Minister Béla Kádár van economische betrekkingen: EG brengt dynamiek in de export van Hongarije

In de Utrechtse Jaarbeurs is gisteren een manifestatie begonnen waar zo'n tachtig Hongaarse bedrijven hun produkten presenteren. Tevens kunnen Nederlandse ondernemers zich er op de hoogte stellen van de investeringsmogelijkheden in Hongarije. Reden voor een gesprek met Béla Kádár, de Hongaarse minister voor internationale economische betrekkingen.

BOEDAPEST, 8 JUNI. Béla Kádár (59) is een typisch voorbeeld van de Hongaarse wetenschapsman die tijdens het communisme niet helemaal n, maar ook niet helemaal buiten het systeem stond. Voordat hij drie jaar geleden minister werd, was Kádár directeur van het nationale planinstituut. In de regering, waarin het Hongaarse Democratische Forum (MDF) een overheersende positie heeft, is Kádár een van de weinige partijloze ministers.

Hoe komt het dat Kádár in het coalitiekabinet van premier József Antall als enige bewindsman op een financieel/economisch departement nog nooit is vervangen? De bewindsman antwoordt met een flinke dosis ironie.

“Vrij algemeen, zelfs bij de oppositie, is men van mening dat dit een goedgeleid ministerie is, dus het heeft waarschijnlijk te maken met de continuiteit en met de Hongaarse voorliefde om ergens uniek in te zijn: wij waren het enige land dat in 1956 een nationale revolutie is begonnen, het enige land dat erin is geslaagd het goulash-communisme op te bouwen, we zijn moedig genoeg geweest om te experimenteren met economische hervormingen, we stonden in Europa ook altijd alleen met onze eigen cultuur en ons etnisch erfgoed...”

En u hebt waarschijnlijk een erg goede relatie met de premier...

“Dat is natuurlijk een erg persoonlijke vraag, die is niet voor openbare consumptie. Persoonlijke betrekkingen zijn een aparte dimensie van de regeringsactiviteit.”

In uw ambtsperiode heeft Hongarije een associatieverdrag met de EG gesloten, een handelsverdrag met de EVA-landen en een vrijhandelsverdrag met de overige Visegrád-landen (Polen, Tsjechië, Slowakije). Heeft u de indruk dat u als minister van een land dat al langere tijd tamelijk goede economische banden met het Westen had een voorsprong heeft op de andere landen?

“In de periode na de Tweede Wereldoorlog was het aandeel van de Hongaarse handel met Oeso-landen nauwelijks meer dan 20 procent. In 1992, toen het proces van externe geografische heroriëntatie van de Hongaarse economie was afgesloten, bedroeg het aandeel van de handel met Oeso-landen 70 procent en het aandeel van de EG-landen daarin was 50, de EVA 15. Je kunt dus zeggen dat 70 procent van de handel zich voltrekt met landen waarmee Hongarije een vrijhandelsakkoord heeft. Sinds de ineenstorting van de dubbelmonarchie is het de eerste keer dat Hongarije niet gedwongen is alleen te vertrouwen op de kleine binnenlandse markt.”

Beantwoordt het resultaat van het vorig jaar gesloten Europa-verdrag met de EG aan uw verwachtingen?

“Gedeeltelijk niet, maar in principe wel”, zegt Kádár. Het afgelopen jaar heeft bewezen dat, dankzij het verdrag, de dynamiek van de Hongaarse export naar de landen van de Gemeenschap meer dan gemiddeld was. De dollarwaarde van de Hongaarse export in 1992 nam met 7,5 procent toe, de dynamiek van onze export naar EG-landen groeide met 40 procent. Aan de andere kant, we zouden graag een versnelling, een fast track, hebben gezien van het verdrag en tot dusver hebben we daarop nog geen definitief antwoord gekregen. We blijven hopen op zo'n teken van de EG-top in Kopenhagen. Zo'n boodschap zou een nuttige aanwijzing zijn dat Hongaarse ondernemers het risico kunnen nemen om investeringen te doen, hun produktie aan te passen en het exportprofiel aan te passen aan de samenwerkingseisen met de Gemeenschap.”

In 1993 lijkt volledig EG-lidmaatschap van Oosteuropese landen verder weg dan in 1989. Wanneer verwacht u dat Hongarije lid kan worden?

“1989 was een jaar van renaissance in Europa, een jaar dat een einde maakte aan de eerdere Eurosclerose. Dus in psychologische zin waren de verwachtingen in 1989 veel hoger dan nu. Maar laten we kijken naar de werkelijkheid: in 1989 was de aanpassing aan de Gemeenschap nog niet begonnen, nu hebben we het associatieverdrag. Wanneer het absorptievermogen van de Gemeenschap klaar is voor ons en wanneer het aanpassingsvermogen van Hongarije voldoende ontwikkeld is om aan alle eisen van EG-lidmaatschap te voldoen, dan zullen we natuurlijk in staat zijn om toe te treden. Naar mijn mening zal de Hongaarse economie ruwweg vijf jaar nodig hebben om zich aan te passen, dus aan het eind van dit decennium zal Hongarije rijp zijn voor de Gemeenschap.”

Het is opmerkelijk dat u wat voorzichtiger bent dan bijvoorbeeld de Tsjechische premier Klaus, die meent dat Tsjechië over een jaar of drie "rijp voor de Gemeenschap' is.

“Theorieën zijn niet zo nuttig omdat geen enkel land ooit in de situatie heeft verkeerd dat het tegelijkertijd zijn politieke systeem, economisch model, externe partners en zelfs produktie- en investeringsstructuur moet veranderen. Landen als Griekenland, Spanje, Portugal, en ook Zuid-Korea, hebben hun politieke systeem veranderd, maar de veranderingen zijn veel kleiner: zij moesten een autoritair systeem veranderen in een democratisch, wij hadden een totalitair systeem. In die landen was altijd een particuliere economie, zij hoefden hun externe partners niet te veranderen. De produktiestructuur die wij de afgelopen veertig jaar hebben gehad was voor een belangrijk deel gericht op de behoeften van de gemilitariseerde economie van de Sovjet-Unie: de machine-industrie, militaire leveringen, staal, zware petrochemische industrie. De ineenstorting van het Sovjet-systeem houdt de verdwijning in van die markt. Wij moeten het hoofd bieden aan veel verschillende uitdagingen in zeer korte tijd. Juist omdat we het proces een beetje eerder zijn begonnen zijn we ons volledig bewust van de moeilijkheden. Sommige collega's in Midden- en Oost-Europa zijn euforisch. Daarom hebben ze zulke prachtige theorieën ontwikkeld over "big bang' en schoktherapie, "markteconomie in vijfhonderd dagen' of "Catch Up With Western Europe In Three Years'. Maar it is a long way to Tipperary, voor ons zal het misschien drie of vier jaar duren, voor andere landen zal het een hele generatie, of zelfs twee generaties duren.”

Tot voor kort had Hongarije een voorsprong op de andere Oosteuropese landen omdat het hervormingsproces eerder was begonnen. Bestaat die voorsprong nog?

“Wat betreft het begrotingstekort en de werkloosheid verkeert de Tsjechische republiek in de beste situatie. Wat betreft de inflatie staan Hongarije en de Tsjechische republiek op hetzelfde niveau. Alle andere landen vechten tegen hyperinflatie. Wat betreft de terugval van de produktie, die was het kleinst in Hongarije. Alle andere landen moeten nog maatregelen nemen die leiden tot verlaging van de produktie, zoals belastinghervorming, de nieuwe wetten op de faillissementen en de afschaffing van begrotingssubsidies. Wat betreft de externe prestaties: onze reserves aan buitenlandse valuta zijn op hetzelfde niveau als die van de grote landen, de prestaties in de buitenlandse handel zijn de afgelopen drie jaar beter geweest. In de jaren tachtig was de export van Tsjechoslowakije en Polen 70 à 80 procent hoger dan die van Hongarije. In het afgelopen jaar lag de Tsjechoslowaakse export slechts tien procent hoger en de Poolse dertig. Dus dit land met 10,5 miljoen inwoners heeft bijna dezelfde export als Polen met 40 miljoen. In Hongarije is tot dusver ruim 5 miljard dollar genvesteerd. In Tsjechoslowakije was het eind vorig jaar 2 miljard, in Polen 1,5, in Roemenië 400 miljoen, in Bulgarije minder dan 200 miljoen dollar. Zelfs in Oostenrijk belopen de buitenlandse investeringen niet meer dan 8 miljard dollar. Dus die vijf miljard van Hongarije is niet zo slecht.”

Hongarije streeft ernaar om een subregionaal centrum voor handel en financiën te worden in Midden-Europa. Waarom?

“In de eerste plaats wegens de voordelen van de geostrategische positie. Hongarije ligt in het geografische centrum van de Baltische zee tot de Adriatische zee op de noord-zuidlijn en anderzijds is er een nieuwe groeias in Europa langs de Donau: Baden-Württemberg, Beieren, Oostenrijk, Hongarije tot aan de Oekraine toe. Op die west-oost-as ligt Hongarije ook in het centrum. Ander argument is dat de markteconomie in Hongarije rijper is dan in andere landen. Ten derde: het socio-psychologische milieu is gunstiger dankzij het feit dat de Hongaren het oude systeem nooit aanvaard hebben en al 25 jaar geleden begonnen zijn met hervormingen.”

Bent u tevreden over de Nederlandse investeringen in Hongarije?

“Zeer. Het aandeel van Nederland in de Hongaarse export komt neer op iets meer dan twee procent, maar het aandeel van de Nederlandse investeringen in Hongarije beloopt zes procent, 300 miljoen dollar, alle grote ondernemingen, banken, produktiebedrijven zoals Philips, dus ik geloof dat de Nederlandse ondernemingen Hongarije hebben ontdekt als een aantrekkelijke partner en als investerings- en produktielocatie voor hun subregionale operaties.”

In Utrecht tonen zo'n tachtig bedrijven hun produkten. Wat zijn de vijf interessantste exportprodukten van Hongarije?

“In de eerste plaats de agrarische produkten, die maken een derde uit van de export. Andere belangrijke produkten zijn kleding en chemische produkten. Nederland beschouwen we als een bemiddelende partner, veel Hongaarse produkten bereiken de markt via de Nederlandse handel. We gebruiken graag de commerciële capaciteit van Nederland.”