Onderzoek wijst uit: Kemron werkt niet tegen aids

BERLIJN, 9 JUNI. Het alternatieve middel Kemron tegen aids werkt niet. Dat is gebleken uit een door de Wereld Gezondheids Organisatie (WHO) betaald onderzoek. Het onderzoek is verricht door de Makerere Universiteit in de Oegandese hoofdstad Kampala.

Kemron is één van de alternatieve geneesmiddelen, die enkele jaren geleden in Nederland werden gentroduceerd door de Stichting Fight for Life, uit onvrede met het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, dat naar de mening van aids-activisten te traag was met het doen van onderzoek naar nieuwe stoffen tegen aids. Fight for Life importeerde de stof zelf in bulk vanuit de Verenigde Staten.

Bij de Oegandese studie waren 560 seropositieven betrokken, die verschijnselen van aids vertoonden en nog slechts over een betrekkelijk laag aantal witte bloedcellen beschikten, die een belangrijke rol spelen in de afweer. Een groep van 280 seropositieven kreeg dagelijks Kemron, de andere groep een fopmiddel. Het experiment duurde zestig weken.

In de loop van die periode bleek dat in beide groepen de sterfte even groot was. Dat gold ook voor de verslechterende gezondheidstoestand, dalend lichaamsgewicht en een stabiele daling van het aantal witte bloedcellen. Geen van de patiënten werd van seropositief seronegatief, zoals drie jaar geleden werd geclaimd door een onderzoeksgroep in Kenia. Dat experiment werd uitgevoerd door de Kenyan Medical Research Institute (Kemri) onder 199 patiënten met aidsverschijnselen en vijf die waren genfecteerd maar geen symptomen te zien gaven.

Bij die studie werd geen controlegroep betrokken, die een fopmiddel kreeg. De Keniaanse onderzoekers rapporteerden dat ze al na enkele dagen symptomen zagen verdwijnen en achttien patiënten zouden geheel en al van het virus verlost zijn. Op grond van die hoopgevende resultaten heeft de WHO besloten het onderzoek te herhalen. De conclusie luidt nu dat geen van de bevindingen van de Kenianen kon worden bevestigd.

Kemron wordt gegeven in de vorm van zuigtabletten. Het gaat om heel lage doses interferon alfa. Interferon is een eiwit dat door het lichaam zelf wordt aangemaakt, maar met recombinant DNA-techniek kan worden gefabriceerd. Het lichaam maakt interferon aan om zich tegen virusinfecties te wapenen. In dier-experimenteel onderzoek is aangetoond dat paarden en runderen met lage doses interferon kunnen worden beschermd tegen “shipping fever”, een virale infectie van de luchtwegen die dodelijk kan zijn, maar vooral sterk gewichtsverlies veroorzaakt. De werking van dit in de vorm van een neusspray toegediende interferon zou kunnen worden verklaard uit de stimulering van cellen in het slijmvlies, die vervolgens naburige cellen aanzetten ook interferon te gaan produceren. Bij katten werd ook een positief effect gezien bij leukemie.

Al in 1987 werd in het Britse medische tijdschrift de Lancet gemeld dat de stof in lage dosis effecten had bij aids. In wetenschappelijke kring werd sterk getwijfeld aan de werkzaamheid, maar de brief was voor de Keniaanse groep aanleiding de stof te gaan testen.

Omdat het AMC geen kans zag naast de lopende onderzoeken ook nog een studie te doen naar Kemron, besloot Fight for Life in 1990 zelf een onderzoek op te zetten. Het middel was in Nederland niet geregistreerd. De patiënten in Amsterdam kregen Kemron in flesjes. Gedurende een kwartier moest de patiënt de vloeistof in zijn mond houden. Er namen 87 mannen aan deel: drie spuitende druggebruikers, twee hemofiliepatiënten en 82 homoseksuelen. Bij geen van de deelnemers werd vastgesteld dat hij van seropositief seronegatief werd, ook niet na drie maanden, en evenmin na een follow-up van twee jaar. Evenmin is verbetering gezien in het bloedbeeld en de immuniteit. Het enige resultaat dat de Fight-for-life-studie heeft opgeleverd was dat de eetlust onder de deelnemers enigszins verbeterde, hetgeen tot een gewichtstoename van tweeëneenhalve kilo leidde.

    • Bram Pols