Melancholieke thriller over de spion als een uitstervend ras

Company Business. Regie: Nicholas Meyer. Met: Gene Hackman, Michail Baryshnikov. Uitgebracht door MGM/UA Home Video.

Bijna tien jaar geleden maakte Nicholas Meyer The Day After. De film werd uitgezonden door de Amerikaanse televisiestations en provoceerde grote onrust en gigantische discussies: de kijkers werden met de neus gedrukt op de praktische, alledaagse gevolgen van de inslag van een atoombom op een middelgrote Amerikaanse provinciestad en konden het feit dat The Day After hen zo persoonlijk te na kwam nauwelijks verdragen. Meyer droeg er zorg voor het zijn publiek onmogelijk te maken om zich niet te identificeren, door de huis- tuin- en keuken-personages zo herkenbaar mogelijk voor te stellen.

Sindsdien wekt Meyers naam gerichte verwachtingen - achter elke titel wordt gezocht naar politiek geladen, controversiële films van algemeen belang. Dat is unfair. Want wie de films van Nicholas Meyer op hun merites bekijkt, ontdekt voor alles een vakman, wiens voornaamste verdienste is dat hij zoveel uit een scenario weet te halen als het te bieden heeft. Zo werden de twee aardigste afleveringen van de Star Trek-films (de delen II en VI) door hem gemaakt.

Ook Meyers nieuwste film, het door hemzelf geschreven Company Business, is weinig opzienbarend wanneer hij wordt beschouwd in het licht van de eeuwigheid. Maar als melancholieke thriller zonder pretenties voldoet hij ruimschoots. Meyer schreef en regisseerde hem spannend en vermakelijk, onder andere door optimaal het talent en de uitstraling te combineren van zijn acteurs, Gene Hackman en de vele jaren terug naar de VS uitgeweken balletdanser Mikhail Baryshnikov. Hackman speelt een uitgerangeerde CIA-spion die, dankzij het eind van de Koude Oorlog maar ook door zijn enigszins gevorderde leeftijd (hij is kalend en heeft een leesbril nodig), aan de kost moet komen met bedrijfsspionage voor een parfum-fabriek. Zelfs daarin dreigt hij te worden overvleugeld door de nieuwe generatie.

Dat de CIA hem, zoals hij het zelf uitdrukt, uit de motteballen haalt, vervult hem met wantrouwen, maar het verlangen naar zijn vorige leven is te sterk. En dus zet hij koers naar Berlijn, om, ook al staat er geen prikkeldraad meer bij Checkpoint Charley, net als vroeger een Russische spion uit te ruilen voor een Amerikaan. Die Rus, subtiel gespeeld door de charmante Baryshnikov, is na zeven jaar VS geen Rus meer en terug naar Moskou wil hij al helemaal niet. Ook hij koestert zijn wantrouwen. Terecht: het tweetal ziet zich bijna vermalen in een vuige coproduktie van The Shop en The Orchestra, zoals CIA en KGB in geheime dienst-kringen worden genoemd en kan alleen ontkomen door krachten en kennis te bundelen.

Van de "buddy-movie' die zich vervolgens ontrolt is ongeveer elke climax voorspelbaar maar Meyer suggereert door zijn weemoedige vormgeving en de nadruk op de leeftijd van het tweetal, dat het juist daarom gaat: wat hen overkomt is levensbedreigend maar daarom niet minder achterhaald. Spionnen als deze twee horen tot een uitstervend ras, ook als filmpersonages.