NS: nieuw wapen tegen zwartrijden

UTRECHT, 9 JUNI. De Nederlandse Spoorwegen hebben een nieuw wapen gevonden in de strijd tegen het zwartrijden. Een schadesom van meer dan 400 gulden kan door de kantonrechter worden opgelegd aan degene die zonder betaling reist en weigert binnen 7 dagen een kaartje verhoogd met een kleine boete te kopen.

Die uitspraak volgt uit een verkorte procedure die de NS in februari bij het Amsterdamse kantongerecht hebben aangespannen tegen een zwartrijder. In deze zaak traden de NS op als kredietverlener en daagden zij de zwartrijder voor het gerecht op grond van wanbetaling. Tot nu toe wordt zwartrijden beschouwd als een strafrechtelijke overtreding, waarbij het OM tot vervolging overgaat. In een civielrechtelijke procedure kunnen de NS zelf als eiser de zwartrijder aanspreken.

“Sinds halverwege 1992 hebben wij iets nieuws aan ons beleid tegen zwartrijders toegevoegd”, bevestigt een NS-woordvoerder. Behalve overdracht van personalia van zwartrijders aan het OM bekijkt de afdeling Financiële Zaken van de NS per geval of het mogelijk is een civielrechtelijke procedure aan te spannen. Volgens de woordvoerder hebben de NS hiermee al een aantal keren succes geboekt. NS krijgen dagelijks ongeveer duizend zwartrijders in de trein, op een totaal reizigersaantal van 750.000 à 800.000 per dag.

Pag.10: "Spoorwegen geven krediet'

“De Nederlandse Spoorwegen hebben een creatieve manier gevonden om zwartrijders aan te pakken”, zegt de Amsterdamse deurwaarder P. van Roon, die in de procedure voor de kantonrechter optrad als gemachtigde voor de NS. De kern van dit proefproces was volgens hem een zinsnede in de Wet Persoonsvervoer, waarin wordt gesteld dat “het reizen zonder geldig vervoerbewijs een situatie (is), waarin de NS de reiziger krediet verleent”. Een reiziger die niet voldoet aan zijn plicht binnen maximaal zeven dagen zijn treinkaartje te betalen en niet op de aanmaningen reageert, kan civielrechtelijk worden aangesproken op wanbetaling.

Of de nieuwe aanpak van de NS effectief zal zijn, wordt door juristen betwijfeld. “De bedragen lonen meestal de moeite niet”, zegt prof. K.F. Haak, hoogleraar handelsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Uit het in februari uitgesproken vonnis blijkt dat zwartrijders kunnen worden veroordeeld tot een bedrag van om en nabij de 400 gulden. In de executiefase kan dat bedrag nog verdubbelen. De Spoorwegen zelf zien hiervan alleen de ritprijs plus eventueel een opslag terug. Haak kan zich wel voorstellen dat bij de NS overwegingen als preventie of de bevrediging van het rechtsgevoel van legaal reizende passagiers ook een rol spelen.

Al eerder heeft een openbaar-vervoerbedrijf getracht zwartrijders civielrechtelijk te vervolgen. Het Haagse vervoersbedrijf HTM spande vorig jaar februari een proefproces aan tegen negen zwartrijders, met de bedoeling na te gaan of de inning van boetes buiten het openbaar ministerie om geregeld kan worden. De HTM ergerde zich eraan dat de chronische overbelasting van het justitiële apparaat er toe leidde dat slechts een klein deel van de overtreders wordt vervolgd. Het proefproces is voor de HTM geen succes geworden. Niet verbazend, vindt Van Roon: “De HTM werd in het ongelijk gesteld omdat zij een strafrechtelijk opgelegde boete via een civielrechtelijke procedure wilden incasseren.”

Openbaar-vervoerbedrijven kampen bij de opsporing van zwartrijders vaak met het probleem dat de door de passagiers opgegeven namen of adressen niet correct blijken te zijn. Ook de overtreders van wie de gegevens wel kloppen, worden in de praktijk maar zelden aangepakt omdat het openbaar ministerie naar eigen zeggen niet over voldoende mankracht beschikt. “Nu de kantonrechter een civielrechtelijke procedure heeft goedgekeurd, kan de NS de incasso's elders uitbesteden”, zegt Van Roon, die zelf met collega-deurwaarders bezig is met het opzetten van een incasso-organisatie onder de naam Collect Control. Hij heeft naar eigen zeggen al met verscheidene openbaar-vervoerbedrijven gesproken over de mogelijkheid de incasso over te nemen.