Tijdelijk windstilte aan rentefront

AMSTERDAM, 9 JUNI. Het EMS ademde de afgelopen week een sfeer van rust. Die werd met name veroorzaakt door de verkiezingsoverwinning in Spanje van de regerende socialistische partij, die meer "EMS-minded' wordt geacht dan de oppositie.

Echter ook de verdere Deense renteverlaging (met 0,5 procentpunt), de herhaalde woorden van Bundesbank-zijde dat voorlopig geen grote rente-aanpassingen in Duitsland zijn te verwachten, de uiterst stabiele gulden/DM-koers (circa 1,1220 gulden) en de relatief lange looptijd van de jongste speciale belening in ons land (8 dagen) droegen alle aan deze sfeer bij.

Toch zullen niet alle centrale bankiers, met name die in Frankfurt, de recente ontwikkelingen met onverdeeld genoegen hebben aanschouwd. De overwinning van de Spaanse socialisten heeft de recente geringe positieversterking van de D-mark binnen het EMS namelijk weer teniet gedaan. Beleggers, die vóór de verkiezingen de veilige haven van het DM-blok (D-mark, gulden, Belgische frank) hadden opgezocht, draaiden hun posities weer terug toen de verkiezingsuitslag zich aandiende. Ook het positieve werkgelegenheidsnieuws uit de Verenigde Staten, dat een stijging van de dollarkoers tot gevolg had, hielp mee aan een verzwakking van het DM-blok.

De D-mark, de zwakste munt uit het DM-blok, bevindt zich nog lang niet op de bodem van het EMS. De Bundesbank zal echter niet het risico willen lopen dat het zover komt. Vandaar haar voorzichtige houding ten aanzien van verdere renteverlagingen. Vanochtend bleef het Duitse repo-tarief voor de vijfde achtereenvolgende week ongewijzigd op 7,6 procent. Toch is, gelet op de Duitse (en Europese) conjunctuur, binnen niet al te lange tijd een nieuwe rentestap van de Bundesbank gewenst. Om hiervoor de ruimte te scheppen, zal een aantal andere EMS-landen binnenkort wellicht eerst een voorzichtige renteverlaging in eigen land doorvoeren, waardoor de valuta's van deze landen iets verzwakken ten opzichte van de D-mark. Zo'n renteverlaging zou overigens ook prima passen in het conjuncturele plaatje van de landen in kwestie, te weten Nederland, België, Frankrijk, Spanje en wellicht Ierland.

De weekstaat bood geen opvallende zaken. Rijksbetalingen van per saldo 1,8 miljard gulden (onder andere aan sociale fondsen) verruimden de geldmarkt. DNB roomde hiervan 0,8 miljard gulden af door middel van een ophoging van de geldmarktkasreserve (looptijd tot 15 juni). Daar zij tevens een 0,7 miljard gulden lagere belening beschikbaar stelde (looptijd eveneens tot 15 juni, tarief onveranderd 7 procent), konden de banken hun toch al hoge beroep op de voorschotfaciliteit nauwelijks verminderen. De besparing op het contingents(voorschot-)verbruik daalde dan ook van 1,7 tot 1,5 punt. De koersstijging van de dollar en van enkele andere valuta's leidde tot een opwaardering van de deviezenreserves van DNB met 0,4 miljard gulden.

Bron: Economisch Bureau ING Bank