Provinciegrens-overschrijdende muziek uit betonmolens

Inl. Consort 020 - 62349600

DE KWAKEL, 9 JUNI. Wie wil weten wat de vox populi zoal te berde heeft te brengen over moderne kunst, dient dezer dagen plaats te nemen op het dijkje langs de Amstel bij De Kwakel. In het aangrenzende weiland trotseren negenennegentig oranje betonmolens de cynische blikken van de lokale bevolking. "De Zang van een Voortgaande Beweging' heet het project dat kunstenares Barbara van Loon hier gestalte gaf in opdracht van de provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht. Van Loon traceerde in de atlas het punt waar de grenzen van de drie provincies - die hun nauwere samenwerking op cultureel gebied willen onderstrepen - bij elkaar komen en belandde in De Kwakel. Hier richtte zij een installatie in met betonmolens. “Ontzettend mooie instrumenten,” meent de kunstenares die liefkozend over "klankkasten" spreekt. Verspreid in het weiland opgesteld kunnen de afzonderlijke betonmolens dankzij een ingenieus computerprogramma in beweging worden gezet. Gevuld met knikkers, aluminium buizen en plastic vorken laten ze nu eens een agressief geknetter, dan weer geruis of melodieus geklingel horen. Van Loon testte achtendertig verschillende materialen voordat ze haar keuze maakte: “Want plastic vorken klinken anders dan plastic lepels”. De verschillende geluidsgroepen zijn van elkaar gescheiden; om de onderlinge grenzen verder te benadrukken zijn diagonale banen in het weiland gemaaid. “Provinciegrenzen zijn grillige lijnen, deels door de natuur gevormd, maar hier ook wel bepaald door de verkavelingen. Ik wilde iets met grenzen doen. Het opheffen en opwerpen van grenzen is aan de orde van de dag.”

Tientallen vrijwilligers zijn al ruim een week bezig met de opbouw van het project. “Barbara is erg veeleisend” verzucht een medewerker. “Elk detail moet exact zoals zij het zich heeft voorgenomen. Maar als je het resultaat eenmaal ziet, valt alles op z'n plaats en blijkt dat ze gelijk heeft”. Een dag voor de officiële opening van de installatie worden overal de puntjes op de i gezet. De muziekinstallatie (op zaterdagavond 19 en 26 juni en 3 juli vinden om 22 u concerten plaats) wordt getest, andere medewerkers zijn druk doende de grasstroken bij te scheren en brengen de belichting op orde. Tentjes in een naburig weiland maken duidelijk dat een deel van de medewerkers blijft overnachten. Van Loon kan dat wegens ouderlijke verplichtingen zelf niet doen. In een schriftelijk statement figureert haar zoontje als bron van inspiratie. De kunstenares geeft volgens deze verklaring invulling aan haar werk door volwassenen met de verbazing en verbeeldingskracht van een kind naar de omgeving te laten kijken. Van Loon deed dat enkele jaren geleden al eens in een ballet voor negen kranen in de haven van Amsterdam. Met het betonmolenproject realiseert ze een lang gekoesterde wens om "betonmolens uit hun context te halen en tot muziekinstrumenten te transformeren'.

Het ontbreekt lokale milieu-activisten evenmin aan verbeeldingskracht. Bij het horen van het woord betonmolen wist de "groengroep' het zeker: dit project was een bedreiging voor het milieu. Pogingen het project te verbieden liepen op niets uit. Van Loon zegt gewend te zijn aan oppositie: “Mijn projecten roepen weerstand op. Het is elke keer weer een groot gevecht." Die laatste opmerking moet vooral figuurlijk worden genterpreteerd. Het kost menigeen tijd en moeite het project te waarderen. Illustratief is de houding van Piet Langelaan, de boer die zijn weiland beschikbaar stelde. “Ik vond het eigenlijk maar onzin” erkent hij. “Maar Barbara heeft me uitgelegd hoe het in elkaar zat. Dan weet je tenminste van de hoed en de rand. Toen dacht ik: goed, dat wil ik dan wel meemaken”. Bij Van Loon en haar vrijwilligers heeft Langelaan, die regelmatig een helpende hand toesteekt, zich mateloos populair gemaakt. Hij kan zijn land enige tijd niet hooien, maar wordt daar financieel voor gecompenseerd. In de buurt heeft dat tot de suggestie geleid dat hij er "wel flink aan zal verdienen'. Langelaan maakt zich meer zorgen over zijn collega's: “Die denken misschien dat ik gek ben. Ze zeggen: daar gaan onze goeie centen. Ik wordt er wel op aangekeken dat ik er aan meewerk”. Hij is inmiddels meer begrip voor het project gaan tonen. “Je moet er een tijdje bij stil gaan staan. Dan begint door te dringen wat het is”. Hij vertelt hoofdschuddend hoe pas nog een groepje vrouwen op de dijk elkaar in afkeuring probeerden te overtreffen. “Maar het valt me op: als ze een tweede of derde keer komen, en ze staan niet in een groep... dan vinden ze het toch wel boeiend”. Langelaan heeft iets meer respect voor kunstenaars gekregen. “Het is een beroep. Een vak. Ik ben er wel achter gekomen dat daar wel wat bij komt kijken. Het zijn mensen die doordenken”.

    • Erik Spaans