Geen gegarandeerde arbeidsplaats meer voor Jutta Müller na 57 medailles; 'In Duitsland sterft iedereen alleen'

CHEMNITZ, 9 JUNI. De tijd heeft stilgestaan in het kantoor van Jutta Müller. Aan de muur een vergeelde poster van Katarina Witt, "Eiskunstläuferin des Jahrhunderts'. Daarnaast een verkleurde foto van Witt met trainster Müller na weer een overwinning. Op de bank een rijtje knuffels, die haar pupillen na een vrije kür in de armen gedrukt kregen. Fantasiefiguren die eruit zien alsof ze per ongeluk in het verkeerde sprookje zijn terecht gekomen. Al het stof van Chemnitz, voorheen Karl-Marx-Stadt, is op hen neergedaald.

Misschien idealiseert ze "vroeger' wel te veel. Vroeger, toen niet alleen de oefenhal maar ook de wedstrijdhal van 's ochtends zeven tot 's avonds acht was gevuld met trainende kinderen. Vroeger, toen trainers al in de Kindergarten gingen speuren naar motorisch begaafde kleuters, die ze dan uitnodigden voor een eerste kennismaking met het ijs, en als ze dan talent hadden en plezier en ambitie, dan werden ze voortaan dagelijks met een busje opgehaald. Want geld speelde nog geen rol in die dagen.

Vroeger, dat was in de tijd dat er vlakbij het schaatscomplex nog een speciale school stond waar het onderwijs werd aangepast aan de sportactiviteiten. Kinderen hoefden zich geen zorgen te maken over hun maatschappelijke toekomst. Ze konden zo lang over de school doen als ze nodig hadden. Studieplaats en arbeidsplaats gegarandeerd.

Trainers en wetenschappers wisten precies hoe ze hun talenten moesten vormen. Hoe ze hen maximaal moesten belasten zonder blijvende blessures. Daarbij werkten zij eensgezind samen. Collegialiteit en saamhorigheid bestonden in die jaren nog.

“Een groots systeem. Een succesvol systeem”, zegt ze met een van pijn vertrokken gezicht. Alsof het verlies nog steeds aan haar vreet. “Maar dat mag je tegenwoordig niet meer zeggen”, voegt ze er cynisch aan toe. Ze verbijt haar pijn. “Wij moeten ons schamen.”

Waar ze zich voor schaamt is voor de lege trainingshal om elf uur 's ochtends, voor de oudere mensen die zich even later op het ijs begeven. “Bejaardenschaatsen. Dat is iets nieuws”, zegt ze met een stem vol onbegrip. Ze schaamt zich over de deplorabele staat waarin de wedstrijdhal verkeert. Nota bene de ijshal waar Jan Hoffmann en Gaby Seifert en Annet Pötsch hun eerste Axels draaiden. En Katarina Witt. Vanuit de clubkantine waar de maaltijden nog tegen DDR-prijzen worden verstrekt, blaast een ventilator verschraalde etenslucht over de tribunes. Het ijs voelt net zo vettig aan als de "Eisbein', de varkenskluif, die binnen wordt geserveerd.

Waar ze zich misschien nog wel het meest voor schaamt is dat dit sportsysteem van staal en ijzer zomaar, plotsklaps, als een luchtbel, uit elkaar is gespat. Dat ze dat niet heeft zien aankomen. Dat ze het niet heeft verhinderd. Van de 25 trainers die de ijssportvereniging Chemnitz vroeger in dienst had, zijn er 21 weg. Omgeschoold? Verhuisd? Verbitterd thuis? Ze weet niet eens wat er van hen geworden is, van al die leden van die broederschap. Dat is pas beschamend, zegt ze fluisterend: “Jeder stirbt für sich.”

Tegenwoordig lopen de trainingshal en de wedstrijdhal pas laat in de middag vol. Als de scholen uit zijn en de kantoren hun deuren hebben gesloten. Dan is het ook meteen zo vol, dat je nooit meer optimaal kunt trainen. Ook Mandy Wölzel en Ingo Steuer niet, het paar dat dit jaar zilver won op het WK in Praag. Ze zouden wel 's ochtends willen trainen, wel vijf uur per dag zoals vroeger. Maar zij zit nog op school. En hij volgt een beroepsopleiding. De aangepaste school voor wintersporters is allang gesloten. Gegarandeerde arbeidsplaatsen kent dit verenigde Duitsland niet meer.

Ook niet voor trainers, al hebben ze hun land aan 57 medailles geholpen bij EK's, WK's en Olympische Spelen. Zoals Jutta Müller. Net zoals al die andere trainers verloor ze van de ene op de andere dag haar staatsbetrekking. Zij die altijd gedacht had dat ze een baan had voor het leven. Vlak voor haar pensioen. Wat moest ze als kleine zelfstandige op een overvolle arbeidsmarkt? “Zichzelf verkopen” had ze nooit geleerd in de arbeidersstaat

“Vroeger hoefden we niet te zorgen voor onszelf. Er werd voor ons gezorgd.” Het socialisme als de liefdevolle moeder die haar kinderen klein hield. En beschermde. “Wij hoefden ons geen zorgen te maken over het onderhoud van de familie. Wij konden alle aandacht richten op de sport.”

Ach, ze redt zich wel in het wilde westen. Ze heeft nog een bescheiden contract met de Deutsche Eislauf Union, dat haar verzekert van “wat zakgeld”. Al zal die verbintenis niet lang meer duren, verwacht ze, want de bond stemt de honoraria af op de internationale status van pupillen. “Het opkomend talent dat toch al schaars is, wordt daardoor verwaarloosd. Trainers concentreren zich noodgedwongen op de top.”

Ze brengt het niet meer op een jonge schaatster met allesabsorberende betrokkenheid naar het eremetaal te begeleiden. Daar voelt ze zich ook te oud voor met haar 64 jaar. Al heel haar leven heeft ze aan de sport gegeven. Als ze muziek hoorde, luisterde ze altijd of ze die ook voor een kür kon gebruiken.

Met die tweede gouden olympische medailles van Katarina Witt in 1988 had ze afscheid willen nemen. Altijd had ze zich door “eerzucht” laten leiden, zegt ze. Maar “het was genoeg geweest”. En dat ze in '89 en '90 met Evelyn Grossman toch weer naar ereplaatsen reikte, beschouwde ze als de volbrenging van een verplichting tot het bittere einde, als spelen in blessuretijd.

Ze wijst op een groepje kinderen tussen acht en twaalf. Met “zulk jong grut” houdt ze zich tegenwoordig bezig. In Dresden heeft ze jonge trainers opgeleid. Ze wil haar ervaring nog wel delen. Maar topsport hoeft voor haar niet meer.

Dat ze toch weer Katarina Witt begeleidt in de aanloop naar een mogelijk comeback op de Spelen, is volgens Müller met dat “motto voor de levensavond” niet in strijd. Dat is een vriendendienst. Niet meer dan een uitvloeisel van de band die tussen hen gegroeid is. Want heeft ze Katarina niet vanaf haar tiende begeleid, “vaak als een moeder”? En heeft ze Katarina niet zien groeien “van kind tot jong meisje tot volwassen vrouw”? Tegen zo'n vrouw zeg je toch geen "nee' als ze een beroep op je doet.

Maar ze moet nog zien dat "de Carmen van Calgary" in Lillehammer haar comeback zal maken. Te lang heeft Katarina Witt al te weinig getraind. Bij langdurige, intensieve belasting heeft ze onmiddellijk klachten. Haar rug en knieën spelen op. Of het zin heeft om de voorbereiding op de Spelen voort te zetten? Dat zal ze “die Katarina” binnenkort vertellen. Hard en eerlijk, zo is ze altijd geweest.

Daarom heeft ze ook zo'n moeite met vragen over het huidige sportsysteem. “Welk systeem?”, flapt ze er eerst uit. Om dan meteen te corrigeren: “Maar dat kan ik toch niet zeggen als medewerker van de Deutsche Eislauf Union.” Uiteindelijk wint haar eerlijkheid. “Onder de tegenwoordige omstandigheden zijn Duitse sportieve successen in het kunstschaatsen zo goed als uitgesloten.” Even komt de pijn weer boven: “Hoe wij tot onze successen kwamen, daarnaar heeft niemand ons gevraagd.”