Milieugroepen tegen hogere griffierechten bij de Raad van State

AMSTERDAM, 8 JUNI. Milieu-organisaties hebben ernstige bezwaren tegen de forse verhoging van het griffierecht bij de Raad van State. Deze verhoging maakt deel uit van het voorstel van de Algemene wet bestuursrecht, waarover morgen in de Tweede Kamer wordt gedebatteerd. De milieu-organisaties vrezen dat juridisch verzet tegen maatregelen hierdoor straks voor veel actiegroepen niet meer is op te brengen.

Milieuvergunningen, bouwvergunningen, bestemmingsplannen en dergelijke zijn aan te vechten door beroep bij de Raad van State. Sinds 1987 moet hierbij griffierecht worden betaald. Het kabinet stelt nu voor dit te verhogen tot 200 gulden in eerste aanleg en nog eens 300 gulden in appel voor natuurlijke personen, en de dubbele bedragen voor rechtspersonen. Nu bedraagt het griffierecht in appel 170 gulden. Een afzonderlijk beroep in eerste aanleg bestaat nog niet. Deze procedure maakt deel uit van het voorstel voor de Algemene wet bestuursrecht.

“Dat is erg veel voor actiegroepen, die soms veel zaken tegelijk hebben lopen”, zegt V. Jurgens van Natuur en Milieu. Hij schat dat milieu-organisaties zo'n 200 zaken per jaar aanspannen bij de Raad van State. Omdat veelal allerlei regels tegelijk van toepassing zijn, kan het nodig zijn bijvoorbeeld een bedrijfsuitbreiding via vier afzonderlijke procedures aan te vechten. Wanneer in al die gevallen ook een schorsingsverzoek wordt ingediend om te voorkomen dat de uitbreiding al plaatsheeft voordat de procedure is afgesloten, kost dat een actiegroep duizenden guldens aan griffierechten. Weliswaar krijgt men dat terug wanneer men de zaak wint, maar men moet het wel kunnen voorschieten. Jurgens: “Het is vooral een probleem voor locale groepen van vrijwilligers. Voor die mensen is dit de nekslag.”

Een voorbeeld van zo'n locale groep is de werkgroep Behoud de Peel. Deze heeft de afgelopen jaren 184 zaken aangespannen. Van de 149 zaken die reeds zijn afgehandeld zijn er 115 gewonnen, aldus voorzitter W. van Opbergen. “Daaruit blijkt dat we terecht naar de Raad van State zijn gestapt. Maar als we 1000 gulden per zaak moeten voorschieten is dat vrijwel niet meer op te brengen.”