Armando toont in Amersfoort verschrikkelijke schoonheid

De tentoonstelling in De Zonnehof, Zonnehof 8 in Amersfoort duurt t/m 15 augustus. In verschillende Amersfoortse galeries zijn ook exposities van Armando te zien, evenals bij Apunto in Amsterdam en Nouvelles Images in Den Haag).

Naar aanleiding van het door de Amersfoortse Culturele Raad georganiseerde festival rond de kunstenaar Armando is in de Zonnehof een expositie ingericht van zijn schilderijen en sculpturen uit de periode 1986 tot nu. In de ruimtelijke, nog door Gerrit Rietveld ontworpen Zonnehof komt de dramatische zeggingskracht van Armando's kunst goed tot zijn recht. De grote, zwart-witte schilderijen met de gesoleerde vormen van een vlag, een bosrand, een menselijke gestalte of een dier penetreren de ruimte. Armando heeft zich in de loop van de tijd doen kennen als een ware meester in het doseren van de beeldende middelen. De kleur is gereduceerd tot hoofdzakelijk zwart en wit, waaraan soms een veegje rood is toegevoegd. In de in series geschilderde doeken met titels als "Gefechtsfeld' die tevens het thema verwoorden, wordt dezelfde vorm herhaald. Ondanks, of juist dankzij, die zelf opgelegde beperkingen vallen zijn schilderijen op door hun onderkoelde geladenheid.

Het principe van de herhaling, in het begin van jaren zestig toegepast door vertegenwoordigers van de Nulbeweging als Armando om het anonieme karakter van een kunstwerk te benadrukken, vervult nu een andere functie. In series als bijvoorbeeld "Fahne' keert de geabstraheerde vorm van de vlag steeds in een iets gewijzigde gedaante terug waardoor je het gevoel krijgt aanwezig te zijn bij een proces dat zich uitstrekt in de tijd.

Over de relatie tussen de thematiek van Armando, wiens oeuvre ook proza en poëzie omvat, en de stad Amersfoort is in de afgelopen jaren het nodige onthuld. De manifestatie Armando in Amersfoort kan samengevat worden als de terugkeer naar de plek. Het vroegrijpe ventje, zoon van een verzekeringsinspecteur die aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog met zijn gezin naar de Amersfoortse Stephensonstraat verhuisde, beleefde zijn puberteit in de nabijheid van het concentratiekamp Amersfoort. De jongen wiens romantische droom het was om als "een blinde violist' door het leven te gaan, zou er genoeg zien om tot aan de dag van vandaag geobsedeerd te blijven door het raadsel mens. En teveel om de menselijke natuur te kunnen interpreteren in begrippen als goed en kwaad.

Tijdens de wandeling die we ooit naar het voormalige kampterrein maakten (NRC/Handelsblad 17-4-'71) gaf Armando voor het eerst enkele persoonlijke herinneringen prijs aan gebeurtenissen op anoniem geworden plekken in het landschap. De schichtige voorbijganger die een brood binnen de prikkeldraadomheining van het kamp gooit. De bejaarde Joodse man die er voor straf urenlang een teil water moet vasthouden. De SS-er die met een toevallig in de buurt aanwezig jongetje onschuldig aan het autopetten slaat. De Russische krijgsgevangen die hij na de oorlog met half ingeslagen schedels en de doodstrijd nog op hun gezicht, ziet opgraven. "Ik heb de oorlog zo gehaat dat ik me er mee ben gaan identificeren. Ik ben de oorlog zelf geworden', onthulde hij tijdens die wandeling in Amersfoort. Het toegespitste van het leven toen, dat de mensen dwong zich in hun ware aard te tonen met alle wreedheid en heldendom van dien, is hem altijd reëler voorgekomen dan het leven in vredestijd.

De wijze waarop Armando zijn persoonlijke ervaringen in een kunstvorm heeft weten te transformeren, dwingt respect af. Zijn nihilistische visie op het mensdom vertoonde al in een vroeg stadium een analogie met zijn kunstopvatting. In 1959 kwam hij tot zijn artistieke credo. Hierin opteerde hij voor een kunst "niet mooi en lelijk meer, niet goed en kwaad meer, maar een gegeven feit'. Armando is geen ethischse kunstenaar. Hij is een estheet die de wereld zoals hij die in Amersfoort beleefde in haar verschrikkelijke schoonheid toont. Als jonge kunstenaar was Armando's artistieke achterland de kunst van Cobra en met name die van Constant, voor wie de oorlog al evenzeer een inspiratiebron vormde. Armando's terugkeer naar de plek is ook in artistiek opzicht een terugkeer naar de bron. De motieven van de ladder, het rad en de uitgestoken armen die voorkomen op Constants schilderij "Verschroeide Aarde', uit 1951, dat nu in het Amsterdamse Stedelijk Museum wordt geëxposeerd, zijn ook in de recente schilderijen en sculpturen van Armando waarneembaar. Maar bij de laatsgenoemde treden de motieven verzelfstandigd op. In Armando's voorstellingen zijn het verstilde, zwarte plekken.