Shell aast met concurrenten op olie China

ROTTERDAM, 8 JUNI. De Koninklijke/Shell Groep heeft met de olieconcerns Amoco, Total en Marubeni een consortium gevormd dat probeert de rechten te verwerven voor de winning van olie uit het Tarim Bassin op het Chinese vasteland. Een woordvoerder van Shell Nederland heeft dit vanochtend bevestigd.

In februari van dit jaar kondigde de Chinese overheid aan dat zij voor het eerst in de geschiedenis van de volksrepubliek ook buitenlandse oliemaatschappijjen toelaat op olievelden van het vasteland. Sindsdien probeert China National Petroleum actief belangstelling voor de oliewinning in China te wekken bij Westere olieconcerns.

Tot nu toe kwamen die niet verder dan de Chinese offshore. Het Tarim Bassin (in het uiterste westen van China, ten noorden van de Himalaya) zou volgens Chinees seismisch onderzoek een van 's werelds grootste olievoorraden bevatten. Tot eind oktober kunnen buitenlandse maatschappijen bieden op de exploratierechten.

In de gelegenheidscombinatie waarvan Shell deel uitmaakt, participeren Shell en het Amerikaanse Amoco elk voor 36 procent, het Franse Total voor 18 procent en het Japanse Marubeni voor 10 procent. Het consortium concurreert met een groep maatschappijen waartoe het Britse BP en de Japanse ondernemingen Mitsubishi, Itochu en Nippon Oil behoren.

De Shell-groep heeft zich al voorzien van Chinese geologische gegevens waarvan de kwaliteit overigens niet al te hoog wordt aangeslagen. Een onderneming als BP heeft in de jaren tachtig voor 200 miljoen dollar aan de hand van Chinese geologische gegevens naar olie geboord in de Gele Zee maar vrijwel geen olie weten te vinden. Investeren in de olie-exploratie in het Tarim Bassin, duizenden kilometers van de Chinese kust, wordt daarom als riskant beschouwd.