Blankert (NCW): kabinet opereert halfslachtig

DEN HAAG, 9 JUNI. De politiek is teleurgesteld in werkgevers en werknemers, de sociale partners. De resultaten van hun "centraal overleg' vallen tegen. Akkoorden over terugdringing van de werkloosheid onder minderheden (1990), de aanpak van het ziekteverzuim (1991) en loonmatiging (1992) sorteerden onvoldoende effect.

Als reactie overweegt de politiek de adviesplicht van de Sociaal-Economische Raad (SER, waarin werkgevers, werknemers en kroonleden zitten) af te schaffen en de reikwijdte van CAO's te beperken. Bovendien wordt er, in het kielzog van de Parlementaire Enquête, op gezinspeeld de rol van sociale partners in de uitvoering van de sociale zekerheid terug te dringen.

Voorzitter J. Stekelenburg van de vakcentrale FNV toonde zich gisteren getergd. De politiek, zei hij, ligt op ramkoers en bedreigt daarmee de stabiele arbeidsverhoudingen in dit land.

Hoe ondergaan werkgevers de vermeende geseling door de politiek? Drs. J.C. Blankert, sinds drie kwart jaar voorzitter van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond (NCW): “We hebben ook behoorlijk de pest in. Het gaat zo halfslachtig. We wachten nu al een half jaar op een reactie van het kabinet op het SER-advies over de overlegeconomie. Er ligt al weer een nieuwe adviesaanvrage voor het beleid op middellange termijn. En tegelijkertijd worden vraagtekens geplaatst bij de adviesplicht van de SER. Laat het kabinet zich nu maar eens uitspreken: Ziet het ons staan als sociale partners en waardeert het onze inbreng, of niet? Zo niet, dan is het helder, maar dan moet men zich wel realiseren dat je een SER zonder adviesplicht maar beter kunt opdoeken.”

Welke rol wenst u te spelen?

Blankert: “We kunnen goed een intermediaire rol vervullen tussen wat politiek-Den Haag wil en wat onze leden belangrijk vinden. Daar waar de politiek een commitment wil voor wetten en regels die men over ons uitstort, is het heel goed om te toetsen of de ontvangende partij dat ook onderschrijft en uitdraagt.

De politiek is teleurgesteld over de resultaten van sociaal overleg. Neem het minderheden-akkoord, dat in vier jaar 60.000 banen voor werkloze allochtonen moest opleveren.

“Er gebeurt wel wat, maar het is onvoldoende. Volgens de arbeidsbureaus zijn er de afgelopen twee jaar wel 20.00 tot 25.000 allochtonen geplaatst, maar het verloop is kennelijk zo groot dat er maar weinig blijven hangen. We moeten onderzoeken hoe dat komt.

Dan maar wetgeving?

“Onzinnig. Werkt contra-produktief. Dan leun ik achteruit en zeg: kom maar op met je wetgeving en dan hoor ik wel wat je gaat doen als het niet lukt. Nadere wetgeving helpt geen allochtoon eerder aan werk.

Ander voorbeeld. De "verzuimprikkels', het inleveren van geld of vrije tijd bij ziekte, vielen de politiek ook tegen.

“Ons ook. We hadden goede voornemens, maar die zijn er in de decentrale CAO-onderhandelingen niet uitgekomen, al is de discussie over de aanpak van het ziekteverzuim er wel door op gang gebracht.

Dan maar wetgeving?

“Je moet de handhaafbaarheid natuurlijk niet uit het oog verliezen, maar in sommige situaties zou een wettelijke regeling wel beter zijn.

Toen de politiek met de nieuwe WAO-wet kwam, werkte u mee aan reparatie van Het WAO-gat.

“Ons uitgangspunt was: zo veel mogelijk individueel regelen en voor rekening van de werknemers. Wie kon er nu verwachten dat het WAO-gat niet gerepareerd zou worden? Wat voor ons op het spel stond, was: Hoe voorkomen we dat werkgevers meebetalen, want dan dreigt dat je for once and for all met die pijn zit. Heb je eenmaal gezegd: "Ik betaal het wel', dan hang je. Kijk naar de Vut.

Het steekt minister De Vries (sociale zaken) dat werkgevers dikwijls een deel van de reparatiekosten voor rekening nemen, terwijl ze van het kabinetr geen lastenverhoging dulden.

“Soms betalen werkgevers mee, maar vaak zit er dan een uitruil in het CAO-pakket, bij voorbeeld in verlaging van de bovenwettelijke uitkeringen bij ziekte of arbeidsongeschiktheid. Dat moet je wel meenemen in de beoordeling.

Laatste voorbeeld. De loonpauze zou onvoldoende hebben gewerkt.

“Toen we in september voor het eerst aan tafel gingen, was het beeld dat er voor dit jaar wel 4 tot 5 procent loonsverhoging zou uitkomen. Toen kwamen de crisis in het EMS, de economische inzinking, ons SER-advies en het akkoord over de adempauze.

Dat u comprimeerde tot: nul is nodig, nul is genoeg.

“Exact, maar dan kom je in de realiteit van de decentrale onderhandelingen en ik vind dat die een zeer genuanceerd beeld opleveren. Er zijn nul-contracten bij bedrijven waar dat nodig was, zoals Hoogovens, Avebe en DSM. Maar er is hier en daar ook 2,25 of 2,5 procent gevallen bij bedrijven die een betrekkelijk goed resultaat boeken. Die kunnen echt niet bij de vakbeweging aankomen met het verhaal dat ze weliswaar 1,8 miljard winst hebben gemaakt, maar dit jaar geen loonsverhoging kunnen geven omdat de heer Lubbers een probleem heeft. Zo werkt dat niet in het decentrale CAO-overleg.

Zonder loonpauze was er meer uitgekomen.

“Zeker weten.

Dan mag u de heer Stekelenburg wel dankbaar zijn.

“Ja hoor eens, loonmatiging is ook in het belang van zijn achterban, maar die moest wel eerst door de bocht en dat is gelukt. En het werkt door, want nu heeft hij het al over koopkrachtbehoud voor volgend jaar. Dat is weliswaar nog te veel, maar daar werken we nu aan.

Stekelenburg doelde met "ramkoers' ook op de poging die de politiek zou doen om de rol van de sociale partners in de uitvoering van de sociale zekerheid terug te dringen.

“Tegen volledig onafhankelijke controle en toezicht hebben wij geen bezwaar. Prima zelfs, maar we moeten wel heel sterk bij de uitvoering betrokken blijven, omdat je te maken hebt met afspraken over arbeidsvoorwaarden en die zijn het domein van werkgevers en werknemers.

Wat verwacht u van het centraal overleg, volgende week vrijdag met kabinet en werknemers?

“Duidelijkheid over de overlegeconomie. Het gaat ons niet om de vorm, maar om de inhoud. Je kunt geen maatschappij laten draaien met alleen maar de overheid en de burgers. Hoe kun je nu denken dat je de werkloosheid kunt terugdringen, of het minderhedenprobleem kunt oplossen zonder dat de mensen in de bedrijven zich daar voor inspannen? Het commitment van werkgevers om daar aan mee te doen, is veel waard. Je kunt wel zeggen: "Het werkt allemaal zo traag en stroperig', maar laten we niet vergeten dat het bij de onderwerpen die hier nu de revue passeren - ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid, minderheden - gaat om zaken die wel 25 jaar lang op een bepaalde manier verkeerd zijn gegaan. Dat moet je ombuigen en daar heb je de medewerking van maatschappelijke organisaties, zoals die van werkgevers en werknemers voor nodig. Hoe zou het anders moeten? Dat de overheid zegt: "Met jullie heb ik niks te maken, ik regel het zelf wel even'? Dan krijg je regeren per decreet. Dat wordt dus niks. Die situatie hebben we in de jaren zeventig gehad met loonmaatregelen enzo, en dat liep op niets uit. In de jaren tachtig zijn we de weg van het decentrale overleg ingeslagen. Dat is lastig, maar er is geen alternatief.

Dus geen centrale akkoorden meer.

“Niet in materiële zin, wel als aanbeveling om een bepaald klimaat te scheppen, bij voorbeeld over het stimuleren van werken in deeltijd. Maar geen afspraken over aantallen arbeidsplaatsen. Dat kunnen en dat willen we niet meer. Dat is ook de enige manier om de overlegeconomie te zuiveren van overspannen verwachtingen.”