Operahuis in Lyon ingewijd met wereldpremière Debussy

LYON, 9 JUNI. Met de wereldpremière van een voltooide versie van Debussy's onafgemaakte opera Rodrigue et Chimène is vorige maand de gerenoveerde opera van Lyon in gebruik genomen. De architect Jean Nouvel, de bouwer van ondermeer het befaamde Institut du Monde Arabe in Parijs, heeft binnen de muren van het uit 1831 daterende oude operagebouw een nieuwe zaal opgetrokken met 1300 stoelen, 500 meer dan vroeger. De kosten waren 478 miljoen franc.

De zaal van de "Nouvel Opéra' heeft een parterre en zes balkons. Het diepzwarte binnenwerk rondom de zaal, hier en daar geaccentueerd met vermiljoenrood, telt 17 etages: vijf onder de grond, zeven binnen de oude muren en nog eens vijf in de moderne koepel die nu als een stationskap boven de oude façade uitrijst.

De akoestiek in de compacte en eveneens geheel in zwart uitgevoerde zaal is uitstekend, zij het wat aan de droge kant. De Opéra van Lyon, met ruim een half miljoen inwoners de tweede stad van Frankrijk, wordt sinds 1988 geleid door de directeuren Louis Erlo, Pierre Brossmann en chef-dirigent Kent Nagano, de opvolger van John Eliot Gardiner.

Voor de wereldpremière van Rodrigue et Chimène bleek regisseur Georges Lavaudant slechts een handvol onzalige conventies in petto te hebben. Tussen twee granietkleurige, met zilveren sterren beplakte zuilen die eerder leken op monsterachtige hoogovens dan op het berglandschap van Castilië, bewogen de figuren zich voort als houten klazen. De cast was goed gekozen met Laurence Dale en Donna Brown in de titelrollen.

Het op Le Cid van Guillende Castro en Corneille genspireerde libretto van de Wagnerliefhebber Catulle Mendès is simpel: de liefde tussen Rodrigue en Chimène wordt belemmerd door hun in een vendetta verwikkelde vaders. Zelfs wanneer Rodrigue in opdracht van zijn vader Chimènes vader vermoordt, houdt de liefde stand. Als straf wordt Rodrigue in opdracht van de koning van Castilië de oorlog ingestuurd als legeraanvoerder. De opera eindigt met een heftige afscheidsscène.

Debussy had er van meet af aan de grootste moeite mee. Het libretto was hem te plat en hij had geen voeling met het conflict tussen liefde en morele plicht dat de kern van het verhaal vormt. Maar onder druk van zijn ouders die vonden dat hij na het behalen van de Prix de Rome eindelijk maar eens geld moest gaan verdienen en onder de indruk van Mendès' reputatie in het Parijse literaire circuit, kon hij niet weigeren.

Debussy werkte van begin 1890 tot mei 1893 - nu exact een eeuw geleden - met tussenpozen aan Rodrigue et Chimène. Hij klaagde regelmatig, ook al lieten zijn vrienden Paul Dukas en Robert Godet zich lovend uit over het dramatische gehalte van de partituur in wording. Maar Debussy zocht naar “een dichter die de dingen slechts laat doorschemeren en mij in staat stelt mijn droom op de zijne te transplanteren; die me wat op het toneel gebeurt niet dwingend oplegt en me toestaat hier en daar een muzikaal accent te plaatsen dat sterker is dan het literaire.”

Van die illusie liet Mendès niets heel en er hoefde maar weinig te gebeuren of Debussy liet het afweten. Dat gebeurde op 17 mei 1893 toen Debussy samen met onder anderen Mallarmé de première van Maeterlincks nieuwe toneelstuk Pelléas et Mélisande meemaakte. Daarin herkende Debussy waarnaar hij jarenlang had gehunkerd, want muziek moest volgens hem in de eerste plaats poëzie zijn.

Pelleás et Mélisande werd uiteindelijk Debussy's enige voltooide opera. Van Rodrigue et Chimène zijn alle vocale partijen overgebleven, zij het lang niet altijd even duidelijk genoteerd, en een pianopartituur: al met al een tamelijk compleet geheel. Er zijn invloeden van Moessorgski en Borodin, met name de Polowetser Dansen uit de opera Prins Igor. Verder staat het drama in het teken van het "Tristan-akkoord': Debussy heeft Wagners opera Tristan und Isolde' zijn leven lang bewonderd.

De orkestratie en aanvullingen van Denisov, een Russisch componist die enige tijd in Parijs woonde, zijn voorbeeldig in de geest van Debussy. Wat Rodrigue et Chimène vooral interessant maakt is dat het de ontbrekende schakel lijkt te zijn tussen Gounod, Bizet en Massenet enerzijds en de Debussy van de Trois Nocturnes', de Images pour orchestre en Pelléas et Mélisande.

Of "Rodrigue et Chimène' in deze vorm toekomst heeft, is de vraag. De grote operahuizen in Londen en New York en zelfs de Opéra Bastille in Parijs zullen het waarschijnlijk aan zich voorbij laten gaan. Er komt echter een cd, mogelijk eind volgend jaar.