Sfeer rondom vredesproces M-Oosten steeds positiever

TEL AVIV, 9 JUNI. Vanuit het Israelische militaire hoofdkwartier in Tel Aviv bekeken ziet het Midden-Oosten er betrekkelijk vredig uit. Volgens generaal Uri Saguy, hoofd van de militaire inlichtingendienst, is de kans op vrede zelfs groter dan op een nieuwe Israelische-Arabische oorlog. “De Arabieren zullen alles in het werk stellen om de vredesonderhandelingen voort te zetten omdat ze geen alternatief hebben”, zegt hij.

Deze Israelische interpretatie van de Arabische instelling ten opzichte van het vredesoverleg snijdt aan twee kanten: Israel rekent uiteindelijk op een positieve afronding van de vredesonderhandelingen en gaat er vanuit dat het voor vrede niet de maximale territoriale prijs aan de Arabische landen en de Palestijnen hoeft te betalen.

Toen het vredesoverleg in Madrid eind 1991 begon was het voor Jeruzalem minder duidelijk dan thans het geval is dat de onderhandelingen wel kunnen worden onderbroken maar niet afgebroken. De val van het ideologische Likudbewind en de opvolging door het pragmatische regime van de Arbeidspartij in de afgelopen zomer zijn naast de internationale conjunctuur factoren die het vredesoverleg in een vaste baan hebben gebracht.

In de voorafgaande bilaterale onderhandelingsronden en in de multilaterale besprekingen over zulke uiteenlopende onderwerpen als wapenbeheersing, milieu en waterrechten hebben de partijen elkaar leren kennen en getest. Wat enkele jaren geleden, zelfs na het precedent van de Israelisch-Egyptische vrede, nog ondenkbaar was, is gewoon geworden. Israeliërs, Arabieren en Palestijnen praten met elkaar en zo wordt de psychologische muur van vijandschap langzaam maar zeker afgebroken. Zozeer zelfs dat zowel in Amman als in Jeruzalem al wordt gesproken over een Israelisch-Jordaanse vrede, zij het natuurlijk niet voordat inzake de Palestijnse problematiek vooruitgang is geboekt.

Het gonst hier dezer dagen van vredesgeruchten. Allerlei varianten van "hoe verder' sijpelen vanachter gesloten kabinetsdeuren door naar de media. De "Gaza-eerst-gedachte', als test van de Palestijnse bestuursautonomie, lijkt veld te winnen - niet alleen bij premier Yitzhak Rabin maar ook bij PLO-leider Yasser Arafat. Gisteren zei minister van buitenlandse zaken Shimon Peres dat Israel niet vóór maar al tijdens de onderhandelingen met de Palestijnen veel eerder uitgewezen Palestijnen zal toestaan naar hun woonplaatsen terug te keren. Gezien de sterke oppositie in de bezette gebieden tegen verdere Palestijnse deelneming aan de vredesbesprekingen kan de Palestijnse leider Faisal Husseini zo'n belofte heel goed gebruiken.

Door Rabin wordt zelfs gesproken over opwaardering van het vredesoverleg naar het niveau van ministers van buitenlandse zaken. Dat is een aanwijzing dat het tijdperk van (territoriale) beslissingen in zicht komt. Weer duiken berichten op over pogingen van Rabin om een top met de Syrische president Hafez al-Assad te beleggen en over een spoedige ontmoeting van de ministers van buitenlandse zaken van Israel en Syrië. Die vallen samen met de gisteren door minister Peres bevestigde Amerikaanse bereidheid een Israelisch-Syrische vrede te garanderen (Amerikaanse troepen op de Hoogvlakte van Golan).

De Syrische leider is er volgens de interpretatie van generaal Saguy niet op uit het vredesproces te torpederen, maar diens voor Israel zenuwslopende onderhandelingstechniek stelt aan de Israelische onderhandelaars wel hoge eisen. Nog steeds geldt dat Rabin niet wil aangeven wat de omvang is van de Israelische ontruiming van de Golan voordat Assad hem duidelijk maakt wat voor vrede Syrië voor ogen staat. “De sfinx is in Egypte geboren maar leeft in Damascus”, was deze week een van de rakere typeringen van de situatie door Peres.

Vooral de berichten over een actievere Amerikaanse rol in het vredesproces inspireren positieve verwachtingen van de tiende vredesronde in Washington. In Jeruzalem bestaat de indruk dat de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Warren Christopher het er bij de vorige vredesronde bij heeft laten zitten doordat hij te veel door de Joegoslavische burgeroorlog in beslag werd genomen. “Dat zou James Baker niet zijn overkomen”, schreven Israelische kranten.

De Jerusalem Post zei gisteren in een hoofdartikel de gedachte niet van zich te kunne afzetten dat de met een ernstig imagoprobleem kampende president Bill Clinton naar een succes in het Midden-Oosten zoekt om wat van zijn verloren populariteit en geloofwaardigheid terug te winnen. Dit naar aanleiding van de uitspraak van Warren Christopher van deze week dat “de Amerikaanse regering met daden zal demonstreren dat de komende besprekingen een prioriteit vormen”. De Palestijnen hebben gulzig naar zo'n Amerikaanse uitspraak uitgekeken. Grotere Amerikaanse betrokkenheid wordt in Palestijnse kringen uitgelegd als druk op Israel om inzake het verband tussen bestuursautonomie en de toekomst van de bezette gebieden toe te geven. De Amerikanen zijn niet alleen van plan actiever in de Israelisch-Palestijnse besprekingen krachtiger tussenbeide te komen maar hebben dat voornemen ook ten aanzien van de besprekingen tussen Israel en Syrië.

Succes is bij de volgende vredesronde niet verzekerd. De sfeer rondom het vredesproces wordt echter beduidend positiever. Jeruzalem begroette gisteren met vreugde de opheffing van het Koeweitse handelsembargo tegen maatschappijen die handel met Israel drijven en ook een recente opmerking van koning Fahd van Saoedi-Arabië dat de moslim-wereld de realiteit van Israels bestaan moet erkennen, dragen tot een betere sfeer bij. De komende weken zou het vredesproces wel eens de positieve wending kunnen nemen waar Rabin zo naar uitkijkt om het jaar 1993 te kunnen besluiten met één of meer vredesverdragen.

    • Salomon Bouman