Signalen

Sommige mensen kunnen er heel ver in gaan, in het negeren van lichamelijke pijnen of symptomen. Halve herniaverlammingen worden genegeerd, hele zwangerschappen wegverklaard, buikontstekingen ervaren als het verdriet om een ziek familielid. Dit alles als slordige oogst van de laatste tijd in mijn nabije omgeving.

Dit voorbijgaan aan allerhande lichamelijke signalen gold lange tijd sterker voor mannen, de hypochonders daargelaten. Vrouwen waren over het algemeen genomen oplettender als het het lichaam betrof, ervoeren lichamelijke sensaties sneller als symptomen van ziekte, en hun reputatie van klagende wezens hebben ze voor een deel hieraan te danken. Als mannen iets merkten van lichamelijk ongerief was dit vaak al in een dodelijk ernstig stadium. "Women get sick, men die', is de slogan die dit patroon kort en bruusk samenvat. Maar het ziet er naar uit dat vrouwen - na het roken en het drinken - ook op dit zieke punt het mannenpatroon gaan volgen. Wat is er aan de hand?

De waarneming van symptomen blijkt sterk benvloed te worden door de hoeveelheid informatie van buitenaf. Als er weinig afwisselends gebeurt, zijn mensen meer gericht op hun interne sensaties en rapporteren ze meer symptomen dan met een overvloed aan prikkels. Dat beschreven de psychologen C. Gijsbers van Wijk en K. van Vliet in hun artikel "Het zieke geslacht' (Gedrag & Gezondheid, 1989). De auteurs menen dat daarin een belangrijke sleutel ligt voor een verklaring van de hogere klachtenscore van vrouwen.

Toen het mannenleven zich nog grotendeels buitenshuis afspeelde, en het vrouwenleven binnenshuis, was het eerste rijker aan externe prikkels. De wat botte verklaring dat mensen klagen uit verveling vindt hier zijn wetenschappelijke vertaling. Maar wanneer levenswijzen en daarmee "prikkelniveaus' veranderen, zal ook het klachtenpatroon zich wijzigen en de snelheid waarmee lichamelijke signalen worden waargenomen. Zo zullen werkloze mannen meer het "vrouwenpatroon' gaan volgen, en werkende vrouwen het mannenpatroon; een voorspelling die aardig lijkt uit te komen.

Dit zijn natuurlijk mooie voorbeelden van de invloed van de sociale omgeving, maar het gaat verder. Het waarnemingsvermogen hangt namelijk niet alleen samen met levenswijze en drukte van het bestaan, maar ook met de in een bepaalde tijd gangbare opvattingen over wat als geldig probleem wordt gezien en wat als onbelangrijk, ongepast of niet ter zake.

Een recent voorbeeld is incest. Dat het op zo grote schaal voorkomt, is lang niet geweten en lang niet gezien. De vrouwenbeweging heeft incest opgepakt als kwaad dat mannen vrouwen aandoen, het daarmee politiek gedefinieerd en onder de publieke aandacht gebracht. Daarmee werd niet alleen de signalering van incest vergroot, maar werden ook tal van symptomen zoals dissociatiestoornissen gezien als latere gevolgen van vroegere incestervaringen. Het medisch-psychiatrisch waarnemingsvermogen werd verscherpt als gevolg van een sociale strijd en een politieke definitie.

Een eerder thema van de vrouwenbeweging, abortus, kan gelden als een ander voorbeeld van een dergelijk mechanisme. De definitie varieerde met de woordvoerders: het ging om de bescherming van de ongeboren vrucht tegenover het recht van vrouwen om zelf hierover te beslissen. De vrouwenbeweging ging het om het laatste: om de betutteling van artsen, als symbool van mannenmacht over het vrouwenlichaam. Maar ook denk ik, ondergronds, om de mogelijkheid zich van kinderen te bevrijden als de meest onvrij makende wezens die er zijn. Telde aanvankelijk alleen het kind, of de foetus, langzamerhand schoven ook de vrouwen in beeld. En bij de medisch-psychiatrische overwegingen over al dan niet aborteren verruimden de criteria zich van kindgericht naar vrouwgericht, en van medische naar psychische en sociale criteria.

Maar eenmaal deel van een politieke strijd, werd de ingrijpendheid van abortus aan het publieke oog onttrokken. Het ging om andere dingen, alsof aandacht voor het geweld dat vrouwen zich hierbij moeten aandoen een verzwakking zou betekenen van de politieke strijd. Zoals de politieke aandacht voor incest juist de waarneming van omvang en gevolgen heeft vergroot, zo heeft het bij abortus omgekeerd gewerkt: het is een onderschatte ingreep geworden. Gelukkig valt dit kwaad dankzij de goede voorbehoedmiddelen grotendeels te voorkomen. Incestpreventie is helaas een veel gecompliceerdere opgave.