Profetische Buñuel opnieuw te zien

Le journal d'une femme de chambre. Regie: Luis Buñuel. Met: Jeanne Moreau, Michel Piccoli, Georges Géret, Jean Ozenne. In: Amsterdam, Rialto; Utrecht, 't Hoogt.

Met bewonderenswaardige consequentie brengt de gesubsidieerde distributeur International Art Film alle Franse klassiekers van Luis Buñuel opnieuw uit. Het is op zichzelf genomen al een feest om zo'n schitterende zwart-wit-Cinemascope-film in een puntgave 35mm-kopie op een groot doek geprojecteerd te zien. Maar er zijn veel meer redenen om deze bewerking van Octave Mirbeau's roman uit 1964 (eerder verfilmd door Jean Renoir in Hollywood, 1946), al dan niet opnieuw, te bekijken.

Jeanne Moreau speelt er een van haar meest geacheveerde rollen in, een fijntjes-ironisch portret van een kamermeisje dat anno 1930 uit Parijs naar de provincie trekt om daar de geborneerde decadentie van haar werkgevers zonder een spier te vertrekken voor eigen doeleinden aan te wenden.

In een van zijn eerste Franse films loopt Buñuel, zoals achteraf geconstateerd kan worden, al vooruit op het bijtende absurdisme van latere meesterwerken als Le charme discret de la bourgeoisie en Le fantôme de la liberté. Hier lijkt Buñuel nog dicht tegen het realisme aan te hangen, misschien zelfs een hommage te bewijzen aan de "nouvelle vague', maar wie goed kijkt ziet dat de Spaanse sater zich nu reeds in constante verbazing verlekkert aan de monsterlijkheid van de machthebbers.

In een opzicht kan Le journal d'une femme de chambre zelfs profetisch genoemd worden. De ontvankelijkheid voor extreem-rechtse politieke opvattingen van de hielenlikkende koetsier Joseph (Georges Géret) is gekoppeld aan een concrete historische werkelijkheid, namelijk die van de Action Française, die aan het slot van de film met in hun gelederen een kindermoordenaar richting Tweede Wereldoorlog opmarcheert. Maar het gecompliceerde verband tussen sociale frustratie, aangeboren slechtheid en liefdevol gekoesterde haat, gevoed door de kilte van de bourgeoisie, is eenvoudig toe te passen op de huidige opmars van het neo-fascisme.