PKK belooft bloedige zomer; Turkse regering wil Koerdische opstand "uitroeien'

ANKARA/ BAR ELIAS, 9 JUNI. De Turkse regering is vastbesloten de Koerdische opstand “uit te roeien”. Dat heeft de Turkse minister van binnenlandse zaken Ismet Sezgin gisteren onderstreept kort nadat de Koerdische separatistische rebellen hun eenzijdige bestand hadden opgezegd.

Sezgin zei dat de Turkse strijdkrachten hun strijd in het Koerdische zuidoosten voortzetten “tot de PKK (Koerdische Arbeiderspartij) is uitgeroeid” en dat deze strijd “met de steun van de natie met succes zal worden bekroond”. Hij voegde eraan toe dat de staat weigert “te marchanderen met bandieten”. Toch sloot hij concessies niet uit. Een eerste dergelijke maatregel was de gisteren afgekondigde amnestie voor PKK-aanhangers die zich niet aan geweld hebben schuldig gemaakt.

Enkele uren tevoren had PKK-leider Abdullah Öcalan in Bar Elias in Libanon het in maart afgekondigde staakt-het-vuren opgezegd en de Turkse staat de “totale oorlog” verklaard tot Ankara met onderhandelingen instemt. “Met ingang van vandaag is er geen staakt-het-vuren meer, want de centrale macht in Turkije heeft de hand weggeduwd die wij naar haar hadden uitgestoken”, zei hij op een persconferentie. “Dit wordt de bloedigste zomer in de Turkse geschiedenis”, dreigde hij.

Toen hij op 17 maart het eenzijdige bestand bekendmaakte liet Öcalan doorschemeren de gewapende strijd te willen opgeven en, zei hij, niet langer te streven naar een Koerdische staat, maar genoegen te willen nemen met erkenning van de Koerdische rechten in een federale staat. Er zijn aanwijzingen dat radicale facties binnen de PKK niet gelukkig waren met Öcalans concessies. Volgens sommige waarnemers was de PKK-hinderlaag waarin op 24 mei 33 ongewapende Turkse soldaten de dood vonden, het werk van dergelijke haviken die het bestand wilden ondermijnen. Öcalan zelf houdt vol dat die actie het antwoord vormde op de voortgaande Turkse militaire activiteit.

De Turkse autoriteiten zagen het staakt-het-vuren als niets anders dan een zwaktebod - de stilzwijgende erkenning dat de PKK zware schade heeft geleden tijdens de regeringsoffensieven van de afgelopen winter. Onder andere ondernam het leger toen samen met de Iraakse Koerden een grootscheepse operatie tegen PKK-bases in Noord-Irak, waarbij de PKK zonder twijfel zware verliezen zijn toegebracht. Bovendien heeft Syrië onder druk van Ankara de steun aan de PKK verminderd. Het is dan ook de vraag of de PKK in staat is de strijd tegen de Turkse staat effectief te hervatten.

De strijd tussen de PKK en Ankara heeft sinds 1984 meer dan 6.000 levens geëist. In Turkije leven ongeveer 10 miljoen Koerden, van wie meer dan de helft in de steden van het westen woont en nauwelijks belangstelling heeft voor een Koerdische staat. (AFP, AP)