"Voor de jonge Noren ligt een wereld open'

BERGAMBACHT, 8 JUNI. Temidden van de jonge, vrij drieste voetballers van het Noorse elftal maakt Rune Bratseth een bedaarde, vaderlijke indruk. Hij is dan ook met 32 jaar de oudste, de aanvoerder en het rustpunt in de Noorse verdediging. Met overzicht en kalmte houdt hij de rijen gesloten. Zonder deze eigenschappen zou hij zich in deze dagen van zijn loopbaan nooit kunnen handhaven. Geen stap te veel kan de "laatste verdediger' doen of hij moet worden afgevoerd.

Al maanden sukkelt Bratseth met een chronische ontsteking in de voorste kruisband van zijn rechter knie. Een operatie zou hem zeker drie maanden herstel kosten. Daarom heeft hij maar door gevoetbald. In de zware Bundesliga nog wel, bij Werder Bremen waarmee hij zaterdag Duits kampioen werd. En natuurlijk in het Noorse elftal, waarin hij tot een onmisbare kracht is uitgegroeid. Nog een paar dagen moet Bratseth de pijn verbijten, vrijdag zal hij zich dan eindelijk laten opereren.

Trainen heeft hij de laatste maanden niet gedaan. Om er bij te horen trekt hij op de oefensessies een trainingspak aan en speelt wat met de bal. Hoe hij zich dan fit houdt, is de voor de hand liggende vraag. “Door een goed humeur”, lacht de lange, donkere Noor. En hij meent het. “Maar op langere termijn houd ik het natuurlijk niet vol. Wedstrijden spelen, rusten en behandelen. Dat is geen manier om topsport te blijven doen.”

Sinds januari 1987 komt de voetballer uit Trondheim uit voor SV Werder Bremen. Morgen speelt hij zijn vijftigste interland voor Noorwegen. Hij heeft de revolutie in het Noorse voetbal van nabij meegemaakt. Van schuchtere voetballers zijn de Noren tot brutale, zelfverzekerde voetballers geworden.

Bratseth ontkent niet dat vooral de eerste wedstrijd in de kwalificatiegroep voor het wereldkampioenschap, de 10-0 overwinning op San Marino, een groot aandeel heeft gehad in de mentale groei van de Noren. “Toen ik de loting zag, met Nederland, Engeland en Polen, dacht ik dat is de zwaarste groep. Kansloos. Zo dachten we vroeger altijd bij ons. Maar na de eerste wedstrijden bleek dat we heel goed waren.”

En niets is toeval geweest, beweert Bratseth, een man met een rustgevende uitstraling. “Bij Werder Bremen wel. De Noren zijn tactisch tien keer beter dan Werder. Technisch zijn we minder. Bij Werder wordt veel opportunistischer gespeeld.”

Met zijn voorhoofd wijst hij naar Egil Olsen, sinds 1990 bondscoach. Deze man, vroeger als voetballer een individualist pur sang, benadert voetbal als een sociale gebeurtenis, maar vooral wetenschap. Niet de algebra die veel collega's hanteren, maar de meetkunde. Olsen zet aan de hand van zijn wedstrijdanalyses de lijnen uit in begrijpelijke voetbaltaal. “Als ik naar Noorwegen kom, weet ik precies hoe ik moet spelen”, zegt Bratseth. “Eigenlijk is het vrij simpel. Agressief spelen, veel pressing en beweging en altijd naar voren. De aanvallers van de tegenstanders moeten altijd op onze verdedigers letten. En dat is niet hun sterkste kant.”

Met de tactiek van de tegenstander wordt geen rekening gehouden. Je zou het de overmoed van de winnaar kunnen noemen. “Voor onze thuiswedstrijd tegen Nederland werd gevraagd wie Van Basten zou dekken. Niemand, heb ik geantwoord. Olsen weet vast en zeker alles over de tegenstanders. Maar hij vertelt nooit iets. Wij praten er ook niet over. Wij willen ons niet op de tegenstander richten. De Engelsen deden dat wel tegen ons door een extra verdediger in te zetten. Dat is angst. Ik heb van Noorse journalisten gehoord dat Nederland dat ook wil doen. Als Nederland verliest, is het uitgeschakeld. Dus zijn ze bang de Nederlanders. Als wij verliezen is dat niet erg.”

Rondom scharrelen, puistige, jonge Noren. Onrustig, gretig. Het is de nieuwe lichting, beseft Bratseth. Op zijn gezicht staat een glimlach. “Wij hebben veel hongerige spelers. Die willen wat winnen. Noorse voetballers hebben nog nooit wat gewonnen. Wij Noren wisten niet dat we konden winnen. Dat is het voordeel ten opzichte van de Nederlanders. Die hebben al veel gewonnen. Die verdienen al veel geld. Voor de jonge Noren ligt een wereld open. Een zevental jongens voetbalt in het buitenland. In Engeland, Zwitserland en Duitsland, zoals ik. Ik ben een beetje hun voorbeeld.”

De oorzaak van de plotselinge groei van het Noorse voetbal, ligt natuurlijk dieper dan de wetenschap en het sociale werk van bondscoach Egil Olsen. Bratseth onderkent de ontwikkeling van andere sporten in Noorwegen als het grote voorbeeld voor de voetbalsport. “Langlaufen en schansspringen waren het populairst. De rest van de sporten werd gezien als recreatie. Noren zijn sociale mensen, sport in de breedte werd als belangrijker ervaren dan topsport. Met skiën zijn we nu de besten van de wereld geloof ik. Daar is ontzettend veel geld in genvesteerd, door de overheid door grote Noorse bedrijven. Met ijshockey ook. Dat heeft uitstraling op de andere sporten. Volgend jaar worden de Winterspelen in Lillehammer gehouden. De jeugdopleiding van voetballers is gentensiveerd, ook belangrijk. Maar vooral durven Noren nu mee te doen, te laten zien wat ze kunnen. Wij zijn trots Noor te zijn. Het is een erezaak voor Noorwegen te spelen.”

Zonder geld kan zelfs de meest ideologische sportman niet meer gloriëren. Bratseth wijst op een poster aan de muur van het zaaltje in het hotel in Bergambacht. "Prima Norsk' staat met grote letters op het affiche waar bondscoach Egil Olsen zich heeft laten vereeuwigen temidden van groente en fruit, van Noorse bodem wel te verstaan. Fris en gezond als het Noorse voetbal, zegt Bratseth met enige ironie. Hij weet de exploitatie van de sport te relativeren. Zoals de overdadige aandacht in de media voor voetbal. “Ze schrijven meer over randverschijnselen dan over voetbal. Doen jullie dat ook?”

Zonder de walvisvangst zou Noorwegen economisch in moeilijkheden raken, gaat hij plotseling serieus verder. “Er moeten meer walvissen worden gevangen. Maar de andere Europese landen oefenen kritiek uit. Ze begrijpen het niet. Er zwemmen 80.000 zwaardwalvissen in de Noorse wateren. Wij willen er 296 per jaar vangen. Dat is bovendien nodig voor het natuurlijk evenwicht. Maar Greenpeace geeft alleen subjectieve informatie. Alle Noorse politieke partijen zijn het met elkaar eens over de walvisvangst. Maar in het buitenland moeten ze zo nodig kritiek leveren. Dat stoort me echt. De blauwe vinvis laten we met rust, want die wordt bedreigd.”

Bratseth was vóór zijn transfer van Rosenborg naar Werder Bremen in Trondheim leraar (sport en maatschappijleer) aan een gymnasium. Nog één seizoen zal hij voor de Duitse kampioen spelen, dan keert hij terug naar Rosenborg om daar clubmanager te worden. Hij heeft veel geleerd over het leven van een commerciële sportman. Niet aan feesten meedoen als die buiten de kleedkamer worden gevierd. Daar slaat de schijnheiligheid toe, van de vip's en andere randfiguren. Zaterdag vloog Bratseth als enige van de Werder-kampioensploeg van Stuttgart meteen terug naar Bremen. De overigen werden onthaald en gefêteerd, alvorens op het stadhuis gehuldigd te worden. “Ik doe niet mee aan feesten met mensen die niet hebben meegespeeld.” Hoe lang zal dat hem en zijn spelers nog lukken.

    • Guus van Holland