Nigerianen laten zich niet muilkorven

Ondanks regimes die de mensenrechten veelvuldig schonden heeft de Nigeriaanse bevolking met haar onuitroei- bare vrijheidsdrang zich nooit laten muilkorven. Actievoer- ders voor de rechten van de mens elders in Afrika volgen de ontwikkeling in Nigeria met argusogen en hopen dat de victorie daar begint.

LAGOS, 9 JUNI. Een uitgesproken liefde voor vrijheid, die de drijfveer vormde van de onafhankelijkheidsstrijders in de jaren vijftig, heeft in Nigeria stand gehouden. Terwijl elders in Afrika na de eerste onafhankelijkheidsjaren zonder veel verzet autoritaire eenpartijstaten werden gevestigd, wist Nigeria een relatief grote vrijheid en pluralisme te bewaren.

Primitieve dictators als Amin, Mobutu, Banda of Eyadema zouden in Nigeria worden uitgelachen. Onder zowel militaire als burgerregimes voerden Nigerianen campagne voor bescherming van hun mensenrechten. Nigeriaanse heersers met sterke dictatoriale neigingen, zoals president Buhari in 1984, moesten onder druk van de bevolking snel het veld ruimen. De Nigerianen lieten zich nooit muilkorven.

Sinds de militaire machtsovername van president Babangida in 1985 werden talrijke particuliere mensenrechtenorganisaties opgericht, meer dan waar ook in zwart Afrika. “Dat toont aan hoe zijn regime de mensenrechten schendt”, zegt in Lagos Segun Jegede van het Comité voor de Verdediging van de Mensenrechten. Aanhangers van Babangida menen precies het tegendeel: dat de organisaties konden worden opgericht toont de tolerantie aan van de militaire heersers.

De relatief grote vrijheid in vergelijking met andere Afrikaanse staten stemt de Nigeriaanse mensenrechtenorganisaties er niet milder op. In harde termen veroordelen zij het regime van Babangida. De organisaties sloten zich aaneen in een Campagne voor Democratie. Zij vormen nu de best georganiseerde oppositie tegen het militaire regime.

“De staat heeft het rechtssysteem onderdrukt en verkracht”, zegt Clement Nkwankwo, die leiding geeft aan het Project Constitutionele Rechten. “De regering negeert vonnissen van de rechtbanken, sluit kritische kranten en arresteert journalisten en leiders van mensenrechtenorganisaties. Babangida heeft meer dan welke regering ook in het onafhankelijke Nigeria de rechten van de mens geschonden.”

Nkwankwo's groep helpt niet alleen politieke gevangenen maar neemt het tevens op voor gewone misdadigers. “Van diefstal of moord beschuldigde arrestanten zitten soms jarenlang in overvolle gevangenissen in voorarrest”, vertelt hij, “onder uiterst slechte omstandigheden rotten zij weg in de cellen. Zij worden simpelweg vergeten.”

Amnesty International ageert al jaren tegen de verplichte doodstraf die staat in Nigeria op gewapende overvallen. In een poging de chronische misdaad te bestrijden vaardigde de regering in 1970 een decreet uit waaronder speciale tribunalen, die geen hoger beroep toelaten, gewapende overvallers veroordelen. In 1984 onder president Buhari werden 355 doodvonnissen uitgevoerd, in 1990 120.

De Nigeriaanse mensenrechtenorganisaties nemen hun missie in de meest ruime zin van het woord op en ijveren bij voorbeeld in toenemende mate voor behoud van persvrijheid. Nigeria kent een voor Afrika ongekend levendige en kritische pers. In het hele land worden 35 dagbladen uitgegeven, 34 weekbladen en 19 magazines.

In oktober 1986 werd Nigeria opgeschrikt door de moord op hoofdredacteur Dele Giwa van het kritische magazine Newswatch. Enkele dagen voor zijn dood was Giwa op het matje geroepen door de staatsveiligheidsdienst. Deze beschuldigde hem ervan een socialistische revolutie te willen ontketenen. Twee dagen later belde het hoofd van de veiligheidsdienst hem op en vroeg Giwa om een routebeschrijving naar zijn huis. De volgende dag leverden onbekenden een pakje af bij Giwa's huis. Volgens zijn zoon, die dit pakje in ontvangst nam, stond erop: van de opperbevelhebber van het leger, met de instructie dat alleen Giwa het mocht openen. Bij het openen ontplofte een bom. Giwa vond onmiddellijk de dood. De schuldigen werden nooit gevonden. De Nigeriaanse journalisten voelden zich gentimideerd door deze moord.

En met reden, want werd een officiële campagne tegen de pers ingezet. De militairen sloten de afgelopen jaren talrijke kranten en zetten journalisten achter de tralies wegens “beledigende publikaties”, of zoals een regeringsfunctionaris het noemt: “journalistiek terrorisme”. Het laatste slachtoffer in een lange rij betreft het magazine The News dat eind vorige maand met een editie wilde uitkomen onder de kop "Help! Nigeria is stervende'. Een legertje veiligheidsagenten bestormde de drukkerij in Lagos, nam de drukplaten en alle exemplaren van het blad in beslag en vergrendelde de redactielokalen. Het betrof de tweede sluiting van een magazine in drie maanden. De intimidatie ten spijt verschijnen er nog steeds kritische publikaties.

“Nigeria heeft de individuele rechten van de mens ernstig geschonden”, concludeert Clement Nkwankwo. Hij treft voorbereidingen voor zijn vertrek naar de grote mensenrechtenconferentie in Wenen volgende week. Daar zal hij pleiten voor “de onderdrukten in mijn land”, maar eveneens, zich bewust van de voortrekkersrol die Nigeria vervult in Afrika, voor de rest van het continent. Zijn grootste kritiek is dat “Afrikaanse regeringen democratische tendenzen tegenwerken. Er wordt in Afrika geen democratische cultuur geschapen”.

Zijn verwijt is ook gericht op Westerse landen en internationale financiële instellingen, “die door hun hulp aan Afrikaanse regeringen ondemocratische regimes steunen. Wanneer regeringen de mensenrechten schenden zou niet alle buitenlandse hulp moeten worden stopgezet. Daar pleit ik niet voor, want dan straf je de gehele bevolking. Hulp aan particuliere ontwikkelingsorganisties moet doorgaan”.

Westerse regeringen volgen sinds het einde van de koude oorlog steeds meer een dergelijke politiek. In bij voorbeeld Kenia, Zare en Malawi proberen zij op deze wijze democratische hervormingen af te dwingen.

Afrikaanse regeringen van hun kant leggen de nadruk op de rechten van de gemeenschap op ontwikkeling en sociale zekerheid, waaraan, zo lijkt de gedachte, de individuele mensenrechten soms ondergeschikt zijn. De Organisatie van Afrikaanse Eenheid nam in die geest het Handvest van de Mensen- en Volkerenrechten aan. “De Afrikaanse regeringen hebben de rechten van de gemeenschap vaak onderstreept om de onderdrukking van de individuele mensenrechten goed te praten”, kritiseert Nkwankwo. “Individuele rechten moeten onder alle omstandigheden worden gewaarborgd.”

De nieuwe, opkomende klasse Afrikaanse politici die de afgelopen jaren oppositie voerde tegen de eenpartijstaat, vindt haar oorsprong onder advocaten, journalisten en academici. Zij vochten voor “een tweede bevrijding”. Zelf slachtoffer van de onderdrukking van de individuele mensenrechten zullen zij als zij aan de macht komen mogelijk meer aandacht schenken aan de rechten van het individu in plaats van aan de gemeenschapsrechten. In Nigeria speelt dit onderscheid wegens de nooit gedoofde liefde voor vrijheid allang geen rol meer.

    • Koert Lindijer