Grote Nederlandse bedrijven onderschatten valutarisico's

ROTTERDAM, 9 JUNI. Veel grote Nederlandse ondernemingen hebben te weinig besef van het financiële risico dat zij lopen. Dat geldt vooral voor valutarisico's op de langere termijn, maar ook voor bij voorbeeld renterisico's. In de praktijk blijkt vaak dat de raden van bestuur van grote bedrijven zich te weinig met dit soort zaken bemoeien en te veel overlaten aan de financiële specialisten.

Dit zijn de voornaamste conclusies van een onderzoek dat organisatie-adviesbureau KPMG heeft gedaan bij een aantal grote - in meerderheid beursgenoteerde - ondernemingen. Aanleiding voor het onderzoek vormden een aantal recente ernstige "affaires' (Volkswagen, Allied Breweries en Shell Showa in Japan) waarbij valutatransacties zorgden voor bijzonder onaangename verrassingen: ineens bleken bedragen van vele honderden miljoenen guldens verdwenen.

Veel bedrijven blijken een blijvend en omvangrijk dollar- of ander valuta-overschot of -tekort aan te houden, zonder dat de risico's daarbij goed zijn geanalyseerd en zeker niet zijn beperkt of afgedekt. Ook het valutarisico dat wordt gelopen op de buitenlandse deelnemingen wordt zelden afgedekt. Het gevolg is dat een groot aantal ondernemingen die zaken doen met het buitenland een belangrijk deel van het resultaat en vermogen door valutaschommelingen verloren ziet gaan. Gaat het mis, dan spreken de bedrijven vaak van “valutaire tegenwind”. KPMG-vennoot drs. S.P. Zandhuis die het onderzoek leidde: “Het is de vraag of hier eigenlijk wel van een soort natuurgeweld kan worden gesproken. In de praktijk blijken er tal van middelen te zijn om die risico's te beperken of af te dekken.”

De remedie is volgens hem het verkrijgen van beter inzicht in de financiële risico's en vooral in de duur ervan. Een regelmatige risicometing blijft vaak uit en bedrijven hebben ook niet vaak voor zichzelf vastgesteld welk risico zij willen lopen. Volgens Zandhuis moeten raden van bestuur dit soort financieel-technische zaken niet aan specialisten overlaten. “Financieel risicobeheer moet veel meer een integraal deel gaan uitmaken van het hele bedrijfsbeleid. Maar nog te veel gaan de specialisten, de treasurers, ermee aan de haal. Ze mistificeren vaak zodanig dat leden van raden van bestuur er niets meer van begrijpen.”

Ook het gebruik van financiële instrumenten als opties (rechten op verkoop of koop in de toekomst tegen een eerder overeengekomen prijs) leveren zonder goed beheer grote problemen op. Zandhuis: “Het komt nog heel dikwijls voor dat het gebruik van bepaalde technieken, opties bij voorbeeld, geheel buiten de reguliere administratie blijft. Er worden dan òf alleen mondelinge afspraken gemaakt òf een paar zaken alleen op een papiertje gekrabbeld.”