Schadevergoeding voor Oostenrijkse joden

TEL AVIV, 9 JUNI. Oostenrijkse joden komen in aanmerking voor schadevergoeding. De Oostenrijkse kanselier Franz Vranitzky heeft vanmorgen in Jeruzalem onthuld dat zijn regering daarover met de Oostenrijkse joodse organisatie en andere joodse groepen overeenstemming heeft bereikt.

Vranitzky zei dat kort na de beëindiging van een bezoek aan Yad Washem, het gedenkteken in Jeruzalem dat herinnert aan de moord op zes miljoen joden tijdens het Hitler-tijdperk. In het gastenboek van Yad Washem schreef de Oostenrijkse kanselier dat “het gevaar niet is geweken en we allemaal goed moeten opletten”.

Tot 1991 heeft Oostenrijk geweigerd schadeloosstelling in overweging te nemen omdat het land zich als een slachtoffer van het nazisme beschouwde. In 1991 kwam in dat standpunt verandering toen Vranitzky verklaarde dat de Oostenrijkers niet alleen slachtoffers maar ook dienaars van het nazisme waren. Vranitzky herinnerde er vanmorgen aan dat in Wenen reeds drie jaar geleden een fonds in het leven is geroepen voor ondersteuning van uit Oostenrijk afkomstige joden die buiten Oostenrijk leven.

Het gisteren begonnen vierdaagse bezoek van Vranitzky is het eerste officiële bezoek van een Oostenrijkse kanselier aan Israel. Het sluit het tijdperk van gespannen relaties tussen beide landen af in verband met het oorlogsverleden van de Oostenrijkse ex-president Kurt Waldheim.

Bij zijn aankomst in Israel sprak Vranitzky de hoop uit de komende de dagen zijn Israelische gastheren ervan te kunnen overtuigen dat “Oostenrijk uit de schaduw van zijn verleden is gekomen”.

De Oostenrijkse kanselier ontkende dat hij met een boodschap van PLO-leider Yasser Arafat voor premier Rabin naar Jeruzalem was gekomen. Berichten daaromtrent deden de ronde nadat hij enkele dagen geleden in Wenen een onderhoud met de Palestijnse leider had gehad.