"We moeten nu niet over schuld en boete praten'

Een groot aantal gemeenten verkeert in financiële problemen. Vaak komt dat doordat ze te weinig rekening hebben gehouden met de kosten van onderhoud van wegen en riolering. Soms ook hebben ze veel in de sociale woningbouw genvesteerd en tellen ze mede daardoor relatief veel werklozen. Derde en laatste artikel over gemeentelijke financiën.

ROTTERDAM, 8 JUNI. Geldgebrek noopt Nijmegen al jarenlang tot de ene bezuinigingsronde na de andere. Toch hadden de leden van de gemeenteraad maar lange tijd maar weinig belangstelling voor het financiële beheer. Net als Almelo kampt Nijmegen met een hoog percentage werklozen.

Als de voorzitter van de rekeningcommissie in de Nijmeegse gemeenteraad adviseerde over het goedkeuren van de gemeentelijke jaarrekening, was dat volgens wethouder van financiën R.P.A. Migo gewoonlijk een zaak van vijf minuten. Ondanks de grote financiële problemen van zijn gemeente loopt men nog steeds achter met het opstellen van jaarrekeningen, die de daadwerkelijke gang van zaken over een afgelopen jaar tonen. De Nijmeegse raad behandelt pas binnenkort de jaarrekening over 1991. Maar Migo, die een toenemende interesse bij de raad signaleert, hoopt de achterstand binnenkort in te halen en de jaarrekening over 1993 tijdig voor 15 september 1994 te kunnen afhandelen.

Lange tijd was in Nijmegen volgens Migo de houding : als moeder ziek is moet het schilderen van de kozijnen maar even wachten. Dat betekende dat jaar in jaar uit op de begroting volstrekt onvoldoende geld werd gereserveerd voor het onderhoud van wegen en rioleringen. Vorig jaar echter dreigde de provincie Gelderland om de gemeentelijke begroting niet meer goed te keuren als die situatie niet veranderde. Daarna is de gemeenteraad hevig geschrokken van de bedragen die nodig zijn om wegen en riolen weer in orde te brengen : voorlopig van 16 miljoen gulden dit jaar tot ruim 19 miljoen gulden in 1996.

Toen het onlangs leek alsof bij onderwijs een tegenvaller van 6,5 miljoen geboekt moest worden, stortte de raad zich daarop. Tot in detail moest uitgezocht worden wat de oorzaak was. Van de financiële gegevens bleek het één en ander niet te kloppen. Bovendien had Nijmegen nog geld te goed van het ministerie van Onderwijs en de tegenvaller was uiteindelijk 1,5 miljoen gulden. Migo :“Het was duidelijk dat de raad niet alleen meer naar de begroting wilde kijken, maar dat de belangstelling voor de jaarrekening was gewekt.”

In Nijmegen is een discussie gaande of de artikel 12-status moet worden aangevraagd. Bij pleidooien voor meer financiële steun van het Rijk wordt een beeld geschetst hoe de gemeente de gevolgen draagt van ontwikkelingen die zij zelf niet in de hand heeft, zoals de zwakke economische en sociale structuur van de stad en de ruimtenood. Migo geeft toe dat Nijmegen ook de gevolgen draagt van eigen beleid uit het verleden, maar voegt daar snel aan toe :“We zijn er allemaal bij betrokken geweest en moeten nu niet over schuld en boete praten.”

Een hele reeks problemen komen voort uit het feit dat Nijmegen in het verleden zo veel aan sociale woningbouw deed en maar weinig bouwde voor betere inkomens. Wie verdiende ging in de omringende gemeenten wonen. Daar waren de woningen aantrekkelijker en de belastingen lager. In Nijmegen had in 1991 39 procent van de huishoudens een netto inkomen van meer dan 2.500 gulden per maand, in de omringende gemeenten was dat 56 procent.

Nijmegen had in 1984, op het hoogtepunt van de economische crisis, een werkloosheid van 28 procent. De gemeente gaf de laatste jaren tien miljoen gulden meer uit aan sociaal cultureel en maatschappelijk opbouwwerk dan vergelijkbare steden. De kosten van bijstandsuitkeringen, bijzondere bijstand, kwijtscheldingsbeleid (dat op het ogenblik 3,6 miljoen gulden per jaar kost in een stad met nog altijd twintig procent werklozen) drukten zwaar op de begroting van de stad. In de loop der jaren is er wel gesaneerd. Club- en buurthuizen en zwembaden zijn gesloten, de gemeentelijke organisatie is verbeterd, het aantal ambtenaren is verminderd, er zijn bedrijven aangetrokken. Bij de veranderingen is volgens Migo ook geconstateerd dat gemeentelijke diensten dikwijls werden geleid door inhoudelijk zeer deskundige ambtenaren, maar dat deze geen goede managers waren. “De ambtenaren die nooit rekenmeesters waren, moeten nu een grote omslag maken. Ze waren gewend over een project te praten, maar niet te veel te denken over de administratieve organisatie.”

Almelo, dat als artikel 12 gemeente al sinds 1984 onder rijkstoezicht staat, komt op een aantal punten met Nijmegen overeen. Deze kleinere stad (64.000 inwoners) raakte eind jaren zeventig al in de problemen toen "de textiel' grotendeels dicht ging. De werkloosheid steeg tot bijna dertig procent van de beroepsbevolking (en is nu weer gedaald tot 15 procent). Het gemeentelijk aandeel aan bijstanduitkeringen steeg in korte tijd van twee tot tien miljoen gulden per jaar. Volgens wethouder van financiën W.T.G. Pingen werd lange tijd zo'n nadruk werd gelegd op sociale woningbouw, dat de financiële bovenlaag de stad ontvluchtte naar de omringende gemeenten waar de grond goedkoper was en de onroerend goedbelasting lager. “Pas de laatste vier jaar zijn de inzichten veranderd en zijn onze tarieven concurrerender geworden.”

Ook in Almelo is de belangstelling van de gemeenteraad voor de jaarrekening nooit groot geweest. Dat verandert op het ogenblik onder druk van de schaarste. Want ook het rijkstoezicht voor een artikel 12-gemeente is geen garantie dat alles efficiënt verloopt. Volgens Pingen heeft Den Haag begrip getoond voor het sociale probleem van Almelo. Tien procent van de bevolking bestaat er uit buitenlanders die ooit voor de textielindustrie zijn aangetrokken en nu een aandeel hebben in de harde kern van werklozen. Almelo kreeg daarvoor tot 1990 jaarlijks vier miljoen gulden extra. Dat bedrag loopt op het ogenblik geleidelijk terug naar twee miljoen.

“Verder zei Den Haag : je moet je eigen problemen oplossen”, zegt Pingen, die trots is dat de gemeente er ondanks de beperkte middelen, de reorganisaties, taakafstotingen en afslankingen toch in is geslaagd om de binnenstad ingrijpend te vernieuwen. Maar ook Almelo schuift onder het strenge financiële toezicht van het Rijk onderhoudskosten door naar een onbekende toekomst. Twee miljoen gulden wordt er jaarlijks uitgetrokken voor het onderhoud van wegen, hoewel er volgens een ingeschakelde adviseur ieder jaar vijf miljoen gulden nodig is.