Blauwe zeentjes

't Is niet eenvoudig om in de krant een In memoriam te schrijven over een pas-gestorvene, ik weet het. De deadline grijnst je toe, er is weinig tijd om na te denken. Je wilt de dode eer bewijzen, en toch zijn zwakke kanten niet sparen. Naast de obligate lof verlangt de lezer meteen een kritische plaatsbepaling. 't Is een hele klus een genuanceerd portret te schetsen als het lijk nog dampt en - vooral! - als het gemis schrijnt.

Kees Fens is er een meester in. Ik herinner me zijn recente In memoriams - heet van de naald geschreven, als ik het zo mag zeggen - van Johan Polak en Bertus Aafjes. Geen goeie kant van de overledenen kleineerde hij daarin, geen zwak punt verzweeg hij, intussen de stemmige toon handhavend die bij een lijkrede past. Zonder één moment de prestaties van de overledenen weg te moffelen of juist al te schril uit te bazuinen - de impuls van elke grafredenaar, vooral als het om vrienden of dierbaren gaat - gaf hij hun beider falen compleet weer. Eerbiedig en meedogenloos. Gisteren dood en vandaag een portret van Kees Fens in de krant - het leek of Johan Polak en Bertus Aafjes dankzij hem meteen klaar waren.

't Vereist durf en een zekere afstandelijkheid. Niet iedereen is er geschikt voor. Jan Siebelink zeker niet.

Want ook Siebeltje schreef over Johan Polak een In memoriam. 't Stond in HP/De Tijd, een paar weken geleden. Het was in de week dat Johan Polaks boeken werden geveild, dus Siebeltje had de tijd genomen om het lijk af te laten koelen en na te denken. Toch wou het niet lukken. 't Werd een... nu ja, raar artikeltje.

Hij probeert orde in zijn herinneringen aan te brengen door ze bijeen te schrapen in één anekdotische nacht, die hij met een zieke Johan Polak in diens Muiderbergse villa zou hebben doorgebracht. 't Is een legitieme kunstgreep, maar het leidt bij hem tot een wel heel curieuze confrontatie tussen de goeie kanten en de zwakke punten. De goeie kanten zijn Johans mooie boeken, het zwakke punt is Johans ouwemannenkwaal, zijn onvermogen om te pissen.

De glansrol is voor Siebeltje. Siebeltje als ziekenbroeder. Hij vertelt een op de WC kreunende Johan een 'verstrooiend' verhaaltje en zie: twee, drie druppels verschijnen. Nóg een grappige anekdote en 'vier, vijf piepkleine druppeltjes lieten zich zien, maakten een miniem spattend gerucht'.

Het hogere doet zijn intrede wanneer Johan even in slaap is gesukkeld en Siebeltje clandestien aan het snuffelen gaat in zijn bibliotheek. 'De omslag was van marokijn, in de tint van aubergine, terwijl de binnenkant lila moiré was.' 'In het getemperde licht kwam het glimmende moiré tot rust, werd bijna pauwgroen met spikkeltjes parelgrijs.' Dat soort wijnproeverstaal.

Johan wordt weer wakker en dan is het tijd om het hogere en het lagere journalistiekerig ineen te vlechten. 'Ik weet niet hoe lang we op de WC gestaan hebben. Zijn hand omsloot vast en verbeten mijn pols. In mijn vrije hand had ik Mallarmé's L'après-midi d'un faune en ik las voor.'

Hoe aards! En hoe gecultiveerd ook! Twee estheten op de plee! Hoe om te gieren!

(Elfduizend gulden, meldt Siebeltje trots, kostte L'après-midi d'un faune

op de veiling.)

Siebeltje overnacht, Siebeltje telt Johans druppels, Siebeltje haalt Johans boekenkast overhoop, Siebeltje heeft het - in een continuering van zijn wijnkennersproza - over 'fliedertjes die op blauwe zeentjes leken' op Johans gezwollen buik, maar nergens wordt duidelijk waarop al die vertrouwelijkheid tussen een homoseksuele jood en een Veluwse familievader achter de gesloten roodfluwelen gordijnen in Muiderberg is gebaseerd.

't Is een verzonnen situatie om zowel iets moois als iets gebrekkigs over Johan Polak te kunnen uitserveren. Daar is niets op tegen. Je moet er bij een In memoriam alleen een beetje een koorddanser voor zijn. Anders schiet je onbarmhartig de valkuil van de gewildheid en de lachwekkendheid in. Dan wordt een compleet portret, mét zwakheden, een karikatuur. Dan ben je een prul-in-memoriam-schrijver.

Johan geloofde ten diepste, schrijft Siebeltje, 'dat zelfs de geringste prulschrijver, die zijn roman als gehakt bij elkaar schraapt op de werkbank van de eerste de beste varkensslager, al boven hem uitstak'.

Nu, die nacht, turend naar Johans lul, sták Siebeltje boven hem uit. Hij had het anders ook nooit voor elkaar gekregen, achteraf - die magnifieke, verhelderende beeldspraak van bij elkaar geschraapt varkensgehakt.