"Superverkoper' Ross Perot profiteert van politieke pech in het Witte Huis; Niemand durft de Country & Western politicus nu niet serieus te nemen

MONMOUTH COUNTY, 8 JUNI. “Congresleden hebben nu een pensioen van twee miljoen dollar. U en ik hebben geen pensioen van twee miljoen dollar”, zegt Ross Perot. Hij heeft gelijk, want de toehoorders zitten ver beneden dat bedrag en zijn eigen vermogen, dat hij vooral aan overheidsopdrachten heeft verdiend, bedraagt drie miljard dollar.

Dit feit, dat hem als populist zou kunnen ondermijnen, scheen de juichende menigten afgelopen weekeinde in een vliegtuighangar in Monmouth County (New Jersey) of in conventiecentra in Louisville (Kentucky) of Huntington (West Virginia) niet te deren. In het hele land is hij nu even populair als president Clinton. De messias met zijn knauwerige, Texaanse accent profiteert van de politieke pech in het Witte Huis, waar hij graag op inhakt. En Clinton maakt zich ernstig zorgen. Zijn nieuwe adviseur, David Gergen, is afgelopen week bij Perot op bezoek geweest op diens jacht Blue Thunder bij Bermuda om zijn hulp af te smeken. “Perot is een patriot. Hij moet ook het economische plan van de president kunnen aanbevelen”, zei Gergen.

Tot nu toe is Perot tegen elke politicus, of die nu “met een kapsel van 200 dollar” in het Witte Huis zit of in het Congres. Elk weekeinde doorkruist hij het land om nieuwe leden te werven voor zijn organisatie United We Stand America. Zijn anti-politieke boodschap “tegen de arrogantie van gekozen functionarissen” is sinds vorig jaar weinig veranderd. Als rechtgeaard populistisch leider heeft hij ook veel baat bij negatieve publiciteit. “Elke morgen als ik opsta, bid ik: "sla mij, alsjeblieft'. Dan groeit het aantal leden door het dak”, zegt hij. In de ogen van veel Perot-aanhangers zijn de media door en door verrot, net zoals het Amerikaanse politieke systeem. “Hij heeft een schild rond zichzelf gecreëerd dat steeds ondoordringbaarder wordt”, zei zijn voormalige opiniepeiler Frank Luntz tegen The Washington Post. “Dat is zo beangstigend.”

Perot leidt zijn organisatie met strakke hand vanuit Dallas. Hij duldt geen tegenspraak en luistert niet graag naar andermans advies. Het aantal ontevreden, weggelopen stafleden is inmiddels flink aangezwollen. Onder hen zijn zeer begaafde medewerkers. Dissidenten en werkers van het eerste uur heeft hij ontslagen. Daar zaten ook zonderlingen tussen die in een politieke organisatie niet zo goed thuishoren, maar ook mensen die zelfstandig nadenken.

Wie teveel uit de school klapt, krijgt Perots onderzoekers op zich af. Die gaan graven in details van het persoonlijke leven of de kredietwaardigheid van de dissident. Iedere deelstaatafdeling krijgt nu een directeur die vanuit Dallas wordt betaald. Er zijn 35 medewerkers in Dallas en verder een groot aantal vrijwilligers. Wie naar het hoofdkwartier belt, krijgt een idealistische gepensioneerde aan de telefoon.

Officieel is United We Stand America geen politieke organisatie maar een non-profit stichting om de mensen begrip over politiek bij te brengen. Daarom is Perot aan niemand verantwoording schuldig zoals wel het geval zou zijn met een politieke organisatie. Ieder lid betaalt 15 dollar contributie per jaar, die volgens Perot op de bank wordt gezet. Perot betaalt zelf het personeel van zijn organisatie en als het ledental niet naar wens groeit, wil hij de contributie terugstorten. Het huidige aantal leden van de organisatie is onbekend. De deelstaatorganisaties weten zelfs niet hoeveel leden zij hebben geworven. Zij sturen alles door naar het hoofdkwartier in Dallas. Er wordt gezegd dat Perot alleen met 20 miljoen leden genoegen neemt. Er zouden nu elke week zo'n 100.000 nieuwe leden bij komen.

Wat computerspecialist Perot met deze enorme databank wil doen, houdt hij nog voor zich. Presidentiële plannen doet hij voorlopig af met de dooddoener: “We hebben geen vier jaar om te verspillen. We moeten nu het begrotingstekort aanpakken.” Maar de presidentsverkiezingen van 1996 liggen open. United We Stand America mag als non-profit onderwijsorganisatie geen kandidaten benoemen maar daar kan Perot een nieuwe organisatie voor in het leven roepen. Hij heeft dan een ruim adressenbestand tot zijn beschikking. “You are the boss and I am Ross”, pleegt hij te zeggen. Hij wil dat de leden van de organisatie hem massaal vrágen voor de kandidatuur.

Op de korte termijn wil Perot het Noordamerikaanse vrijhandelsverdrag laten sneuvelen en de uitslag van de verkiezingen voor het Congres in 1994 benvloeden. Als hij deze twee tests wint, zal zijn macht over Washington flink groeien. Alle leden van United We Stand krijgen het advies om zich niet aan een partij te binden, zodat ze naar keuze in de Democratische of Republikeinse voorverkiezingen kunnen stemmen.

Nu al laten Congresleden zich door hem op stang jagen. Perots stokpaardjes, zoals het begrotingstekort, afschaffing van lobbyisten, hervorming van campagnefinanciering en beperking van de zittingstermijnen, spelen een grote politieke rol in Washington. De Democratische partij heeft de partijcontributie al tot 15 dollar verlaagd, evenveel als bij Perot. De winnaar van de Senaatsverkiezingen in Texas, uitdager Kay Hutchison, kreeg een aanbeveling van Perots organisatie en Perot liet zich met haar fotograferen.

Het gebrek aan politieke professionaliteit, dat de mensen zo op prijs stellen, werkt soms in Perots nadeel. Dat gebeurde onder andere vlak voor de presidentsverkiezingen, toen hij een “samenzwering” tegen hem en zijn dochter openbaarde. En afgelopen zaterdag zei hij niets over de lokale verkiezingen voor onder andere het gouverneurschap die net in New Jersey aan de gang zijn. Er waren drie Republikeinse tegenkandidaten voor de Democratische gouverneur en verscheidene deelstaatparlementariërs, die hun lof voor Perot hadden gezongen en zeiden dat ze “dezelfde fundamentele waarden en standpunten” hadden. Perot sprak er met geen woord over en daarbij miste hij een kans om een belangrijke politieke factor te worden in New Jersey. In plaats daarvan hield hij zijn oude populistische preek tegen Washington, die inmiddels bekend is.

Mexico en de buitenlandse lobbyisten zijn ook tot vijand verklaard. Het valt op hoe weinig Perot weet van het buitenland. Bij elke toespraak herhaalt hij wat “Nederland” en “Engeland” van Amerika vinden. Waar hij het vandaan heeft, zegt hij niet. “Luister naar de Nederlandse visie op Amerika: "het probleem is dat zoveel Amerikanen te koop zijn'.”

Met zijn oppositie tegen het Noordamerikaanse vrijhandelsverdrag richt hij zich tot de vele hele of halve werklozen of degenen wier baan wordt bedreigd. “De Mexicaanse deal is niet goed voor werkende Amerikanen. Ze laten de mensen hier hun banen verliezen terwijl het werk gaat naar mensen die daar in hutten wonen. Hoe kan iemand concurreren met 56 cent loon per uur?”, zei hij. “Alleen de rijke directeuren profiteren daarvan.” Perot denkt dat vrijwel alle Mexicanen in schuurtjes wonen. In een televisie-interview zei hij dat vrijwel geen Mexicaan zich een tripje naar Disney Land kan veroorloven. Slechts 1000 Mexicanen zouden in Colorado kunnen gaan skiën.

Bij het publiek staat hij bekend als de Man Met Het Plan, maar daar blijkt weinig van in zijn toespraken. Bij interviews ontwijkt hij gerichte vragen door te zeggen dat hij de details niet bij de hand heeft. Maar hoewel Perot zware kritiek op Clintons hoge lasten heeft, zijn de door hem voorgestelde belastingen nog veel hoger. Bovendien leidt volgens de laatste economische gegevens Perots plan in 1998 tot een tekort van 400 miljard dollar en dat is ongeveer evenveel als het door Clinton voorziene tekort. Maar Perot weet deze kwesties meesterlijk te omzeilen. Vóór televisie-interviews laat hij zijn vrijwilligers de stations bellen met aansporingen om “de negatieve berichtgeving over Perot te staken”. Bij een televisie-omroep dreigde hij zijn interview af te zeggen als zijn critici ook aan het woord zouden komen. De omroep liet de critici vallen.

Perots aanhangers geven niet om dergelijke zaken. Wat dat betreft lijkt Perot op "Pappy' O'Daniel, een Texaanse politicus van wie hij als kind moet hebben gehoord. "Pappy' was een begaafd meelverkoper die zijn produkten als eerste op de radio aan de man bracht. Hij zong liedjes erbij en vertelde dat hij een “gewone, arme burger” was, hoewel hij dankzij zijn scherpe manier van zakendoen inmiddels meer dan een half miljoen dollar bezat. Toen "Pappy' op een goede dag op de radio vroeg of hij gouverneur moest worden, zoals een blinde man hem zou hebben gesuggereerd, kreeg hij tienduizenden brieven met aansporingen. Voor zijn campagne liep heel Texas uit. De media namen hem niet serieus maar hij werd gouverneur. Uiteindelijk versloeg hij ook een zekere Lyndon Baines Johnson in diens eerste senaatscampagne.

Perot is een moderne superverkoper en Country & Western politicus en hij kan door blunders ver voor 1996 affakkelen. Maar nu durft niemand hem niet serieus te nemen.