsis plaatsvindt.

Drie dansers vertolken alle rollen. In het paleis van de koning van Ithaka speelt het leven zich af onder dreigende lichtornamenten, kroon en guillotine ineen (ontwerp Eric van der Palen). Twee mannen ijsberen langs de zijmuren van het speelvlak. Links Froilan Medina, die alle minnaars in een verenigt. Tegenover hem Linhares Junior als de dienaren (-essen). Zijn vingers geven het verkruimelen van de tijd weer. De handen vormen bloemen, trekken herfstdraden en dwarrelen neer als sneeuwvlokken.

De beeldschone Claudia Trajano maakt een stormachtige entrée als Penelope. De wielen van haar crinoline (een schitterende creatie van Flavio Pons) denderen over de vloer als de TGV. In wanhoop zijgt haar bovenlijf neer op de hoepelrok in dramatische poses. Zij is de prooi van vriend en vijand, wordt heen en weer geslingerd tussen de trouw aan haar oude liefde en de aantrekkingskracht van de nieuwe. Pas als zij het schervenpad - symbool voor de gebroken harten van haar vrijers - heeft bewandeld, overwint de kuisheid. Een gordel ter dikte van een tafel beschermt haar onschuldige naaktheid. Jaap Lintyer bedacht bij deze taferelen een geluidsband met zwaarmoedige muziek, Freudiaans galopperende paarden, knetterend vuur en een vrouwenstem.

Ulhôa's werk valt in de kategorie bewegingstheater. De meeste "dans' zit in het bovenlichaam en de armen. De handelingen zijn sober en soms tergend traag. Maar Questions sur la folie is een hecht stuk dat aan duidelijkheid zal winnen als de drie uitvoerenden zich meer inleven in hun rollen.