Dure belastingdienst?

De belastingdienst brengt 150 miljard gulden in het laatje. Velen binnen die dienst zien dat als een mooie omzet. Van hen mag er best een half miljoen gulden worden uitgetrokken voor de afscheidsfestiviteiten van de in hun huispublikaties vergoddelijkte hoogste chef. Deze opvatting is een vrucht van de flitsende bedrijfsmatige benadering die in de plaats moet komen van het stoffige formele denken dat de fiscus in zijn greep had. In dit opzicht is die omschakeling dus goed gelukt.

Belangrijker is de vraag of de fiscus ook voor het overige bedrijfsmatig denkt. Of hij bijvoorbeeld is ingesteld op een betere dienstverlening aan burger en bedrijfsleven. De ijdele feestuitbarstingen vormen immers niet meer dan een politiek incident dat de VVD knap heeft uitgebuit om minister Kok het schaamrood op de kaken te jagen. De minister heeft de ambtelijk verantwoordelijke voor de feestjes, de kersverse belastingchef Van Lunteren, een uitbrander gegeven en hem voor "niet-routinematige' gesubsidieerde festiviteiten onder curatele gesteld van de onder de minister staande secretaris-generaal.

Volgens de taakverdeling op het ministerie van financiën ressorteert Van Lunteren eigenlijk rechtstreeks onder de staatssecretaris van financiën, drs. M.J. van Amelsvoort. Het nieuwe belastinghoofd mag dan wel de verantwoordelijkheid dragen voor het rechtvaardig heffen van 150 miljard gulden, maar hij geniet onvoldoende vertrouwen voor het uitvoeren van nieuwe ministeriële richtlijn voor het geven van feestjes. Aannemende dat Kok zijn kersverse topambtenaar niet heeft willen suggereren dat hij beter zijn biezen kan pakken, introduceert hij op het ministerie van financiën vreemde communicatieverhoudingen.

Ook los van feestjes begint de meer bedrijfsmatige aanpak van de belastingdienst inderdaad een succes te worden. Van de particulier worden de aanslagen sneller en met minder vragen afgedaan. In enkele proefregio's kan de belastingbetaler al via een antwoordapparaat nagaan hoe ver het met de afhandeling van zijn aangifte staat. Het bedrijfsleven profiteert volop mee van de grotere efficiency bij de fiscus. Die houdt bij het opzetten van controles steeds beter rekening met de ondernemersbelangen. De controle zelf is er overigens niet minder streng om. De belastingdienst kent tegenwoordig teams die in één specifieke branche zijn gespecialiseerd. Zo vormen zij een sterkere tegenspeler van de bedrijven. Die betalen daardoor vaak wat meer belastinggeld. Daar kunnen ze mee leven, nu ze er van op aankunnen dat de concurrenten over dezelfde kam worden geschoren.

Bovendien gaat de dienst gaandeweg beter om met de rechtsbescherming van de burger. De belastingdienst werkt als incassokantoor veel goedkoper dan bedrijfsverenigingen en gemeenten. Het was dus een goed idee van de Amsterdamse belastinghervormer Stevens om de invorderingsactiviteiten van de bedrijfsverenigingen (voor de premies werknemersverzekeringen) over te hevelen naar de fiscus. De bedrijfsverenigingen verzetten zich daar evenwel met hand en tand tegen. Ze vrezen dat de minister van financiën niet van hun geld af kan blijven. De Nederlandse belastingdienst staat ook internationaal uitstekend aangeschreven. Naarmate de belastingtarieven van de Europese Gemeenschap naar elkaar toegroeien, speelt de kwaliteit en de betrouwbaarheid van onze belastingdienst in de fiscale concurrentiestrijd tussen de landen van de Gemeenschap een grotere rol.

Wie misgunt bij zo veel succes top-ambtenaar Boersma dan zijn afscheidsfeestjes? Misschien de medewerkers van KLM en Philips die ondanks opofferingen vergende succesvolle reorganisaties toch hun feestjes mislopen. Want bedrijfsmatig denken kan ook hard uitpakken als het bedrijf slecht gaat. Misschien de uitkeringstrekkers die merken hoe slecht het met Nederland gaat. Wat aan de uiterlijke vertoning rond de reorganisatie overigens sterker opvalt dan de aanhoudende feestjes, is de instelling die uit dit soort gesubsidieerde uitgaven spreekt. Daarin ontbreekt elke vorm van gezonde zelfkritiek. Vanuit de eigen dienst worden de ambtenaren bestookt met louter succesverhalen en persoonsverheerlijking van hun ambtelijke leiders. Slechts tussen de regels door valt iets te lezen over de keuze om tijdens de reorganisatie, belangen van belastingbetalers op te offeren aan het veilig stellen van de belastingopbrengst.

Hoe onvermijdelijk zo'n keuze ook kan zijn, zij leidt tot slachtoffers. Net als bij de Golfoorlog worden die zorgvuldig buiten beeld gehouden en zijn ze voor de media moeilijk te vinden. Wie iets over die kant van de reorganisatie wil weten, is aangewezen op de incidentele rapportage van de Nationale ombudsman. Wie evenwel de loftuitingen over de herstructurering wil nalezen, heeft het gemakkelijker. Tijdens de door het ministerie van financiën zelf betaalde uitreiking van een organisatieprijs, zijn vele lofredes gehouden. De belastingdienst heeft die voor de vergetelheid behoed door ze op eigen kosten te bundelen en van cartoons te voorzien. Dit 40 bladzijden tellende boekje is op telefonische aanvraag gratis verkrijgbaar bij het ministerie van financiën: 070-3427619.